Wetenschap - 15 oktober 2019

Nobelprijswinnaars inspireren Wageningse ontwikkelingseconomen

tekst:
Albert Sikkema

De Nobelprijs voor Economie gaat dit jaar naar drie economen voor hun onderzoek naar armoedebestrijding. Ze krijgen de onderscheiding voor hun experimentele kleinschalige onderzoek naar armoede. Erwin Bulte, hoogleraar Ontwikkelingseconomie, is blij met de toekenning. ‘Veel van ons werk is direct door hun aanpak geïnspireerd.’

©Shutterstock

Is de Nobelprijs terecht?

‘Ja, vind ik wel. Esther Duflo, Abhijit Banerjee en Michael Kremer staan aan de basis van de experimentele revolutie die de economische wetenschap echt heeft veranderd: veel meer richting empirie en evidence-driven onderzoek, en veel minder nadruk op vrijblijvende wiskunde, theorie en allerlei dubieuze veronderstellingen.’

Wat voor onderzoek doen ze precies; kun je een voorbeeld noemen?

‘De onderzoekers zijn bekend om het toepassen van randomised control trials. Een deel van een populatie krijgt dan een behandeling en de rest is de controlegroep. Door het random toewijzen van de steun kunnen we de impact van de interventie nauwkeurig vaststellen. Michael Kremer heeft bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de effecten van pillen tegen wormen in de ingewanden van kinderen in ontwikkelingslanden. De kinderen van sommige scholen krijgen gratis pillen, en vervolgens wordt gekeken naar de effecten op bijvoorbeeld ziekteverzuim en schoolcijfers. Duflo en Banerjee hebben op deze manier gekeken naar een breed palet van onderwerpen waaronder educatie, gezondheidszorg, ondernemerschap en microfinanciering.’

Wat levert dit type onderzoek op?

‘Het laat zien wat werkt en wat niet. Het stelt ons in staat om prioriteiten te stellen in internationale samenwerking. Hun onderzoek stelt de kosteneffectiviteit vast van verschillende soorten interventies. Vervolgens kan het geld worden geïnvesteerd in projecten met het hoogste sociale rendement.’

‘Er zit ook een nadeel aan dit type onderzoek. Het is erg populair geworden, en over de hele wereld wordt nu van alles en nog wat gerandomiseerd om tot betere causale identificatie van effecten te komen. Maar dit betekent ook dat er erg veel energie gaat zitten in kleine experimenten, hetgeen volgens mij een beetje ten koste is gegaan van onderzoek naar de grote en belangrijke vragen die veel lastiger te beantwoorden zijn. Het is belangrijk om te weten of je de schoolprestaties van kinderen het best kunt opkrikken met gratis lunches, gratis schooluniformen, ontwormingspillen en extra boeken, maar uiteindelijk hangt economische ontwikkeling op macroniveau af van handelsbeleid en monetair beleid, en dat laat zich veel moeilijker randomiseren.’

Jij bent zelf ook van de kleinschalige ontwikkelings-experimenten; voel je je verwant met de Nobelprijswinnaars?

‘Jazeker, bij de ontwikkelingseconomiegroep zijn we erg blij met deze Nobelprijs voor Duflo, Banerjee en Kremer. Heel veel van ons werk is direct geïnspireerd door hun aanpak. In een groot stuk over de leerstoelgroep in Vice Versa, een vakblad over internationale samenwerking, werden we “De Nederlandse Duflo groep” genoemd – dat zegt genoeg.’

lees ook


Re:ageer