Wetenschap - 5 november 2019

Nieuw licht op raadselachtige trek zeevogels

tekst:
Roelof Kleis

De trek van zeevogels is lang mysterieus gebleven. Met geolocators heeft onderzoeker Rob van Bemmelen de gangen van franjepoten en jagers nu in kaart gebracht.

Kleinste jager voor de kust van Mauretanie. © Rob van Bemmelen

Van Bemmelen (Wageningen Marine Research) is gek op jagers. En dan met name op de kleinste jager, die hij al bestudeert sinds zijn eerste ontmoeting met het beestje, in 2007 in Zweeds Lapland. Hij promoveerde afgelopen week op een studie naar de migratiepatronen van deze vogel, zijn ‘broertje’ de kleine jager en twee soorten franjepoten, respectievelijk de rosse en de grauwe.

Geolocators
Van Bemmelen gebruikte geolocators, kleine dataloggers van 0,8-2,5 gram, die aan de poot (jagers) of op de rug (franjepoten) van de vogels worden gebonden en om de vijf minuten een lichtmeting doen. Uit die gegevens kan de lengte- en breedtegraad worden afgeleid en dus de positie van de vogel. Als je vogels tenminste terug vangt, want de data worden niet verstuurd. Vangen en terug vangen gebeurt als de vogels op hun nest zitten.

Grauwe franjepoot krijgt een geolocator aangebonden. Het stokje is een hulpmiddel en wordt later weer verwijderd. © Denise Hermans
Grauwe franjepoot krijgt een geolocator aangebonden. Het stokje is een hulpmiddel en wordt later weer verwijderd. © Denise Hermans

Samen met teams uit tien landen verzamelde Van Bemmelen op deze manier vluchtgegevens van 224 vogels. Dat is meer dan in de meeste trekvogelstudies en genoeg om de gangbare ideeën over de overwinteringsgebieden van de vier vogels nader in te kleuren of bij te stellen. Zoals die van zijn ‘lieveling’, de kleinste jager. ‘Die zou overwinteren rond Antarctica, maar daar vonden we geen enkel bewijs voor.’

Verrassend
Uit de verzamelde trekdata blijkt dat de kleinste jager Antarctica niet aandoet. Het beestje houdt zich ’s winters voornamelijk op in de Benguelastroom voor de westkust van zuidelijk Afrika. ‘Verrassend’ noemt Van Bemmelen het overwinteringsgebied dat bij de kleine jager werd vastgesteld. ‘Dat bestrijkt een enorm gebied in de Atlantische Oceaan, het noordwesten van de Indische Oceaan en de Middellandse Zee. Zo’n variatie tussen individuen van één broedplek tref je bij geen enkele andere vogel aan.’

Wat verder opvalt aan de trekpatronen is dat er geen peil op te trekken valt. ‘Waarom trekken bijvoorbeeld alle grauwe franjepoten van één populatie naar hetzelfde overwinteringsgebied, maar trekken rosse franjepoten van één populatie over de gehele lengte van de Atlantische Oceaan?’ Zelfs binnen één soort kunnen trekroutes enorm verschillen. Grauwe franjepoten uit Rusland vliegen naar de Arabisch Zee, maar die uit Schotland naar de oostelijke Stille Oceaan.

Grauwe franjepoten uit Rusland vliegen naar de Arabische Zee, maar die uit Schotland naar de oostelijke Stille Oceaan
Rob van Bemmelen

Deze gebieden liggen ver uit elkaar en de tocht naar de Stille Oceaan is 3000 kilometer langer. Beide groepen vogels verschillen zelfs een paar millimeter in vleugellengte, ontdekte Van Bemmelen. ‘Waarschijnlijk brengen de langere vleugels tijdens migratie lagere vliegkosten met zich mee.’ De vleugels lijken daarmee een evolutionaire aanpassing aan het trekgedrag. Maar hoe de twee totaal verschillende overwinteringsgebieden zijn ontstaan, is een raadsel.

Vogels zoeken ook niet elk jaar hetzelfde overwinteringsgebied op. Rosse franjepoten die broeden in Noordoost-Groenland en Spitsbergen overwinteren op drie verschillende plekken op de Atlantische Oceaan. Maar niet steeds op dezelfde plek, ook al liggen die plekken wel 6500 km uit elkaar. Waarom ze dat doen en waardoor die keuze wordt bepaald, is een mysterie. Er valt nog zoveel te ontdekken, verzucht Van Bemmelen. 

Kostbare onderneming
Een deel van de kleinste jagers schroomt niet om tijdens de overwintering van gebied te wisselen, als er ter plekke te weinig voedsel voorhanden is. Ook al ligt zo’n gebied 1000 km verderop. Dat lijkt een kostbare onderneming. ‘Maar misschien overschatten we dat. Kleinste jagers vliegen de hele dag om te foerageren. Of ze dat nu in rondjes doen of in rechte lijn naar een nieuw gebied, maakt misschien niet zoveel uit.’

De trekdata van Van Bemmelen werpen nieuw licht op oude vragen. Ze ondersteunen daarnaast het voorstel van Birdlife International om een beschermd natuurgebied aan te wijzen in het noorden van de Atlantische Oceaan. Het gaat om een gebied dat door miljoenen vogels als pleisterplaats wordt gebruikt op hun trek tussen noord en zuid. ‘Dat voorstel is gebaseerd op trekgegevens van de kleinste jager uit mijn studie en die van 23 andere vogels.’


Re:ageer