Wetenschap - 1 januari 1970

Meer aandacht nodig voor sociaal netwerk bij behandeling verslaafden

4

Er zijn in Nederland minder kankerpatiënten dan eet- en drugsverslaafden. Toch is er voor kankerpatiënten en hun naasten meer nazorg dan voor verslaafden en hun sociale netwerk. Terwijl een goed sociaal leven voor verslaafden juist een belangrijke rol kan spelen bij het niet terugvallen in de verslaving.

Dat blijkt uit het afstudeeronderzoek van Ingrid Ketel, student Huishoud- en Consumentenwetenschappen. Ze interviewde eet- en drugsverslaafden en behandelaars over de rol van het sociale netwerk voor verslaafden. In haar onderzoek vond ze parallellen tussen drugsverslaving en de eetverslavingen anorexia, boulimia en binge eating (vreetbuienstoornis).
,,Vóór de verslaving hadden ‘de meesten een huis en contact met familie en vrienden, maar tijdens de verslaving isoleren ze zich. Eetverslaafden hebben vaak alleen nog contact met hun ouders en drugsverslaafden zitten in een scene met verslaafden en dealers. Tijdens de behandeling wordt duidelijk dat bijna iedereen weer contact met hun oude sociale netwerk van familie en vrienden wil, maar dat ze zich schamen voor hun vroegere gedrag’’, aldus Ketel.
Aandacht voor het sociale netwerk is er tijdens en na de behandeling echter nauwelijks door gebrek aan personeel en geld. Terwijl familie en vrienden die goed geïnformeerd zijn over de verslaving, een vangnet kunnen bieden als een verslaafde het in de periode na behandeling moeilijk heeft. ,,Dat lijkt een voorspelbare uitkomst, maar het blijkt bij eetverslaafden nog nooit te zijn onderzocht. Bij de behandeling wordt alleen naar het individu gekeken. Verslaafden merkten ook vaak op dat hun ouders niet wisten waar ze in de kliniek mee bezig waren. Met als gevolg dat als een verslaafde na de afgeronde behandeling weer thuiskomt, de ouders het kind nog steeds als verslaafde zien. Omdat ze de veranderingen niet hebben meegemaakt, begrijpen ze hun kind niet en kunnen ze niet goed reageren. Daarnaast hebben ze nog veel verdriet door de verslaving. Als ze er meer over weten, weten ze ook dat een terugval bij het proces van beter worden hoort.’’
Lotgenotencontact voor verslaafden is tot slot niet aan te raden. ,,De terugval is minder als je niet terugkomt in de omgeving waarin je verslaafd was en juist steun hebt van mensen búiten die wereld.’’ | Y.d.H.

Re:acties 4

  • albert sikkema

    Bo, dit is een oud bericht uit 2003. Als je contact wilt leggen met onderzoeker Ingrid Ketel, dan zou ik dat doen via haar LinkedIn.

    Reageer
  • Bo

    Dag,

    Ik zou ook graag dit onderzoek willen inzien. Ik doe momenteel mijn afstudeeronderzoek over vrijetijdsbesteding onder verslaafde cliënten, maar ook hoe zij meer sociale contacten kunnen opdoen. Ik ben daarom benieuwd naar de resultaten van dit onderzoek.

    Met vriendelijke groet,

    Bo

    Reageer
  • Esmee

    Goedemorgen,

    Is er een mogelijkheid om inzicht te krijgen in dit onderzoek? Ik ben er erg nieuwsgierig naar. Ik ben momenteel werkzaam binnen de VNN en ik ben bezig met dit onderwerp aan te pakken.

    Groetjes,

    Esmee Dijkema

    Reageer
  • Anisa

    Goedemiddag,

    Voor mijn afstudeerscriptie van de HBO-v onderzoek ik manieren om netwerken van verslaafden te vergroten. Voor mijn onderzoek zou ik graag inzicht willen hebben in de interviews die Ingrid Ketel heeft afgenomen. Is het mogelijk dit ergens te lezen?
    Ik hoor graag van jullie op het e-mailadres a.deboer@brijder.nl

    Alvast bedankt.

    Met vriendelijke groet,

    Anisa de Boer

    Reageer

Re:ageer