Wetenschap - 14 juni 2018

WUR schetst de contouren van de nieuwe kringlooplandbouw

tekst:
Albert Sikkema
2

Drie Wageningse deskundigen praatten deze week de Tweede Kamer bij over kringlooplandbouw. Er is een radicale omslag van ons voedselsysteem nodig, stelde Martin Scholten. En de boeren kunnen het niet alleen.

©Shutterstock

De huidige landbouw is heel efficient vanuit het product – boter, kaas en eieren – bezien, maar zorgt ook voor klimaatverandering en afname van biodiversiteit. De kringlooplandbouw moet die issues van voedsel, klimaat en biodiversiteit integraal aanpakken. Dat is in grote lijnen de zienswijze van de Wageningers Martin Scholten, Rogier Schulte en Jan Peter Lesschen. Samen praatten ze Tweede Kamerleden bij tijdens een ‘technische briefing’ op 13 juni in Den Haag.

Scholten is directeur van de Animal Sciences Group, Schulte hoogleraar Farming Systems Ecology en Lesschen onderzoeker bij de groep Duurzaam Bodemgebruik in Wageningen.

Verspilling
In hun zienswijze passeren verschillende aandachtspunten de revue. Zoals de voedselverspilling. Minder verspilling van voedsel en reststromen leidt tot meer voedsel, maar ook tot beter gebruik van biomassa voor bijvoorbeeld veevoer, zodat Nederland minder veevoer hoeft te importeren, wat weer goed is voor het klimaat.

Je hebt stippen aan de horizon nodig, vuurtorens.
Rogier Schulte, hoogleraar Farming Systems Ecology

Bodem
Centraal staat de bodem, de plek bij uitstek om de nutrientenkringloop in de landbouw te sluiten. Boeren moeten meer reststromen terugbrengen in de bodem om daarmee de organische stof en bodemvruchtbaarheid te verbeteren. Dergelijke bodems produceren meer voedsel, slaan meer CO2 op en houden water beter vast. Aanvullend is dat wel bemesting op maat nodig, zodat de mest het milieu niet verontreinigt en minder broeikasgassen uitstoot.

Gewasresten
Vaak doet de agrarische sector al nuttige dingen met reststromen, maar het kan veel beter, denken de Wageningers. Je kunt gewasresten onderploegen, zoals nu gebeurt, maar je kunt ze ook gebruiken als voer voor de insectenkweek en die insecten dan weer gebruiken als veevoer. En je kunt bietenbladeren, die nu als groenbemester worden gebruikt, beter gebruiken als grondstof voor veevoer, want de bladeren bevatten veel eiwitten. Dan kun je die groenbemester vervangen door organische mest. Dat is beter voor landbouw en milieu.

shutterstock_304885862_mest_injecteren.jpg

Verdienmodellen
Telkens gaat het om combinaties van akkerbouw en veehouderij, omdat die sectoren moeten samenwerken om veevoer en meststoffen beter uit te wisselen. Cruciaal daarbij zijn nieuwe verdienmodellen in de agribusiness die kringloopstromen aantrekkelijk maken voor de boer. Bij die aanpassingen passen ook gemengde teelten en kruidenrijke graslanden, als basis om de biodiversiteit op het platteland te versterken – ook daarvoor zijn verdienmodellen nodig.

Landschap
Dit vergt een radicale verandering van ons voedselsysteem, zegt Scholten, want we moeten dan niet alleen ons voedsel anders waarderen, maar ook ons landschap. Daar komt bij: er komt niet een nieuwe kringlooplandbouw, maar er komen er meerdere. Boeren zijn ondernemers, die pakken kansen en zo ontstaat in de praktijk een natuur-inclusieve, biologische, circulaire of duurzame landbouw –geef het maar een naam. Het zijn allemaal aanvliegroutes naar een circulaire landbouw, zegt Schulte.

Gat
Toch komt die circulaire landbouw er niet vanzelf, zegt Schulte, die voor zijn komst naar Wageningen climate-smart agriculture in Ierland heeft geïntroduceerd. ‘De boer kan het niet alleen’, vertelde hij de Tweede Kamerleden. Er zit een gat tussen het uitdenken en het realiseren van de circulaire landbouw. Je moet eerst alle gaten tussen wens en werkelijkheid in beeld brengen en die gaan bespreken met alle betrokkenen: boeren, toeleverende industrie, supermarkten, consumenten- en milieuorganisaties, etc. Die betrokkenen gaan de problemen bespreken, zodat ook duidelijk wordt wie aan zet zijn om de gewenste ontwikkeling in gang te zetten.

supermarkt_shutterstock_341778467.jpg

Bal
In Nederland legt iedereen de bal voortdurend bij de boer neer, terwijl andere partijen ook een rol hebben, zegt Schulte. Hij noemt als alternatief Nieuw-Zeeland, waar de grote zuivelcooperatie Fonterra verantwoordelijk was voor de uitstoot van broeikasgassen van de aangesloten boeren. ‘Of dit werkt, weet ik niet, maar zo krijg je wel een discussie over klimaatwinst tussen de leverancier en afnemer van melk.’

Veestapel
In de Tweede Kamer stak eventjes een discussie op over de grootte van de Nederlandse veestapel, maar daar hadden we Wageningse experts geen zin in. Je moet de kringlopen sluiten, zowel regionale als internationale kringlopen, en daar rolt een bepaalde grootte uit voor de Nederlandse veestapel, stelde Schulte. ‘Je hebt stippen aan de horizon nodig, vuurtorens. En om daar te komen, moeten je de juiste mensen en instituten bij elkaar zetten.’

Zijn andere landen al verder met deze kringlooplandbouw, wilde de Kamer weten. Niet echt, antwoordden de Wageningse experts. Veel andere landen kijken hoe Nederland deze transitie gaat aanpakken, zegt Scholten. ‘Als we dit goed aanpakken, kan Nederland voorop lopen in de wereld met kringlooplandbouw.’

 

Re:acties 2

  • Boerke

    Die wageningers zijn ideologische fantasten.

    Wageningen sluiten: is alleen maar een geldverslindende denktank van veel te veel verdienenden zichzelf benoemde wetenschappers.

    Reageer
  • Chris Maas Geesteranus

    1. Een mooi, nuttig voorstel. Alleen zou ik het begrip 'kringlooplandbouw' beslist niet beperken tot de Nederlandse landbouw. Ons hele voedingspatroon is zodanig verweven met mondiale productie, handelsstromen, mineralenstromen enz., dat uitbreiding tot 'de' landbouw - waar ook ter wereld - waarvan wij dagelijks afhankelijk zijn, onontkoombaar is.

    2. En betrek er onmiddellijk de Maatschappijwetenschappen bij, zoals de leerstoelen ECS, DSC, SHC, HSO en COM. Dat geeft veel grotere implementatiemogelijkheden dan alleen de meer technische wetenschappen.

    3. En 'buiten de deur': Foodwatch, Milieudefensie, Lekker Dier, de enorme infrastructuur van de natuur- en milieu-educatie (meer dan 100 alleen al lokale centra!). Daarmee valt een actie- en educatiestrategie op te bouwen. Bij het ministerie van LNV speelt al het project Jong Leren Eten (Roel Van Raaij, directie Agro- en Natuurkennis)

    Reageer

Re:ageer