Wetenschap - 26 april 2016

Leefstijltraining helpt bewoners arme wijk

tekst:
Rob Ramaker

Mensen uit achterstandswijken met overgewicht kunnen baat hebben bij een intensief leefstijlprogramma in de eigen wijk met wekelijkse sportlessen in groepsverband, groepsbijeenkomsten over voeding en individueel voedingsadvies.

Foto: Sandra Bukman

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Sandra Bukman.

Diabetes en hart- en vaatziekten komen vaker voor bij mensen met een lage sociaal-economische status en bepaalde etnische minderheden. Maar juist deze groepen doen weinig mee aan leefstijlprogramma’s en houden die minder lang vol. Reden voor Bukman om het veelbelovende programma SLIM ‒ met wekelijkse beweeglessen en jaarlijks vier uur individueel voedingsadvies ‒ aan te passen aan deze doelgroep. 

‘Deelnemers kregen bijvoorbeeld een supermarktrondleiding aangeboden over hoe ze met beperkte financiële middelen toch gezonde keuzes kunnen maken’, licht Bukman toe. Deelnemers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond werden geholpen door diëtisten en onderzoeksassistenten van dezelfde etnische achtergrond. Bovendien sportten ze in aparte vrouwen- of mannengroepen. Om het laagdrempelig te houden, waren alle activiteiten in de eigen wijk.

Deelnemers kregen bijvoorbeeld een supermarktrondleiding aangeboden over hoe ze met beperkte financiële middelen toch gezonde keuzes kunnen maken
Sandra Bukman

117 mensen van Nederlandse, Turkse of Marokkaanse afkomst uit achterstandswijken in Arnhem en Eindhoven volgden een jaar lang dit aangepaste programma (de controlegroep telde 103 deelnemers). Allemaal hadden ze overgewicht. Hun gemiddelde buikomvang nam in dit jaar met 3,3 centimeter af en hun cholesterolwaarden verbeterden. Ook hun kwaliteit van leven nam toe. Bukman kreeg enthousiaste reacties als: ‘Ik kan weer een trap oplopen zonder vermoeid te zijn’.

‘De groepslessen hebben een enorme band geschapen’, voegt diëtist Anja Daniëls toe. Zij nam deel aan de interventie in de Arnhemse wijk Geitenkamp. ‘Zo konden de mensen elkaar goed ondersteunen, waardoor ze bleven komen.’

Tegenover de positieve resultaten staat een uitval van 31 procent, wat een belemmering lijkt voor een leefstijlprogramma. ‘Dat is het’, beaamt Bukman, ‘maar dit percentage is vergelijkbaar met andere studies onder deze doelgroep. En ik vraag me af in hoeverre de drop-out door het programma komt of door het onderzoek eromheen. Sommigen wilden namelijk niet meer aan de metingen meedoen.’ Ook emigratie en verblijf in het buitenland veroorzaakten uitval.

Andere redenen die mensen gaven om te stoppen, waren: geen tijd, geen interesse meer en conflicterende belangen, zoals de zorg voor een familielid. ‘Ze moeten vaak veel balletjes tegelijk in de lucht houden’, weet Bukman. Zou je dan voor deze groep ook aandacht moeten geven aan het beter organiseren van hun leven? Dat zou kunnen, antwoordt de onderzoeker. ‘Maar het is een heel diverse groep, dus dat zal niet voor iedereen nodig zijn.’


Re:ageer