Wetenschap - 8 november 2018

Meedoen, maar wel binnen de lijntjes

tekst:
Tessa Louwerens

In de ‘participatiesamenleving’ die de Nederlandse overheid voor ogen heeft, moeten burgers netjes bijdragen aan van bovenaf opgelegde doelen, zegt natuuronderzoeker Thomas Mattijssen. Hij gelooft meer in een maatschappij die uitgaat van wat mensen uit zichzelf doen.

Thomas Mattijssen promoveert op 9 november bij Wageningen Economic Research op zijn onderzoek naar de rol van actieve burgers in natuur- en landschapsbeheer.

Stelling: The participation society does not exist

‘In 2013, toen ik net een goed jaar als onderzoeker werkte, kwam in de inmiddels befaamde troonrede het woord “participatiesamenleving” langs. In dezelfde rede werd ook verteld dat er moest worden bezuinigd. Simpel gezegd: de overheid kan niet meer alles betalen en doet een stapje terug, dus burgers moeten het stokje overnemen. Dit is erg top-down gedacht vanuit bepaalde beleidsdoelen. De overheid vindt het bij wijze van spreken belangrijk dat bejaarden koffie krijgen met een beetje sociaal contact erbij, maar heeft er geen geld voor en wenst daarom dat burgers daar voortaan zelf voor zorgen.

Daar geloof ik niet in. Ik geloof meer in een energieke samenleving waarin betrokkenheid van onderaf ontstaat. Burgers nemen uit zichzelf al veel initiatief, niet omdat de overheid het zegt, maar omdat ze het belangrijk vinden. Er is geen garantie dat hiermee alle bejaarden ook koffie krijgen; indien nodig moet de overheid daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. En verder kun je als overheid vooral aansluiting zoeken bij bestaand burgerinitiatief en kijken hoe je kunt helpen, in plaats van te proberen om burgers het werk voor jou te laten doen.

Daarbij is de overheid soms selectief met welke burgerbetrokkenheid ze wel en niet wil. Zo is besloten dat de burgers meer betrokken moeten worden bij natuurbeheer. Maar als een groep burgers een ander soort natuur wil, dan wordt soms gezegd dat ze het niet snappen. Het lijkt erop dat de overheid alleen burgerbetrokkenheid wil op een manier die in het beleid past. De participatiesamenleving gaat daarbij uit van een burger die meewerkt met de overheid. Terwijl de energieke samenleving uitgaat van burgers die iets doen omdat ze het zelf belangrijk vinden. Dit kan de overheid soms als tegenwerk ervaren. De uitdaging is om de energie die ontstaat zo te benutten dat je elkaar vindt in de gezamenlijke betrokkenheid.’


Re:ageer