Wetenschap - 26 april 2016

Populaire koolmees is niet socialer

tekst:
Roelof Kleis

Brutale koolmezen hebben de halve wereld. Ze nemen een centrale positie in de koolmezengemeenschap in. Maar dat maakt ze nog niet socialer.

Dat is een belangrijke conclusie uit het onderzoek naar de rol van persoonlijkheid in de sociale netwerken van koolmezen. Lysanne Snijders verdedigt vrijdag haar proefschrift hierover. To tweet or not to tweet, heet het werkstuk. Geen knipoog naar het 400-ste sterfjaar van William Shakespeare, zegt Snijders. ‘Het is toeval. Ik heb het er niet om gedaan.’

Koolmezen hebben, evenals alle zoogdieren, een persoonlijkheid. Met exploratietesten (hoe snel verken je een nieuwe omgeving of een onbekend object) hangen gedragswetenschappers labeltjes aan die persoonlijkheid. Zo heb je ondernemende, brutale koolmezen aan de ene kant van het spectrum en weinig ondernemende en schuwe vogeltjes aan het andere eind. Heeft die persoonlijkheid invloed op de positie van een koolmees in zijn eigen kring?

Ja, is het besliste antwoord van Snijders op basis van haar onderzoek. Schuwe koolmezen bevinden zich aan de randen van de sociale netwerken. Vrij vertaald: ze zijn niet zo populair. Ondernemende koolmezen daarentegen nemen een centrale positie in en hebben dus veel sociale contacten. Ze zijn ook agressiever en nemen veel meer risico’s. Dat verklaart mogelijk
waarom ze minder terughoudend zijn in hun sociale contacten.

Snijders gebruikte voor het onderzoek een groot aantal koolmezen met kleine zendertjes op hun rug. De vogels leven in bos Westerheide bij Arnhem, het koolmezenlab van het NIOO waar ook Wageningen UR gebruik van maakt. De techniek maakte het voor het eerst mogelijk om van meerdere koolmezen tegelijk de where-abouts vast te leggen en zo de sociale netwerken van een populatie gedurende langere tijd (een maand) vast te leggen.

Populaire koolmezen in het wild doen mogelijk meer sociale contacten op, omdat ze meer op populaire hang-out spots zitten
Lysanne Snijders

Maar zijn populaire koolmezen ook echt socialer? Uit labonderzoek blijkt van niet. Snijders bestudeerde koolmezen als ze in contact komen met een videoscherm zonder of met een vreemde soortgenoot. Brutalere koolmezen blijken, anders dan verwacht,  juist veel minder
interactie met de koolmees op het scherm te zoeken dan de schuwe koolmezen. ‘De
ondernemende koolmezen worden dus niet gedreven door sociale motivatie’, concludeert Snijders.

Maar hier past wel een kanttekening. Een labproef is geen veldproef. De koolmezen hebben volgens Snijders mogelijk al snel in de gaten dat het vogeltje op het scherm ongevaarlijk is. De schuwe vogels durven daardoor meer, de brutale vogels zijn minder geïnteresseerd. Een andere verklaring voor de centrale positie van sommige koolmezen is wat Snijders het koffieautomaten-effect noem. ‘Populaire koolmezen in het wild doen mogelijk meer sociale contacten op omdat ze meer op populaire hang-out spots zitten. Plekken met veel voedsel bijvoorbeeld. Of ze hebben zelf met hun extraverte gedag een grote aantrekkingskracht op andere mezen.’

Snijders onderzocht ook de invloed van zang op sociale netwerken. Die verbanden zijn minder eenduidig. Zij vond bijvoorbeeld geen verband tussen persoonlijkheid van koolmezen en hun zangactiviteit.  Brutale mannetjes zingen daarentegen wel meer in de broedtijd. Interessant is ook de reactie van koolmezen op de zang van een gesimuleerde indringer. Brutale koolmezen gaan op onderzoek uit naar zo’n indringer. Koolmezen die schuwer reageren op een indringer verdedigen hun territorium juist door actiever te zingen.


Re:ageer