Wetenschap - 15 mei 2019

Van Rijn: meer geld naar bèta-techniek

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau

Universiteiten en hogescholen moeten voor hun bekostiging snel minder afhankelijk worden van studentenaantallen, adviseert de commissie-Van Rijn. Ook moet een groter deel van het bestaande budget naar bèta-technische opleidingen. Wageningen University zou er volgens dit advies de komende jaren 2,5 procent bij krijgen, ofwel 5,5 miljoen euro.

Het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek is van hoge kwaliteit, maar dat is niet lang meer vol te houden, staat in het advies dat de commissie onder leiding van voormalig staatssecretaris Martin van Rijn vandaag presenteerde. Studenten en docenten ervaren steeds meer druk, de balans tussen onderwijs en onderzoek is zoek en de student-gebonden bekostiging is een ‘pervers mechanisme’ dat tot een race to the bottom dreigt te leiden.

Mist
Het huidige systeem is onvoldoende transparant (‘we sturen in de mist’) en moedigt instellingen aan om zo veel mogelijk studenten aan te trekken, onder meer door Engelstalige en nieuwe opleidingen te starten. Dat zorgt voor capaciteitsproblemen en studentenstops, zelfs bij bèta-technische opleidingen. Bovendien gaan onderwijs en onderzoek elkaar verdringen, waarschuwt Van Rijn, omdat de onderzoeksbekostiging geen gelijke tred houdt met de groei van het aantal studenten.

Verschuiving
De perverse groeiprikkel moet daarom worden teruggedrongen, vindt de commissie, en snel ook: al in 2020 moet het vaste deel van de onderwijsbekostiging worden vergroot en het variabele, student-gebonden deel verkleind. Het gaat om een verschuiving van 300 miljoen in het wo en 250 miljoen in het hbo.
Voor de lange termijn vindt de commissie het belangrijk dat de studenteninstroom en de bekostiging van opleidingen meer afhankelijk worden van de behoefte van de arbeidsmarkt.

Bèta-techniek
Omstreden is de aanbeveling van Van Rijn om universiteiten met bèta-technische opleidingen het grootste deel van dit verschoven budget te gunnen, namelijk 250 miljoen. Voorwaarde is wel dat ze beter gaan samenwerken en studiesucces van hun studenten verbeteren.

De overige 50 miljoen is bedoeld voor universiteiten met relatief veel studenten die overstappen van andere instellingen (‘externe switchers’), zoals Leiden en de beide Amsterdamse universiteiten. Extra bekostiging voor schakelstudenten die een universitaire master willen volgen, vindt de commissie Van Rijn niet nodig.

TU’s
Het resultaat van dit alles is dat er in 2019 netto 70 miljoen euro wordt verschoven tussen de universiteiten. De vier technische universiteiten profiteren daarvan het meest. Welke disciplines het meest zullen lijden onder de budgetverschuivingen wordt niet duidelijk in het rapport.

Ontwrichtend
Ook de concurrentie om onderzoeksbekostiging is volgens de commissie doorgeschoten. De afhankelijkheid van tijdelijke onder­zoeksmiddelen uit de tweede en derde geldstroom is te sterk toegenomen en werkt ontwrichtend doordat onderzoekers telkens weer nieuwe aanvragen moeten doen. Bovendien eisen externe financiers vaak dat instellingen zelf ook geld of capaciteit inzetten (matching), wat weer ten koste gaat van de basisfinanciering (eerste geldstroom). Van Rijn adviseert een overheveling van NWO naar de universiteiten van 100 miljoen euro, maar de universiteiten moeten dan wel beter samenwerken.

Minister Van Engelshoven is onder de indruk van het rapport, zei ze bij de presentatie. Ze beseft dat ene instelling er geld bij krijgt als het onderwijsbudget gelijk blijft en dat de andere dan moet inleveren. ‘Ik zal mij hard maken voor een zachte landing. Ik heb heel goede hoop dat er bij de Voorjaarsnota extra ruimte voor komt.’


Re:ageer