Wetenschap - 1 januari 1970

Samen vechten tegen zout water

2

Met de zeespiegelstijging neemt ook de verzilting in onze kustzone toe. Voor de oplossing van verziltingsproblemen bevelen Wageningse onderzoekers intensief polderoverleg aan. Dan ontstaat iets dat niet is opgelegd, dat draagvlak heeft en mogelijk snel wordt geïmplementeerd. Een verziltingstoets moet helpen bij het afwegen van de kosten en baten van de maatregelen.

Onze zeedijken en duinen houden de golven tegen, maar toch komt zeewater ons land binnen. Het stroomt onder dijken en duinen door en komt vanuit diepe grondlagen naar boven zetten. Door de stijging van de zeespiegel en bodemdaling komt steeds méér zoute kwel naar boven. Geleidelijk aan wordt het grond- en oppervlaktewater in onze polders zouter. Ook via riviermondingen en kanalen komt zout water landinwaarts. De Nieuwe Waterweg en het Noordzeekanaal zijn hiervan beruchte voorbeelden . In de afgelopen jaren is ook duidelijk geworden dat de Rijn en de Maas in de zomer minder water aanvoeren, waardoor de zoute getijdestroom verder landinwaarts voert.
‘Het probleem van verzilting wordt steeds nijpender. Het speelt in de meeste polders in Nederland. Waterschappen moeten zoet water aanvoeren voor de landbouw. De zoutste provincie in ons land, Zeeland, importeert bijvoorbeeld zoet water uit Brabant’, zegt ir. Luc van Hoof van het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (Rivo). De onderzoeker werkt mee aan het onderzoeksproject Leven in de Zilte Zoom. Ook Alterra, Plant Research International en Praktijkonderzoek Plant & Omgeving werken eraan mee. De eerste resultaten presenteerden zij op vrijdag 25 november tijdens een ‘kennisatelier’ bij Alterra. Het project is één van de zogeheten ´kennissprongen´ van Wageningen UR en er is een miljoen euro voor uitgetrokken. Het is de verwachting dat er vanuit onder meer waterschappen en Rijkswaterstaat een grote vraag ontstaat naar expertise op het gebied van verzilting.

Texel
De Wageningers hebben in de afgelopen twee jaar onderzocht hoe de besluitvorming voor polders met verziltingsproblemen het beste geregeld kan worden. Texel en de kop van Noord-Holland fungeerden als proefgebieden. Verschillende belanghebbenden zijn daarbij rond de tafel gezet, en het werd duidelijk dat een open planvormingsproces zo zijn voordelen heeft. Het idee is hierbij dat beleidsmakers samen met waterschappen, boeren, vissers, natuurorganisaties, toerismebedrijven en andere belanghebbenden echt gezamenlijk een nieuwe polder ontwerpen, in plaats van dat ze achteraf kunnen reageren op een plan van de overheid.
Volgens Van Hoof zijn er genoeg voorbeelden van slechte planvorming waarbij pas achteraf naar burgers is geluisterd: ‘Het moet niet zo gaan zoals bij de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn. Dat zijn uitstekende ingenieurswerken, maar er kwam weinig inspraak aan te pas. Eerst werd het plan ontwikkeld en pas achteraf werd geprobeerd om er draagvlak voor te vinden.’ Dat zou volgens Van Hoof andersom moeten. Eerst de wensen en de verschillende claims op een gebied in kaart brengen, en dan brainstormen en gezamenlijk een plan maken. Een ver doorgevoerd polderoverleg. ‘Er ontstaat dan iets dat niet is opgelegd. Ik denk niet dat het te veel tijd kost. De uiteindelijke oplossing heeft meer draagvlak en zal daarom vermoedelijk sneller geïmplementeerd worden.’

Bollenboer
Het draait allemaal om de vraag hoe we onze polders zoet houden of hoe we juist gebruik kunnen maken van de verzilting. Want verzilting hoeft niet altijd koste wat het kost worden tegengegaan, bleek ook tijdens de bijeenkomsten op Texel en in Noord-Holland. Van Hoof: ‘We kunnen verzilting accepteren en bijvoorbeeld een nieuw natuurgebied ontwikkelen, misschien zelfs door zout water in te laten. Zilte natuur is mooi. Denk aan kwelders en schelpdieren zoals kokkels. De toerismesector zou er ook van kunnen profiteren.’
Agrariërs maken hier niet graag plaats voor zou je denken, maar bij het herinrichten van polders gaat het er volgens Van Hoof ook om hoe boeren zichzelf zien. ‘Tijdens de bijeenkomsten die we hebben georganiseerd bleek dat de ene boer zichzelf bijvoorbeeld bollenboer noemt, maar de ander noemt zichzelf ondernemer en staat open voor een andere invulling van zijn werk op het land, bijvoorbeeld als natuurbeheerder.’
Bij acceptatie van verzilting hoeft de landbouw daarom zeker niet automatisch te verdwijnen. Boeren zouden kunnen overstappen op zoutminnende gewassen. Van Hoof: ‘Bepaalde aspergesoorten zijn bijvoorbeeld goed bestand tegen brak water. En je kunt ook schapen houden op zilte gronden.’ In sommige gebieden weten boeren zich goed aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Op Texel realiseren bloembollentelers ondanks de zeer beperkte zoetwatervoorraad in de bodem toch een goede productie door zoveel mogelijk gebruik te maken van regenwater.

Kosten
Om de verzilting het hoofd te bieden kan je er ook voor kiezen om alle mogelijke technische maatregelen uit de kast halen. Zo bestudeert Waterschap Rijnland of het mogelijk is om zoet water in de winter in waterbekkens op te slaan en te gebruiken bij onvoldoende aanvoer van zoet water uit de Hollandse IJssel. Ook bekijken ze of zoet water uit ander water dan de Hollandse IJssel is te onttrekken.
Een andere optie is het waterpeil in de polders te verhogen. Daardoor vermindert de opwaartse druk van de zoute kwel en komt dit water niet of in ieder geval minder in het oppervlaktewater terecht. Waterschappen worden zo echter wel op hoge kosten gedreven. Wageningse onderzoekers willen hierover meer duidelijkheid krijgen en ontwikkelen de zogenaamde verziltingstoets. Het is een idee van PPO Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten. Een van de bedenkers is ing. Geert Hermans, business developer bij PPO: ‘We gaan een methode ontwikkelen om de kosten en baten van maatregelen tegen verzilting te berekenen. Waterschappen kunnen bijvoorbeeld meer zoet water inlaten maar dat kost geld. Zoet water wordt schaars in Nederland. Wegen de baten wel op tegen de kosten? Waterschappen hebben daar nog geen scherp beeld van. Een alternatief licht dan misschien in het telen van zoutminnende gewassen, een natuurgebied creëren of het gebied aanwijzen voor woningbouw.’
Hermans kwam op het idee in de droge zomer van 2003, toen kosten noch moeite werden gespaard om zoet water vanuit het IJsselmeer naar West-Nederland te voeren via allerlei sluizen en kanalen. De verzilting bracht destijds de landbouw in gevaar. Maar het pompen was een ingewikkelde, dure operatie, omdat complete waterstromen een andere kant op gestuwd moesten worden, en het is de vraag of het de moeite wel waard was. Hermans: ‘Aanpak van verzilting staat nog niet echt hoog op de agenda van waterschappen. Maar dat zal over een paar jaar anders zijn. Waterbeheerders zouden diverse maatregelen moeten kunnen doorrekenen en beslissen hoeveel moeite ze nu eigenlijk willen doen om hun gebied zoet te houden.’

Hugo Bouter

Re:acties 2

  • Peter

    hallo, weet iemand de beste manieren om water op te slaan als boer.

    Reageer
  • jef peters

    hallo, ik re:ageer

    Reageer

Re:ageer