Wetenschap - 14 november 2016

Plastic met zeegeur? Onrealistisch!

tekst:
Roelof Kleis

Stormvogels eten plastic omdat ze denken dat het voedsel is. Een geursignaal door algen zou die vergissing veroorzaken. Bioloog Jan Andries van Franeker van Marine Research in Den Helder gelooft er weinig van.

Van Franeker reageert daarmee op Amerikaans onderzoek van UC Davis dat afgelopen week internationaal aandacht trok. ‘Een aardige theorie', vindt hij, 'maar zwak onderbouwd.’ Resource vroeg waarom.

Kunnen zeevogels eigenlijk goed ruiken?

‘Er zijn vrij grote verschillen tussen zeevogels wat betreft hun reukvermogen. Stormvogels horen inderdaad tot de groep die goed kunnen ruiken. Ze gebruiken dat vermogen om voedsel te vinden en om bijvoorbeeld bij slecht weer de weg terug te vinden naar de kolonie of de plek
in de kolonie. Er is geen twijfel dat reuk een rol speelt in hun leven.’

Geur kan dus een rol spelen bij het eten van plastic?

‘Dat is niet helemaal een rare gedachte. Vogels gaan af op hun reuk, bijvoorbeeld als schepen hun afval uit de kombuis overboord zetten. Geursignalen spelen een rol bij de voedselinname van sommige zeevogels. Het probleem met deze studie is dat de auteurs geen overtuigend bewijs aandragen voor een link tussen plastic op de oceaan en een geursignaal.’

De onderzoekers hebben het signaal alleen in het lab aangetoond
Jan Andries van Franeker

En het geursignaal dan, dat algen afgeven die zich aan plastic hechten?

‘Het geursignaal DMS (dimethylsulfide) ontstaat normaliter als fytoplankton (vrij zwevende algen) wordt aangevreten door zoöplankton. Sommige algen hechten zich als een biofilm aan plastic. Als zoöplankton die biofilm aanvreet, komt het DMS-signaal vrij waar vogels op af zouden komen. Vogels eten zoöplankton.

plasticafvalinpotvis.jpg

Dus het kan in theorie wel?

‘Geursignalen op open zee spelen een rol bij het vinden van grote voedselgebieden. Maar het is onwaarschijnlijk dat door plastic afgegeven DMS hierin een grote rol speelt. Plekken met veel plastic moeten dan een geursignaal afgeven dat dichtheden van door zoöplankton begraasde algenbloei vereist. Dat is echt een onrealistische aanname. De onderzoekers hebben het signaal alleen in het lab aangetoond.’

Onzin dus?

‘Mijns inziens kan DMS op zijn best een heel indirecte rol spelen. Maar waar ik fel op tegen ben is de beleidsaanbeveling die de onderzoekers vervolgens doen. Om algengroei op plastic tegen te gaan, bevelen ze het gebruik van zogeheten anti-fouling middelen aan. Dat is echt rotzooi. Je gaat dan toxische stoffen toevoegen die mogelijk een werking hebben als het plastic ooit in zee terechtkomt. Zo’n middel is vele malen erger dan de veronderstelde kwaal.’


Re:ageer