Wetenschap - 14 januari 2020

Waar blijft het zand?

tekst:
Roelof Kleis

Zandsuppletie bij Ameland moet de zandhonger van de Waddenzee stillen. Maar waar blijft dat zand? Hoogleraar Jakob Wallinga gebruikt het geheugen van zand om dat uit te zoeken.

© Shutterstock

De Waddenzee vreet voortdurend zand van de kusten. Dat natuurlijke proces van erosie wordt versterkt door de stijging van de zeespiegel. Zonder ingrijpen verdrinken de Wadden en verplaatsen de eilanden zich richting het vasteland. Zandsuppletie, de aanvoer van zand van elders, moet de boel in de gewenste richting bijsturen. De vaargeul tussen Ameland en Terschelling is de plek waar dat gebeurt.

Ingewikkelder
Voor de kust van Terschelling is in 2018 vijf miljoen kuub zand in zee gekieperd. Sindsdien doen golven en stroming hun werk en verspreidt het zand zich in het Waddengebied. Dat is tenminste de theorie. Maar werkt dit bouwen met de natuur in de praktijk ook? ‘Het effect van zandsuppletie voor de gesloten Noordzeekust van west Nederland is goed te voorspellen’, zegt Wallinga. ‘Maar zo’n zeegat is veel ingewikkelder en dynamischer. We hebben eigenlijk geen idee welk deel van het zand de Waddenzee in gaat.’

zeegat van Ameland.jpg

Met een nieuwe toepassing van luminescentie gaat Jakob Wallinga (Bodemgeografie en Landschap) de wegen van het aangevoerde zand in kaart brengen. Hij maakt daarbij gebruik van het luminescentiesignaal dat de aangevoerde zandkorrels van nature aan boord hebben. Dat signaal, door Wallinga beeldend het ‘geheugen’ genoemd, heeft zich op de plek van herkomst diep in de Noordzee opgebouwd als gevolg van natuurlijke radioactiviteit in de bodem.

Geheugenspoor
Dat geheugenspoor komt vrij als het zand wordt blootgesteld aan licht. Wallinga doet dat in zijn luminescentielab. Normaal gesproken gebruikt hij zo’n signaal om de ouderdom van bodemlagen mee in kaart te brengen. Hoe langer het zand in de bodem zit, hoe sterker namelijk het geheugensignaal. Maar je kunt dat signaal ook gebruiken om aangevoerd zand te onderscheiden van lokaal zand. Lokaal zand in de Wadden heeft door blootstelling aan licht geen geheugen meer.

Er hoeft geen merkje te worden toegevoegd. Elke aangevoerde korrel doet mee
Jakob Wallinga

Het geheugen van het externe, uit de diepte gehaalde zand, wordt dus feitelijk gebruikt als label. De methode is nog nieuw en wordt de komende jaren binnen het project TRAILS (het project in de Waddenzee verder ontwikkeld. Het grote voordeel is volgens Wallinga dat het suppletiezand als tracer fungeert. Er hoeft geen merkje te worden toegevoegd. Elke aangevoerde korrel doet mee.  

Meetcampagne
Om de verspreiding van het suppletiezand in kaart te brengen, is een uitvoerige meetcampagne nodig. Daarbij wordt aangesloten bij lopend onderzoek van het NIOZ naar de ecologische gevolgen van bodemdaling ten gevolge van gaswinning. Wallinga trekt een aio aan voor het luminescentieonderzoek. Een promovendus van het NIOZ bestudeert de gevolgen van de suppletie voor de Waddenfauna. Een post-doc van de TU Delft gaat proberen het zandtransport van individuele korrel te modelleren.

Met het onderzoek is in totaal 1,3 miljoen euro gemoeid. Dat geld komt van de NWO in het kader van het programma Living Labs in the Dutch Delta. Binnen dit programma wordt onderzoek gedaan naar grootschalige, op de natuur gebaseerde, ingrepen in het kust- en rivierengebied.


Re:ageer