Wetenschap - 4 april 2017

‘Oude koeienrassen zijn cultureel erfgoed’

tekst:
Tessa Louwerens

Om de fosfaatuitstoot te verminderen, moet de Nederlandse melkveestapel van de overheid inkrimpen. Dit vormt een bedreiging voor oud-Hollandse koeienrassen, die sowieso al in de ‘gevarenzone’ zitten, zegt Sipke Joost Hiemstra, programmaleider Genetische bronnen bij Wageningen Livestock Research.

(foto: Shutterstock)

Waarom worden deze oude rassen bedreigd?

‘Er zijn acht van oorsprong Nederlandse koeienrassen en zeven daarvan zijn bedreigd, dat wil zeggen dat er minder dan drieduizend vrouwelijke, zuivere fokdieren zijn. Dit is een trend die al langer gaande is. Vanaf de jaren zeventig zijn veehouders massaal overgestapt op de Holstein-Friesian, omdat dit ras veel meer melk produceert dan de oud-Hollandse rassen. Sommige boeren houden daarnaast ook zeldzame rassen, maar ze moeten ook aan hun portemonnee denken en als de veestapel moet krimpen, kijken ze als eerste naar de minder productieve dieren.’

Waarom is het belangrijk om deze rassen te behouden?

‘De oude rassen zijn deel van ons levende culturele erfgoed. Er wordt veel publiek geld uitgetrokken voor cultureel erfgoed in musea, maar niet voor het behoud van rassen. Binnen de Europese Unie bestaat hier wel subsidie voor en veel landen benutten die. De Nederlandse overheid ondersteunt projecten en initiatieven op dit gebied, maar zo’n subsidie zou ook helpen. In de intensievere veehouderij zijn de oude rassen niet het meest efficiënt, maar onder extensieve omstandigheden, zoals in de biologische veehouderij of in combinatie met natuurbeheer, doen ze het goed. Deze rassen hebben unieke eigenschappen en als we meer inzicht hebben in welke genen hierbij betrokken zijn, kunnen we dit benutten in de fokkerij.’

Is er nog hoop voor de oud-Hollandse koe?

‘Bij een eventuele ziekte-uitbraak kunnen zeldzame rassen worden uitgezonderd van ruimen. Het voorstel is om voor de fosfaatregeling ook een uitzondering te maken. Als dit niet gebeurt, zal de populatie waarschijnlijk nog verder krimpen. Terwijl het doel juist groei zou moeten zijn. Hobbyhouders, met minder dan vijf koeien, zijn wel vrijgesteld. Maar er zijn juist grotere bedrijven nodig om een ras in stand te houden. We kunnen wel een ras terugfokken met sperma uit onze genenbank. Dit duurt echter zes tot acht generaties. Het is een verzekering in uiterste nood, maar we moeten er alles aan doen om zo’n scenario te voorkomen.’

Lees ook eens:


Re:ageer