Wetenschap - 21 januari 2016

Visteeltonderzoek geconcentreerd in Wageningen

tekst:
Albert Sikkema

Vijf visteeltonderzoekers van Imares in Yerseke zijn verhuisd naar Livestock Research in Wageningen. Op de campus kunnen ze beter samenwerken met de dieronderzoekers, zegt Wout Abbink.

<foto: de yellow-tail kingfish, van Robbert Blonk>

Drie onderzoekers van Imares, waaronder Abbink, zitten inmiddels bij het Animal Breeding and Genomics Centre in Radix. De voedings- en welzijnsonderzoeker voor visteelt uit Yerseke, Jeroen Kals en Hans van de Vis, zijn ondergebracht in Zodiac op de Wageningse campus. ‘Visteelt wordt nu geschaard onder de landbouwhuisdieren’, zegt Abbink. De vijf hebben besloten om eens in de twee weken bijeen te komen, om hun visteeltonderzoek goed af te stemmen.

Ze werken onder andere aan de introductie van de yellow-tail kingfish in Europa. Dit familielid van de horsmakreel, dat van nature voorkomt in de Indische en Grote Oceaan, wordt in diverse landen met veel succes gekweekt in kooien. Omdat de kingfish (Seriola lalandi) erg gewild is in de Japanse sushi, is het inmiddels de meest gekweekte vissoort in Japan. ‘Het is een sterke vis, ze groeien goed en planten zich voort in gevangenschap’, somt Abbink de voordelen op. ‘Bovendien is de prijs goed, ze zitten in het dure segment.’

Toch staat yellow-tail kingfish van Hollandse bodem nog niet op de menukaart van de restaurants. Het bedrijf Silt BV, dat de vis in 2011 ging kweken in bassins op land, ging vorig jaar failliet. ‘Er trad teveel sterfte op’, zegt Abbink, die een doorstart van het bedrijf verwacht. Een nieuwe vissoort kweken gaat nooit in één keer goed, weet de onderzoeker. ‘We moeten de vis en het kweeksysteem in tanks op elkaar afstemmen.’

Daarom houdt Arjan Palstra, een collega van Abbink, zich nu bezig met de zwemfysiologie van de kingfish. Hij creëert een bepaalde stroming in de tanks, zodat de vis met een bepaalde snelheid tegen deze stroming in zwemt en meer spiermassa ontwikkelt. Dat zwemprotocol, dat verschilt per vissoort, maakt hen fitter en robuuster. Een andere collega, Robbert Blonk, kijkt naar mogelijkheden voor fokkerij. ‘We gebruiken nu dieren waarvan de ouders nog zijn opgegroeid in het wild. Deze dieren moeten nu in grotere dichtheden in tanks opgroeien. We moeten dus selecteren op dieren die sterk en gezond kunnen blijven in een kwekerij.’

Ook doet de groep onderzoek naar belangrijke kweekvissen als de paling, zeebaars, zeebrasem, Atlantische zalm en Nijltilapia. Op de campus in Wageningen verwachten de onderzoekers nauwer samen te werken met andere expertisegroepen, zodat ze zich meer kunnen onderscheiden in het Nederlandse en internationale aquacultuuronderzoek.


Re:ageer