Wetenschap - 3 oktober 2019

Leren van China - WUR-onderzoekers bekijken aquacultuur

tekst:
Tessa Louwerens

Onderzoekers van Aquacultuur en Visserij gingen afgelopen zomer op bezoek bij hun vakgenoten in China. Om te zien hoe zij wetenschap bedrijven én om contacten te leggen. ‘Na die twee weken zag ik mezelf in de toekomst wel werken in China.’

tekst Tessa Louwerens  foto’s Vivi Koletsi

‘China is de grootste visproducent ter wereld en heeft een lange geschiedenis op het gebied van aquacultuur en visserij’, vertelt promovendus Gauthier Konnert van de Wageningse leerstoelgroep Aquacultuur en Visserij. ‘Het land kent diverse universiteiten en onderzoeksinstituten die gespecialiseerd zijn op dit gebied.’ Dat was de reden waarom hij en zijn collega-promovendi Twan Stoffers en Vivi Koletsi het plan ontwikkelden om een trip naar China te maken. Hun hoogleraar, Geert Wiegertjes, was direct enthousiast. ‘Er gebeurt op wetenschapsgebied ontzettend veel in China, maar daar is moeilijk grip op te krijgen, omdat het land vrij complex is’, aldus Wiegertjes. Zelf gaan kijken zou uitkomst bieden, dacht hij, en zodoende vertrokken de hoogleraar en negen onderzoekers uit zijn groep afgelopen zomer voor twee weken naar China.

Hoogleraar Geert Wiegertjes (midden) met onder meer Gauthier Konnert (tweede van links), Vivi Koletsi (rechts van Wiegertjes) en Twan Stoffers (rechtsachter).

Tilapia

De groep bezocht onder andere de Ocean University van China, in Qingdao. De universiteit telt zo’n 25 duizend studenten en ruim drieduizend academische medewerkers verdeeld over vier campussen, en doet veel onderzoek naar aquacultuur. ‘Dankzij de toenemende welvaart neemt de vlees- en visconsumptie in China toe’, zegt Konnert. ‘Daarom investeert de Chinese overheid flink in onderzoek naar visteelt. Dat zorgt ervoor dat er meer ruimte is voor fundamenteel onderzoek in de visbiologie, terwijl bij ons vooral de nadruk ligt op toegepast onderzoek.’

Konnert onderzoekt zelf hoe je de tropische zoetwatervis tilapia het best kunt voeren, zodat hij goed groeit met zo min mogelijk milieu-impact. ‘China is de grootste producent van tilapia ter wereld. Dus ik hoopte daar meer over leren. Maar het grappige was dat de Chinese onderzoekers die wij spraken eigenlijk niet zo geïnteresseerd zijn in tilapia, omdat het een goedkope vis is. Ze richten zich liever op soorten die moeilijk te kweken zijn, zoals de forelbaars.’ Dat wil niet zeggen dat Konnert teleurgesteld is. ‘De meerwaarde van deze reis zit voor mij vooral in het feit dat ik inzicht heb gekregen in de Chinese onderzoekswereld en de kans heb gekregen mijn netwerk uit te breiden. Na die twee weken zag ik mezelf in de toekomst wel werken in China.’

Promovendus Twan Stoffers op bezoek in een grote steurkwekerij.

Stranden vol zeewier

De promovendi bezochten ook enkele grote commerciële kwekerijen. Voor Koletsi was het hoogtepunt een bezoek aan steurkwekerij Kaluga Queen in Quzhou. ‘Dertig procent van alle kaviaar in de wereld komt van dit bedrijf. Als je ziet hoe het geproduceerd wordt, begrijp je de hoge prijs van kaviaar wel. Het duurt bijvoorbeeld zeven jaar voordat de vrouwtjes eitjes – kaviaar – gaan produceren.’ Koletsi onderzoekt de effecten van schimmelgifstoffen op de gezondheid en het welzijn van vissen. Deze kennis is nuttig bij het ontwikkelen van duurzaam, plantaardig visvoer. Ze wilde graag naar China om te zien waar de lokale onderzoekers mee bezig waren. ‘We weten weinig over Chinees onderzoek. Sommige publicaties over ons vakgebied zijn in het Chinees, dus die kunnen we niet lezen.’

Stoffers was vooral onder de indruk van de gigantische zeewierboerderijen die de groep bezocht. Het zeewier wordt gekweekt aan touwen die in zee hangen. Vervolgens wordt het met kleine bootjes geoogst en op het strand te drogen gelegd. Het resultaat: kilometers strand bezaaid met zeewier. ‘Ergens had ik verwacht dat het industriëler zou zijn. Maar het is wel logisch, want in China is geen gebrek aan mankracht.’

Stoffers doet zelf onderzoek naar de potentie van uiterwaarden als kraamkamers voor bedreigde riviervissen in Nederland, zoals de barbeel en de sneep. In China is volgens Stoffers minder aandacht voor het functioneren en het herstel van rivierecosystemen. ‘Maar ze waren wel geïnteresseerd in hoe wij in Nederland onze rivieren reguleren en daarbij rekening houden met ecologische doelstellingen.’

Er is meer ruimte voor fundamenteel onderzoek in China

Beter in communicatie

Met name op het gebied van communicatie kan Nederland volgens Gauthier Konnert, Twan Stoffers en Vivi Koletsi een voorbeeld nemen aan China. ‘Wat me erg opviel is dat de viskwekerijen en onderzoeksinstituten veel investeren in communicatie met het publiek’, zegt Konnert. ‘Zo had het East China Sea Fishery Research Institute (ECSFRI) een eigen bezoekerscentrum met voorlichting over visserij en aquacultuur.’ Stoffers: ‘Ik denk dat we dat in Nederland meer zouden kunnen doen, zeker als je ziet hoeveel onbegrip er heerst. Consumenten hebben vaak geen idee hoe vis gekweekt wordt of waar vis gevangen wordt. Door transparant te zijn, creëer je hopelijk meer begrip.’

Westerse onderzoekers zijn vaak kritisch op de stand van de wetenschap in China. ‘Deels is dat ook terecht’, zegt Wiegertjes. ‘Er zitten zeker kwalitatief slechte studies tussen. Maar door die houding missen we het goede. Ik denk dat we op gebied van aquacultuur nog best wat kunnen leren van China.’

Hij is niet bang voor wetenschappelijke spionage – een andere fenomeen dat vaak met China in verband wordt gebracht. ‘Sowieso is de kennisuitwisseling tijdens zo’n trip vrij oppervlakkig. De meerwaarde zit met name in het begrijpen van mensen en zien hoe ze werken. De echte kennisuitwisseling komt voor mij nu pas, nu ik weet waar goede onderzoeksgroepen zitten waar ik op langere termijn een relatie mee wil opbouwen. Dat is ook de winst voor onze groep.’


Re:ageer