Wetenschap - 26 maart 2020

Van dit plantje kun je zeep en shampoo maken

tekst:
Albert Sikkema

Veel van onze zeep en shampoos worden nu gemaakt met olie uit palmpitten. Maar dat kan ook met olie uit de huttentut, een plantje van Nederlandse bodem. Promovendus Jarst van Belle veredelde een huttentut met de juiste vetzuursamenstelling.

©Jarst van Belle

De huttentut is een onopvallende plant die van nature in Nederland voorkomt. De Camelina sativa, zoals-ie officieel heet, lijkt op koolzaad, niet alleen qua uiterlijk, maar ook omdat de zaden veel olie bevatten. Vroeger werd de huttentut gebruikt in lampenolie en smeermiddel. Dat oliegehalte kan een stuk specifieker, toonde promovendus Jarst van Belle met veredelingsproeven aan. Daardoor kan de huttentut mogelijk concurreren met de palmpitolie die nu in zeep wordt verwerkt.

Olieprofiel
Van Belle richtte zich met name op de samenstelling van het olieprofiel van de zaden. Met behulp van CRISPR/Cas9 zorgde hij ervoor dat de hoeveelheid middellange vetzuurketen (MCFA) en enkelvoudig onverzadigde vetzuren (MUFA) toenamen. Deze vetzuren dienen als grondstof in biobased producten als plastics, smeermiddelen en bouwstenen voor polymeren. Nu importeren Europese producenten deze vetzuren in de vorm van palmpitten en kokosolie uit tropische landen. De EU wil minder afhankelijk zijn van deze importen en financierde het onderzoeksproject Cosmos om alternatieven te vinden. Food and Biobased Research van WUR, die het EU-project coördineerde, onderzocht de camelina.

Plantengenen
Doel van Van Belle was om de hele plant te benutten, dus zowel de olie uit de pitten als de eiwitten uit de rest van de huttenhut. Van nature maakt de camelina veel meervoudig onverzadigde vetzuren aan, maar die wilde de promovendus niet. Met behulp van CRISPR/Cas9 wist hij drie plantengenen uit te zetten, waardoor het gehalte van deze ongunstige vetzuren daalde van 53 naar 5 procent en het gehalte aan nuttige vetzuren fors toenam. Bovendien gebruikte hij CRISPR/Cas om de productie van een smaakstof in de plant uit te zetten, waardoor de eiwitten van de camelina beter zijn te verwerken in veevoer.

Shampoo
De oliën van de huttentut dienen vooral voor industriële toepassing, zegt Robert van Loo, copromotor van Van Belle. Een Frans bedrijf, dat deelnam aan het EU-project, knipt de vetzuren uit de huttentut in twee stukken. De korte vetzuren, die nu uit palmolie worden gewonnen, zijn geschikt om shampoos en zeep te maken. Van de langere aminozuren worden bijvoorbeeld nylon kousen gemaakt. Verder kan de huttentut als grondstof dienen van de vliegtuigbrandstof kerosine. In alle gevallen is het productieproces nog niet concurrerend met de verwerking van geïmporteerde olie.

Marginale grond
Maar dat kan komen. Van Belle werkte tijdens zijn promotie bij het Canadese bedrijf Linnaeus Plant Sciences dat dit oliegewas veredelt. In Canada wordt de camelina al op een oppervlak van zo’n 10.000 hectare geteeld voor de productie van vis- en veevoer. Van Loo denkt dat de plant, die goed tegen droogte kan, ook prima kan worden geteeld op marginale landbouwgrond in Zuid-Europa. Maar daarvoor moet eerst de biobased productieketen van camelina van de grond komen.

Sleutelen
‘Het mooie is dat je heel veel kunt sleutelen aan de route van de productie van oliën in deze plant’, zegt Van Belle. ‘Het liefst willen we zoveel mogelijk van onze gewenste oliën hebben en weinig andere oliën. Dat maakt verdere verwerking efficiënter en goedkoper.’

De vraag is wel of Europese telers de verbeterde huttentut als eerste in productie kunnen nemen. Van Belle had CRISPR/Cas9 nodig om snel – in enkele maanden - meerdere genen te kunnen uitzetten. Via het gangbare veredelingsproces van kruising en selectie zou hij daar jaren mee bezig zijn geweest. Zolang CRISPR/Cas onder het gmo-toelatingsregime van de EU valt, is het waarschijnlijk dat de teelt ervan als eerste buiten Europa plaatsvindt.

Jarst van Belle promoveerde op 24 maart – via Skype – bij Richard Visser, hoogleraar Plantenveredeling


Re:ageer