Wetenschap - 26 november 2018

Veen daalt meer dan de kaart zegt

tekst:
Roelof Kleis

De bodem in het westen van Nederland daalt flink, blijkt uit de nieuwe Bodemdalingskaart. Maar in het echt is het nog erger, zegt veen-expert Jan van den Akker.

© Shutterstock

Van den Akker (Bodem, Water en Landgebruik) is veenexpert en bestuurslid van het Veengenootschap. Volgens de nieuwe Bodemdalingskaart, gemaakt door het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-informatica (NCG) en TU Delft, daalt de bodem in het westen met 5 mm/jaar. Maar dat is een onderschatting van de werkelijke omvang. ‘In het Groene Hart gaat het dubbel zo hard, tot wel een centimeter per jaar.’

De kaart trok de aandacht van de landelijke media, omdat de onderzoekers voor het eerst onderscheid konden maken tussen de diepe oorzaken van bodemdaling (zoals gaswinning) en de effecten in de bovenste paar meter.

Klopt de kaart niet?
‘Het heeft met de manier van meten te maken. De bodemdaling is gebaseerd op satellietmetingen. De satelliet meet met radar reflecties door vaste elementen. Een dakgoot, een plat dak, wegdek, etc. Dat geeft een heel goed beeld van de daling in de gebouwde omgeving. In een stad als Gouda bijvoorbeeld, kun je per straat zien welke huizen goed gefundeerd zijn en welke niet. Maar grasland reflecteert niet goed. De kaart geeft dus geen goed beeld van de situatie in het veenweidegebied.’

Is het daar erger?
'Ja. In het veenweidegebied meten wij met meetpunten die op vaste zandlagen staan. Daar meet je dus de echte daling van slappe bodems als veen ten opzichte van een vaste ondergrond. In het Groene Hart kom je dan in de veenweiden tot bodemdaling van wel een centimeter per jaar. Dat is behoorlijk veel.’

En de afgelopen droge zomer?
‘De fluctuaties in de tijd zijn groot. Veen is een spons. In het voorjaar is het veen heel nat, want het heeft de hele winter de tijd gehad om water op te nemen. Gedurende de zomer zakt het grondwaterpeil tot onder het slootpeil en droogt het veen normaal gesproken een paar centimeter in. Maar de afgelopen zomer is de grondwaterstand tot soms een meter diepte
gezakt. De bodem in het veenweidegebied is daardoor op sommige plekken wel 10 centimeter gedaald. Vooral in het midden van de percelen, want die zijn het verst verwijderd van de omringende sloten. Het probleem nu is dat we ook een droog najaar hebben. Het is dus de vraag of het veen zich in de winter weer voldoende water opneemt. Hoe warmer en droger, hoe meer veen oxideert aan de lucht, hoe meer CO2 er dus vrijkomt en hoe meer de bodem daalt.’

Valt er iets te doen tegen de dalende veenbodems?
Het meest voor de hand liggend is het waterpeil in de sloten te verhogen. Maar dat is onaanvaardbaar voor de boeren. Het slootpeil zou dan 15-20 centimeter onder maaiveld moeten worden. En dat is heel hoog. In natte periodes kunnen koeien en machines het land dan niet op. Een alternatief is het land te draineren met onderwaterdrains. Dat zijn buizen die je onder het slootpeil legt. Om de vier meter een drain over de hele lengte van het perceel, die het grondwaterpeil richting het slootpeil brengen. Wij zijn al sinds 2003 bezig daarmee te experimenteren. Als pilot is inmiddels een polder van 300 hectare (Lange Weide) op die manier van drains voorzien. Zo’n drain aanleggen kost een euro per meter.’


Re:ageer