Wetenschap - 28 november 2017

‘Onpartijdig advies over technologie hard nodig’

tekst:
Albert Sikkema

Het nieuwe kabinet moet een wetenschappelijk adviseur krijgen die de politici bijpraat over de effecten van digitalisering en robotisering van de maatschappij. Dat bepleit senator en hoogleraar Alexander Rinnooy Kan. ‘Goed plan!’, reageert Gert Jan Hofstede, hoogleraar Toegepaste informatiekunde bij WUR.

©Gert Jan Hofstede

‘We missen een verbinder tussen politiek en wetenschap’, stelt Rinnooy Kan in het Financieel Dagblad. Hij voorziet een maatschappelijke revolutie onder invloed van big data, kunstmatige intelligentie en robotisering. De mens lijkt de grip op alle technologische ontwikkelingen te verliezen. Een nieuwe chief scientific advisor moet politici bewust maken van de kansen en gevaren van deze ontwikkeling.

Heeft hij een punt?

Hofstede: ‘Ik denk dat hij een heel goed punt aansnijdt. Ik denk ook dat de regering onpartijdig, onbevangen en deskundig advies over technologische ontwikkelingen hard nodig heeft. Ik weet alleen niet of dat lukt met één technologieadviseur. Dat moet dan een slimme, nieuwsgierige allesvrager zijn die zelf geen partij kiest, want de wetenschappelijke wereld is aardig verkokerd. Ik zou eerder denken aan een pool van mensen, maar dat zijn dan de mensen waar zo’n allesvrager zijn licht bij kan opsteken.’

Rinnooy Kan wijst op de gevolgen van artificial intelligence. Is dat terecht?

‘Hij noemt met name het lerende vermogen van robots en machines en inderdaad levert dat fantastische mogelijkheden op. Deep learning, waar hij het over heeft, betekent geavanceerde patroonherkenning door machines, zonder dat je kunt uitleggen hoe ze dat doen. Zelf denk ik dat er ook alledaagser uitdagingen zijn. Die hebben te maken met hoe samenlevingen omgaan met nieuwe technologie. Immers, de politiek werkt niet hetzelfde in verschillende samenlevingen, maar technologie kan grenzen over. Hoe meer de technologie vermag, des te groter wordt haar invloed in de samenleving, en des te groter de verantwoordelijkheid van regeringen.’

Waar moet de regering dan zoal op letten?

‘De Russen beïnvloedden met hun technologie – en volgens hun fatsoensregel ‘macht schept recht’ – de Amerikaanse verkiezingen, een activiteit die de Amerikaanse overheid in het verleden ook met wisselend succes heeft toegepast. Willen wij dat ook? Maar let ook op grote bedrijven, die inmiddels machtiger zijn dan menig land. Ze zijn in staat om snel nieuwe technologieën in te zetten en zich daarbij te onttrekken aan democratische controle, door landen tegen elkaar uit te spelen. Ook daar moeten politici iets mee.’