Wetenschap - 19 december 2012

Plan voor behoud van de rivierkreeft

Europese rivierkreeft bijna verdwenen uit Nederland.
Kweekprogramma moet het dier redden.

8-Europese-rivierkreeft-Foto-Fabrice-Ottburg-%281%29.jpg
 Anno 2012 is er nog exact één Nederlandse populatie van de Europese rivierkreeft: enkele honderden dieren die in een Arnhemse vijver leven. Niet eens een ideale plek, maar zo geïsoleerd dat kreeften overleefden. 'Het is eigenlijk een wonder dat het al zo lang goed gaat,' zegt onderzoeker Fabrice Ottburg van Alterra. In het verleden leefde de kreeft nog door heel Zuidoost-Nederland in beken, rivieren en plassen.
In november presenteerde Alterra, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, een rapport over het wegkwijnende waterdier. Zo'n twintig organisaties, overheden, waterschappen en natuurorganisaties, schaarden zich achter het plan, dat voorziet in de monitoring, kweek en herintroductie van de enige oorspronkelijke Nederlandse kreeft. Samen met Geldersch Landschap heeft Alterra dit jaar de eerste kreeften gekweekt die komende zomer worden uitgezet. Dat geeft tien extra leefplekken zodat de soort niet plotseling verdwijnt. 'Risicospreiding' noemt Ottburg het. Om de overlevingskans voor de kreeft te vergroten, kiezen de onderzoekers uitzetlocaties zonder natuurlijke vijanden.
Prachtige beesten
Eerdere herintroducties in Duitsland waren zeer succesvol, vertelt Ottburg. Er is dus reden voor optimisme. Bovendien zijn voorname oorzaken voor de terugloop weggenomen; de kanalisatie van beken, waterverontreiniging en de komst van exotische rivierkreeften. Ottburg: 'De laatste tien, vijftien jaren krijgen beken juist weer ruimte om te meanderen en is de waterkwaliteit verbeterd, zo vormen zich weer diverse leefgebieden.' Toch zijn er nog steeds bedreigingen. Zoals concurrentie door invasieve en soms ziekte dragende kreeftsoorten.  
Opvallend is dat Alterra in 2003 al een rapport uitbracht over de rivierkreeft met een analyse en aanbevelingen die nog altijd actueel zijn. 'Ik weet niet waarom het plan toen niet van de grond kwam,' vertelt Ottburg, die in 2003 niet betrokken was. 'Dit zijn vaak zaken van de lange adem. Er moet een "gek" zijn die de kar wil trekken en soms is de politieke wil er niet.' Ditmaal wil Ottburg, met collega Ivo Roessink en het Geldersch Landschap, het voortouw nemen: 'Het zijn prachtige beesten,' zegt hij. 'Ik vind dat we dit niet door onze vingers moeten laten glippen.' 
 

Re:ageer