Wetenschap - 18 januari 2019

Opinie: Intensieve landbouw in Nederland herstelt geen kringlopen

tekst:
Gastredacteur

De nota van minister Schouten over kringlooplandbouw is behept met bijziendheden en open einden, betogen onderzoekers Jaap Schröder en Hein ten Berge. Het sluiten van de kringlopen zou moeten starten met de vraag: hoeveel veehouderij is er nu echt nodig?

© Shutterstock

Om de wereld te kunnen blijven voeden zonder extra klimaatschade en verlies van wildernis, is verdere intensivering van de landbouw nodig. Of dat ook voor Nederland moet gelden, is maar de vraag.

In haar nota ‘Landbouw, natuur en voedsel waardevol verbonden’ geeft minister Schouten van LNV aan dat biodiversiteit en klimaat kunnen profiteren van een betere benutting van grondstoffen. Zij wil daarom dat sectoren meer samenwerken en hun bijproducten niet weggooien maar juist hergebruiken. In zo’n ‘kringlooplandbouw’ zouden dieren bij voorkeur gevoerd moeten worden met voedselresten en gewassen zoals gras die de mens zelf niet kan eten. Bovendien wil de minister kunstmest zoveel mogelijk vervangen door dierlijke mest.

Onbesproken
Suggesties die niet onwaar zijn maar ook behept met bijziendheden en open einden. Zo laten Schoutens adviseurs een belangrijke oorzaak van de lage benutting van grondstoffen onbesproken en dat is de intensiteit van het mest- en kunstmestgebruik in Nederland. Als gevolg van de ‘wet van de afnemende meeropbrengst’ gaat, zelfs bij een hoge bodemkwaliteit en inzet van moderne technieken, immers een aanzienlijke fractie van de totale gift aan meststoffen verloren naar water en lucht. Hoe hoger de aanvoer van mest en kunstmest, des te ‘slordiger’ gaat het gewas daar mee om.

Gebruik meststoffen wat meer in landen die ze dringender nodig hebben, en waar de kans op schade kleiner is.

Daarom is in de eerste plaats een verlaging van de dosering nodig om emissies van meststoffen te beperken. Dat geldt zowel voor het verlies per hectare als per kilogram voedsel. In tegenstelling tot hetgeen de ministeriële nota suggereert worden biodiversiteit en klimaat in Nederland helemaal niet in de eerste plaats bedreigd door beperkt hergebruik van grondstoffen, maar veeleer door de hoge totale inzet van middelen en de bijbehorend hoge emissies, waaronder die van meststoffen.

Hein ten Berge is onderzoeker bij Wageningen Plant Research
Hein ten Berge is onderzoeker bij Wageningen Plant Research

Mestoverschot
De nota laat verder onvermeld dat vervanging van kunstmest door mest alleen mogelijk is zolang Nederland zelf veel dierlijke mest blijft produceren. Dit gebeurt dankzij een omvangrijke import van voeders die elders trouwens even goed met kunstmest gemaakt zijn. Als Nederland ‘onze’ mest dus deels hier wil houden als kunstmestvervanger, moeten landen die ons volledige mestoverschot vandaag nog importeren straks zelf méér kunstmest gaan gebruiken. Overigens is de fabricage van zulke kunstmestvervangers uit dierlijke mest zowel milieukundig als economisch niet per se positief. Mest is een relatief waterig product en het opwerken tot een geconcentreerd product vereist de inzet van dure infrastructuur en technieken.

Voor de goede orde: er is niks principieel mis met mest of kunstmest waar uitputting van bodemvruchtbaarheid moet worden voorkomen. Gebruik meststoffen daarom wat meer in landen die ze dringender nodig hebben, en waar de kans op schade kleiner is.

Jaap Schröder is onderzoeker bij Wageningen Plant Research
Jaap Schröder is onderzoeker bij Wageningen Plant Research

Dominant
Het werkelijk sluiten van kringlopen – of het nu in Nederland is of mondiaal - zou beter kunnen starten met de vraag hoeveel veehouderij nu echt nodig is om mensen gezond te houden, om bodems vruchtbaar te houden, om bijproducten tot geschikt voedsel op te werken, en om het grasland te benutten voor zover dat althans ongeschikt is voor de teelt van voedselgewassen. Voor Nederland als exporteur van dierlijke producten geldt bovendien de vraag: bij welke intensiteit (lees: omvang van de veestapel) worden verliezen zo dominant dat kringlopen zelfs niet bij benadering gesloten kunnen worden?

Pas daarna wordt de vraag relevant of ‘kringlooplandbouw’ ook gebaat is bij, zoals bepleit, de teelt van soja-vervangers in Nederland. Aan al dat soort vragen komt de ministeriële nota niet toe, wellicht omdat iedereen op zijn klompen aanvoelt dat extensivering van diëten en landgebruik geld kost. Zonder concessies op dat gebied blijft ‘kringlooplandbouw’ een vergezicht.

Wekelijks het laatste nieuws ontvangen over studeren en werken bij WUR? Schrijf je dan nu in voor de Resource nieuwsbrief