Wetenschap - 18 februari 2020

Hoe wordt de boer natuurbeheerder?

tekst:
Roelof Kleis
4

Hoe krijg je boeren zover dat ze door aangepast beheer de biodiversiteit op hun land vergroten? Met een groot Europees project gaat hoogleraar David Kleijn dat uitvogelen.

© Shutterstock

Als je wilt dat de biodiversiteit toeneemt, kun je niet om de boeren heen, is de stellige overtuiging van hoogleraar Natuurbeheer David Kleijn. ‘Zij beheren immers veruit het grootste deel van het land en hebben indirect effect op natuurreservaten. Je moet boeren erbij betrekken. Maar het is moeilijk om effectieve beheermaatregelen bij de boer te krijgen. De vraag is waar dat aan ligt. Hoe krijg je beheer dat de biodiversiteit bevordert in de bedrijfsvoering geïntegreerd?’

8 miljoen
Met een groot Europees project (titel: Showcase) gaat Kleijn dat de komende vijf jaar uitzoeken. Aan het project van 8 miljoen euro doen 22 partners uit vijftien landen mee. In ons land zijn dat, naast projectcoördinator WUR, de Vlinderstichting en het bedrijf Peterson Projects dat expertise inbrengt op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. Kleijn kan voor de Nederlandse inbreng twee promovendi en een postdoc aanstellen.

Wat zijn de kosten en wat zijn de baten. Het gaat om nieuwe verdienmodellen
David Kleijn

Programma’s om boeren te laten bijdragen aan natuurontwikkeling zijn er genoeg. Maar die programma’s hebben onvoldoende effect. De studie moet onder meer duidelijk maken wat de juiste prikkels zijn voor boeren om echt te investeren in biodiversiteit. Kleijn: ‘Het gaat dan om zaken als het effect van maatregelen op de inkomsten van de boer. Wat zijn de kosten en wat zijn de baten. Het gaat om nieuwe verdienmodellen.’

Tien gebieden
Concreet wil Showcase aan de slag in tien gebieden in Europa, die samen de verschillende landbouwsystemen vertegenwoordigen. In die gebieden vinden de proeven plaats en wordt onderzoek gedaan naar de effecten van aangepast, op de biodiversiteit gericht, beheer. Daarbij wordt uitdrukkelijk ook gekeken naar de effecten op de bedrijfsvoering (oogstopbrengst en winst) van de boer. Aan Showcase werken naast ecologen daarom ook sociologen en economen.

De studie in ons land vindt plaats in Zuid-Limburg, waar Kleijn een project heeft opgezet om de boshommel terug te krijgen in het landschap. Samen met boeren, natuurorganisaties, het waterschap en twee betrokken gemeenten is hij daar al geruime tijd bezig de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Daarbij gaat het om relatief kleine ingrepen als aangepast maaibeheer van percelen en bermen. Het Europese project haakt daar op aan.

Re:acties 4

  • Sjaak

    Kijk ook eens waar de collectieven meebezig zijn en wat de resultaten zijn. Er worden al experimenten gedaan met strokenteelt (afwisselend gewas met braakstroken/kruidenstroken/graanmengsels) en zorg dat in die stroken waar het gewas staat ook een volwaardig gewas kan staan van goede kwaliteit dus waar ook gewasbeschermingsmiddelen mogen gebruikt worden. Dus zo ga je van de akkerranden naar hele percelen toe (en wat zegt de wet hierover? welke gebruiksnorm voor N). Ook het faciliteren (bijvoorbeeld hoe ga je om met " onkruiden") en financieren van niet meer of minder ploegen van de grond waardoor er de winter over (mengsels van groenbemesters) blijven staan zet zoden aan de dijk voor de biodiversiteit.

    Reageer
  • Dirk

    Het beleid is hier ook nog niet klaar voor. Zet je nu een paar bomen in een weiland dan telt het opeens niet meer mee als weidegrond, verlies je weideoppervlakte (op papier) en ruimte om mest uit te mogen rijden op je eigen land enz. Dus geen boer die zal overwegen om dit te doen.

    Reageer
  • carl van de wiel

    de oplossing is dat de marges voor de boer omhoog moeten, dan kunnen kostprijs verhogende ideeën , plannen , beheersmaatregelen, initiatieven , en biodiversiteit verhogende maatregelen doorgang vinden. als een boer niks verdient is het trekken aan een dood paard. en dan praat ik nog niet over Europese handel ,laat staan wereld handel

    Reageer
  • Albert van der Ploeg

    De oplossing is om landschaps- en natuurbeheer als produkten te zien, waarderen en betalen, net zoals de andere produkten die de boer levert. En zorg er voor dat de kennis voor elke boer beschikbaar is of komt en dat de resultaten gedeeld worden om van elkaar te leren hoe het steeds beter kan.

    Opmerking som hieronder: het geheel is meer dan de som der delen.

    Reageer

Re:ageer