Wetenschap - 31 mei 2018

‘Ook dierproeven moet je herhalen’

tekst:
Tessa Louwerens

Nadia Vendrig begrijpt dat de maatschappij het proefdiergebruik wil beperken. Maar ze ziet ook een probleem. Dierexperimenten leveren doorgaans kleine datasets op, waarin toeval een rol speelt. Herhalingsonderzoek is daarom essentieel, meent de promovendus.

11-portretjes Stelling.jpg

Nadia Vendrig is op 25 mei gepromoveerd op haar onderzoek naar statistische methoden om diergedragsdata te analyseren.

Stelling: ‘The emphasis on novelty of research hampers scientific progress, also in research involving animal experiments’

‘Een voorwaarde voor het aanvragen van een dierproef bij de Dierexperimentencommissie is dat het onderzoek nieuw moet zijn. Dat klinkt logisch, want als we iets al weten, hoeven we zo’n proef niet te herhalen; je wilt niet nodeloos meer proefdieren gebruiken. Maar ook bij dierproeven kunnen statistisch significante effecten door toeval ontstaan.

Het is goed om zo min mogelijk proefdieren te gebruiken, maar daardoor hebben de proeven wel minder statistische kracht. Er hoeft maar iets fout te gaan – twee ratten worden ziek of iets dergelijks – en de groep is al te klein om goede conclusies te trekken. Daarnaast spelen veel verschillende factoren een rol. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de resultaten alleen gelden voor die ene muizenstam van een specifieke leeftijd.

Als je die onderzoeken niet herhaalt, duurt het ook langer voordat je erachter bent dat iets niet klopt. Ondertussen worden er wel vervolgproeven gedaan, die dus zijn gebaseerd op foutieve resultaten. Ook publicatiedruk speelt hier een belangrijke rol. Als je geen verbanden vindt, dan leidt dat meestal ook niet tot een publicatie. Daardoor wordt net zo lang gezocht tot er wel ergens een statistisch verband opduikt.

Het doel van mijn promotieonderzoek was om de statistische analyse van geautomatiseerde thuiskooi-experimenten te optimaliseren. Bij deze experimenten wordt het gedrag van dieren met camera’s vastgelegd in hun eigen verblijf. Het voordeel dat je veel meer gegevens per dier kan verzamelen dan bij traditionele dierproeven, waarbij de dieren voor het experiment naar een andere ruimte moeten en door mensen worden geobserveerd. Zo vergroot je de kans dat je een effect kunt aantonen, zonder meer dieren te gebruiken.’


Re:ageer