Wetenschap - 19 september 2019

Op zoek naar ruige dwergvleermuizen

tekst:
Roelof Kleis

Windmolens op de Noordzee vormen gevaarlijke obstakels voor trekkende vleermuizen. Door vijfhonderd dieren van zenders te voorzien, probeert WUR de gevolgen in kaart te brengen. Resource ging een ochtend op stap met het bat team van onderzoeker Sander Lagerveld.

tekst Roelof Kleis  foto’s Bram Belloni

Dinsdag, vleermuizendag. Voor bioloog Sander Lagerveld van Wageningen Marine Research en zijn bat team tenminste. In de nazomer, het topseizoen van de vleermuizentrek, zijn ze elke dinsdag op pad om vleermuizen te zenderen. De beestjes krijgen een piepklein apparaatje op de rug gelijmd, waarmee gedurende een paar weken hun gangen nauwkeurig worden nagegaan (zie kader).

Deze dinsdagmorgen staat het terrein van zorginstelling Noorderhaven in Julianadorp, in de kop van Noord-Holland, op het programma. Het team bestaat naast Lagerveld uit Anne-Jifke Haarsma van bureau Batweter en vrijwilliger Jan Boshamer. Lagervelds collega Bart Noort, de meetnetcoördinator, is er vandaag niet bij.

Migrerende vleermuizen

We treffen het niet met het weer. Het water komt met bakken uit de lucht en de enige paraplu in het gezelschap moet de apparatuur droog houden. Al snel is iedereen doorweekt. Dit is óók veldwerk.

In de auto op weg naar Julianadorp heeft Lagerveld het doel van de het vleermuizenproject uit de doeken gedaan. ‘Het is onderdeel van WOZEP, wat staat voor Windmolens Op Zee Ecologisch Programma. Voorheen lag de plicht om ecologisch onderzoek te doen naar de effecten van windenergie op zee bij de exploitant van de molens. Sinds 2016 doet de overheid die studie zelf, om antwoorden te vinden op ecologische vragen. Nieuw is bovendien dat niet alleen naar vogels en waterleven wordt gekeken, maar dat ook vleermuizen een belangrijke plek hebben gekregen in het onderzoek. We willen met name weten wat de windmolens op zee betekenen voor migrerende vleermuizen. Maar ook de lokale, niet trekkende vleermuizen komen wel eens op zee.’

Diertje van 8 gram

De focus van de vleermuisstudie ligt op de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Maar er is niks ruigs aan het kleine beestje, dat ineengedoken nauwelijks vijf centimeter lang is en eerder kwetsbaar en aandoenlijk oogt. Het diertje heeft een dikke vacht en een spanwijdte van ruim twintig centimeter. Een volwassen exemplaar weegt gemiddeld 8 gram.

Maar met dat geringe fysiek levert de dwergvleermuis indrukwekkende prestaties. ‘Het is een langeafstandstrekker’, zegt Lagerveld. ‘Het diertje legt tot wel tweeduizend kilometer af van de kraamkamers in Noordoost-Europa en de Baltische staten naar de overwinteringsgebieden in West- en Zuid-Europa.’ Dat wil zeggen: vooral de vrouwtjes doen dat. ‘De vrouwtjes leven daar in kraamkolonies, krijgen in de zomer een of twee jongen en migreren in het naseizoen met de jongen naar West- en Zuid-Europa.’ De jonge mannetjes maken de lange tocht dus maar één keer. ‘Ja, de vrouwtjes doen het meeste werk’, lacht Lagerveld. ‘Die zijn pas echt ruig.’

Gevaarlijke oversteek

De migratie van de ruige dwergvleermuis duurt maar een paar weken. De belangrijkste trekroute volgt de kustlijn van de Oost- en Noordzee. Bij Den Helder buigt die route abrupt af naar het zuiden. ‘Maar een deel van de vleermuizen gaat rechtdoor, de Noordzee op richting Engeland’, vertelt Lagerveld. ‘Hoe groot dat deel is, is onbekend. Dit project moet onder andere daar antwoord op geven. En ook verderop naar het zuiden kunnen ze oversteken.’ In die oversteek schuilt het gevaar. Vleermuizen botsen op draaiende windmolens of sneuvelen door zogeheten barotrauma: de impact van de drukgolf die de wieken veroorzaken.

Onderweg naar het zuiden wordt de basis voor een nieuwe generatie gelegd. ‘Op het moment dat de vrouwtjes langskomen, gaan de mannetjes baltsen’, gaat Lagerveld verder. De ruige dwergvleermuis is daarbij niet monogaam. ‘Populaire mannetjes hebben soms wel tot tien vrouwtjes in hun kast hangen. Maar ik denk niet dat we er vandaag veel zullen zien. Er is te veel westenwind geweest de laatste dagen. Ruige dwergvleermuizen migreren het liefst bij weinig wind of een lichte meewind en relatief hoge temperaturen. We zullen voornamelijk mannetjes zien die alleen in een kast hangen.’

Populaire mannetjes hebben soms wel tot tien vrouwtjes in hun kast hangen

Batman van Noord-Holland

Voor het zenderen maakt Lagerveld dankbaar gebruik van de vele vleermuiskasten die zijn opgehangen in de kop van Noord-Holland. Dit is het epicentrum van het vleermuizenonderzoek in ons land en vrijwilliger Jan Boshamer is de spil. De voormalig onderwijzer is de batman van Noord-Holland. De veelgebruikte platte kast, waar vleermuizen in kunnen overnachten, draagt zelfs zijn naam: de boshamerkast. ‘Maar ik heb ’m niet ontworpen hoor. Die kast bestaat al heel lang. Ik heb ‘m alleen simpeler gemaakt, zodat-ie open kan en makkelijker is schoon te maken.’

Boshamer is vrijwilliger bij het Noord-Hollands Landschap en Staatsbosbeheer. De eerste kasten plaatste hij in 1987. ‘Er moest een eendenkooi worden ontmanteld en daar bleken veel vleermuizen in te zitten. Wat te doen? We hebben toen kasten opgehangen.’ En van het een kwam het ander. Zijn verzameling omvat inmiddels rond de 250 kasten, die hij met ijzeren regelmaat langsloopt. Hij doet dat al ruim dertig jaar. ‘En ik wil de vijftig nog volmaken’, zegt hij. ‘Vleermuizen zijn waanzinnig fascinerende beesten. Destijds, toen ik eraan begon, was nog bijna niemand met vleermuizen bezig. Er ging een wereld voor me open.’ 

Chirurgische lijm

Het rondje kasten controleren in het bos van Noorderhaven levert vandaag slechts zes ruige dwergvleermuizen op. De beestjes worden gewogen en opgemeten en het geslacht wordt bepaald. Vervolgens krijgen ze een piepklein zendertje van 0,3 gram met chirurgische lijm op hun rug geplakt. Aan het zendertje zit een flinterdunne, ongeveer tien centimeter lange antenne.

Boshamer en Haarsma doen het praktische werk. ‘Zij zijn gecertificeerde vleermuizenvangers’, licht Lagerveld toe. ‘Daar is een behoorlijke opleiding voor nodig. Vleermuizen zijn fragiele beestjes. En dit is een dierproef. De beestjes ondervinden hinder van die zendertjes.’ Maar niet voor lang. De zenders blijven hooguit een paar weken plakken en vallen dan af. Zo af en toe vindt Lagerveld er eentje terug. Zoals vandaag. Op de mestplank van kast 21, de platte plank onder de entree, ligt een zender. Lagerveld had met zijn mobiele ontvanger het signaal al opgevangen. Aan de hand van een unieke code is precies te traceren op welk vleermuisruggetje het ding heeft gezeten. Jammer voor de studie, zo’n losgelaten zender, maar ook een financieel meevallertje: de zendertjes kosten 150 euro per stuk.

‘Dit is een duur project’, beaamt Lagerveld. Hij wil in totaal 500 vleermuizen zenderen, wat de kosten voor de zenders op 75.000 euro brengt. Maar de echte kosten zitten in de 35 ontvangers, die tot 9.000 euro per stuk kosten, en daar komen de kosten van plaatsing dan nog bovenop. ‘Dit onderzoek is uniek. Nergens in de wereld wordt op deze schaal studie naar vleermuismigratie gedaan.’

Molens stilzetten

Lagerveld verwacht volgend jaar de resultaten van het onderzoek te presenteren. Wat er ook uitkomt, het zal zeker niet tot minder windmolens of tot verplaatsing van geplande windmolens op zee leiden. ‘Die locaties zijn al aangewezen’, vertelt de onderzoeker. ‘Dat is een gigantische puzzel, met al die andere gebruikers van de Noordzee. Maar met deze studie zijn de condities waaronder migratie over zee plaatsvindt wel goed te voorspellen. Je kunt op die dagen dan molens tijdelijk stilzetten.’

Want dat er vleermuisslachtoffers vallen door windmolens staat buiten kijf. ‘De vuistregel voor slachtoffers aan land is 5 tot 10 migrerende vleermuizen per windmolen per jaar’, zegt Lagerveld. Hoeveel slachtoffers een windmolen op zee per jaar maakt, is nog niet bekend; daar moet dit onderzoek meer duidelijkheid over geven. ‘De aanname is dat, als Nederland de ambities voor offshore windenergie realiseert, één slachtoffer per molen al negatieve consequenties voor de populatie ruige dwergvleermuizen zal hebben’, zegt Lagerveld. Wat het belang van deze natte veldwerkdag fraai onderstreept.

Eén slachtoffer per offshore molen per jaar heeft al negatieve gevolgen voor de populatie

Minizendertje geeft morsesignaal af

Om de verplaatsingen van vleermuizen in kaart te brengen, maakt onderzoeker Sander Lagerveld van Wageningen Marine Research gebruik van telemetriesysteem Motus (Latijn voor beweging). Over de hele wereld worden met dit systeem vliegbewegingen gedetecteerd van kleine vogels, vleermuizen en libellen – dieren die te klein zijn om gps-zenders mee te torsen.

De diertjes krijgen een minizendertje op de rug dat om de 5 tot 8 seconden een morseachtig radiosignaal van korte pulsjes afgeeft. Elke zender heeft een unieke code. De signalen worden opgevangen door ontvangers die op hoge gebouwen, zendmasten of lantaarnpalen zijn geplaatst. Langs de Noordzeekust heeft Lagerveld 35 ontvangers staan. Vier daarvan staan aan de overkant, aan de Engelse kust. Elke ontvanger heeft 4 tot 6 antennes die in vaste hoeken staan opgesteld. Lagerveld: ‘Door kruispeiling vanuit twee stations kan de positie van de vleermuis op een bepaald moment worden bepaald. Daaruit kun je vervolgens het vluchtpad afleiden.’

Pronkstuk in de collectie ontvangers is die op de vuurtoren Grote Kaap bij Julianadorp. Bovenop de toren houden zes antennes de omgeving in de gaten.

Wind op zee

Het aantal windmolens op de Noordzee groeit snel. Volgens een overzicht op Wikipedia staan er op dit moment 3240 molens, goed voor een vermogen van bijna 15 gigawatt (GW). Nederland neemt met 289 molens – minder dan 1 GW – nog maar een klein deel voor zijn rekening, maar het aantal molens zal het komende decennium sterk groeien. In de overgang naar duurzame energie nemen windmolens op zee een belangrijke plaats in. De overheid heeft bepaald dat offshore molens 4,5 GW moeten opleveren in 2023 en 11 GW in 2030. Ook de andere landen rond de Noordzee hebben forse uitbreidingsplannen. 


Re:ageer