Wetenschap - 21 april 2015

Kamerleden schrikken van uitval promovendi

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau
2

De Tweede Kamer reageert geschrokken op het nieuws dat honderden promovendi stranden en nooit hun proefschrift afmaken. Universiteiten moeten snel de begeleiding verbeteren, vinden Kamerleden.

Problemen met promoveren. Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Promovendi haken massaal af, meldde het Hoger Onderwijs Persbureau vorige week. Aan sommige universiteiten weet minder dan de helft binnen zes jaar het doctoraat te behalen. En dat terwijl het kabinet universiteiten juist wil aanmoedigen om meer promovendi te werven.

'Schrikbarend', reageert Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg van de VVD. 'Als dit waar is, hebben we een megaprobleem.' Universiteiten zouden snel voorstellen moeten doen om de promotieopleiding te verbeteren, zoals ze ook het bachelor- en masteronderwijs aanpakken.

Mei Li Vos van de PvdA sluit zich daarbij aan: 'Je zou willen dat universiteiten die zo veel afhakers hebben als de wiedeweerga gaan kijken hoe dat komt. Het is een ontzettende kapitaalvernietiging, zowel van mensen als van geld.'

'Het is heel opvallend dat de verschillen tussen universiteiten zo groot zijn', zegt Michel Rog van het CDA. 'Ik zou de academische wereld willen oproepen: kijk eens waarom het op sommige universiteiten wel goed gaat en op andere niet. Juist van de academische wereld mag je verwachten dat er goed gekeken wordt naar de oorzaken.'

HOP. Bron: VSNU. Standaardpromovendi, lichting 2008.
HOP. Bron: VSNU. Standaardpromovendi, lichting 2008.

De cijfers roepen de vraag op of het kabinet inderdaad moet inzetten op meer promovendi, zoals in de ‘wetenschapsvisie’ staat. 'Dat is weer zo’n doelstelling van een kabinet dat alleen naar aantallen kijkt en niet naar kwaliteit', verzucht Jasper van Dijk van de SP. 'En daar schort het dus aan: de kwaliteit. Promovendi moeten betere begeleiding krijgen. We moeten ons niet blindstaren op aantallen. Daarom moet dat experiment met promotiestudenten ook onmiddellijk van tafel.'

Want dat is een van de voorstellen waarmee het kabinet het mogelijk wil maken dat universiteiten meer promovendi werven: ze mogen gaan experimenteren met goedkope promotiestudenten. Tot nog toe zijn promovendi in Nederland over het algemeen werknemers en moeten universiteiten pensioen en sociale premies voor hen betalen.

Van Dijk is mordicus tegen de komst van de studentpromovendus, maar zijn collega Duisenberg denkt juist dat het nieuwe systeem 'deel van de oplossing' is: promotiestudenten kunnen zich helemaal op hun proefschrift storten zonder zich om bijkomende werkzaamheden druk te maken. Zo ziet Duisenberg ook een van zijn andere plannen: hij pleit voor meer 'professional doctorates', oftewel promoveren in het bedrijfsleven, met onderzoek waar het bedrijf iets aan heeft: 'Dat kan de betrokkenheid bij het onderzoek vergroten.'

Dat zoveel promovendi tussentijds afhaken wil niet zeggen dat we maar moeten stoppen met het aanmoedigen van promoveren, vindt ook Rog. 'We moeten goed onderzoeken hoe we succes kunnen versterken en falen kunnen voorkomen. Daarnaast grijpen we de kans om te kijken naar andere vormen om afgestudeerden zich te laten ontwikkelen. Pakt het experiment met de promotiestudenten goed uit, dan is het misschien iets om mee door te gaan. Maar we gaan niemand ertoe verplichten, het is een extra kans.'

Illustratie: Henk van Ruitenbeek, destijds gemaakt voor Promovendi moeten op stelling-les.

Kloppen deze cijfers? Lees onderstaand bericht:

Re:acties 2

  • Julia

    Dit probleem heeft voor een belangrijk deel te maken met de kwaliteit van de begeleiding. Promovendi die begeleid worden door een promotor zonder ideeën of zonder tijd hebben het een stuk lastiger. Meer aandacht voor de kwaliteit van begeleiding is dus zeker aan te raden. Te beginnen met een analyse van welke promotoren een garantie voor succes zijn en welke niet.

    Reageer
  • Promovenda

    De eisen om te promoveren verschillen erg per universiteit, en ook in hoeverre het voorstel al is uitgewerkt.

    Vergelijk:

    Bij sommige groepen in Leiden (LUMC) krijgt de beginnende promovendus een gedetailleerd uitgewerkt plan, waarin staat welke experimenten tot welke papers moeten leiden, en kan het minimum aantal papers variëren tussen 1 en 4 (afhankelijk van impactfactor. (Lijkt me overigens niet helemaal eerlijk, omdat dit ook afhangt van de grootte en levendigheid van je wetenschapsveld). Daarnaast hoeven ze geen activiteiten voor de onderzoeksschool te ondernemen.

    In Wageningen (in ieder geval bij de groep waar ik zit) begin je met vrijwel niets, ontwikkel je zelf een proposal en schrijf je minimaal 4 papers (waarvan 2 gepubliceerd), en ben je verplicht om allerlei dingen te doen voor de onderzoeksschool.

    Aan de grafiek te zien leidt dit niet per se tot sneller promoveren, maar er zijn wel duidelijke verschillen in het promotietraject en de mate waarin onderzoeksvaardigheden ontwikkeld moeten worden. Het lijkt me dat deze dingen in een inhoudelijke discussie onder de loep genomen moeten worden.

    Reageer

Re:ageer