Wetenschap - 2 juni 2020

Studie naar bestrijding plaagrups

tekst:
Roelof Kleis

De eikenprocessierups is een blijvertje. WUR gaat uitzoeken hoe de bestrijding van de rups beter kan, waardoor de overlast vermindert.

© Roelof Kleis

De eikenprocessierups is al tientallen jaren actief in ons land. Gemeenten met veel overlast bedenken van alles om de rupsen te bestrijden. Met wisselend succes Een sluitende aanpak is er niet. Wel een leidraad die gemeenten adviseert over de verschillende methoden. Maar de onderbouwing van die adviezen laat te wensen over. Nieuw onderzoek wil daar wat aan doen.

Consortium
Een consortium van twintig partijen, waaronder het (WUR) Kenniscentrum Eikenprocessierups, elf gemeenten en de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren nemen deel aan het onderzoek, dat mede wordt gefinancierd door de Topsector Tuinbouw. WUR en het Kenniscentrum voeren de studie uit, onder leiding van ecoloog Joop Spijker. Hij is een veteraan wat de plaagrups betreft.

Het doel is niet meer om het beestje uit te roeien. Dat is feitelijk niet meer mogelijk
Joop Spijker, ecoloog

‘Ik ben al sinds de jaren negentig met die rups bezig’, zegt Spijker, ‘toen het beestje zijn intrede deed in Brabant.’ Spijker hielp mee aan de eerste Leidraad Beheersing Eikenprocessierups, die vorig jaar een update kreeg. Desondanks heeft de rups langzamerhand heel Nederland in de greep. ‘We moeten leren leven met de rups. Het doel is niet meer om het beestje uit te roeien. Dat is feitelijk niet meer mogelijk. Het is wel mogelijk om de aanpak te verbeteren.’

Dat begint met inzicht in de ontwikkeling van het aantal rupsen en vlinders. In de elf deelnemende gemeenten worden dit en volgend jaar de beestjes op een gestandaardiseerde manier in kaart gebracht. Dat maakt het mogelijk om de effectiviteit van de verschillende bestrijdingsmethoden die gemeente gebruiken te vergelijken. Spijker maakt daarnaast gebruik van feromonen-vallen om de vlinders te monitoren.

©Shutterstock
©Shutterstock

Naast zicht op de aantallen rupsen wil het onderzoek ook de overlast monitoren. Samen met het Nivel (onderzoek van de gezondheidszorg) worden de gezondheidsklachten in kaart gebracht. Spijker: ‘We proberen een koppeling te leggen tussen het aantal rupsen en het huisartsenbezoek. Op die manier krijg je een beeld van de maatschappelijke schade.’ Die schade is voor beleidsmakers van belang bij het nemen van besluiten over maatregelen tegen de rups.

Jeuk
Volgens cijfers van het Nivel bezochten in Overijssel, Brabant en Utrecht eind juni en begin juli vorig jaar 150 van elke 100.000 mensen de huisarts voor klachten over jeuk. Voor kinderen lag het getal nog hoger. Van de elf deelnemende gemeenten ligt het merendeel in deze provincies. Het gaat om gemeenten met veel natuur en groen, zoals Ede, Amersfoort, Bergeijk, Dalfsen en Scherpenzeel.

Het uiteindelijk doel van het twee jaar durende onderzoek is een nieuwe leidraad. Spijker: ‘Eentje met beter onderbouwde adviezen over wat wel en niet werkt. Met eventueel nieuwe adviezen over effectieve en kostenefficiënte maatregelen die niet ten koste gaan van de biodiversiteit.’ Bij WUR gaan drie mensen met de studie aan de slag. Naast Spijker is dat bioloog Arnold van Vliet (namens het Kenniscentrum) en Hidde Hofhuis (Milieusysteemanalyse).


Re:ageer