Wetenschap - 3 oktober 2019

Hoe halveren we de stikstofuitstoot in de veehouderij? - 'Pak vooral de koeienstal aan'

tekst:
Albert Sikkema
5

Nederland moet de stikstofuitstoot uit veehouderij, industrie en verkeer fors naar beneden brengen om de natuur te beschermen, stelt de commissie-Remkes. Hoe dat precies moet, zegt de commissie er niet bij. Wageningse onderzoekers geven vier opties voor de veehouderij. Met de bijbehorende mitsen en maren.

tekst Albert Sikkema  illustratie Geert-Jan Bruins

De commissie-Remkes, ingesteld om het kabinet te adviseren over kortetermijnoplossingen voor de stikstofproblematiek (zie p. 14-15), bracht vorige week haar eerste rapport uit. Daarin staat onder meer dat de overheid op korte termijn vervuilende veehouderijbedrijven nabij natuurgebieden moet opkopen en saneren. Andere bedrijven moeten extra emissiebeperkende maatregelen treffen om de uitstoot te verminderen. De commissie geeft niet aan met hoeveel procent de stikstofuitstoot moet afnemen en welke maatregelen de boeren moeten nemen voor natuurherstel. Wim de Vries, persoonlijk hoogleraar bij de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse en gespecialiseerd in stikstof, noemt wel een percentage. Volgens hem moet de stikstofuitstoot in alle sectoren – dus ook in de veehouderij – halveren. Hoe kan de veehouderij dat voor elkaar krijgen?

Halvering veestapel

Veel politici en actiegroepen denken dat halvering van de veestapel uitkomst biedt. Dat klopt in principe, zegt De Vries: een halvering van het aantal koeien, varkens en kippen leidt tot een halvering van de uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen, zoals ammoniak (zie p.14-15). Maar er zijn volgens de hoogleraar ook andere mogelijkheden. Zo kunnen vooral melkveehouders inzetten op reductie van de ammoniakuitstoot uit mest in de stal.

Binnen de landbouw is de melkveehouderij de grootste stikstofproducent. Die sector draagt voor ongeveer 60 procent bij aan het stikstofprobleem, de varkenshouderij voor 20 procent en de pluimveehouderij voor 10 procent. Dat is op zich al opmerkelijk. Want waarom produceren 3,9 miljoen runderen veel meer stikstof dan 12 miljoen varkens en 100 miljoen kippen tezamen? Omdat de varkens en kippen in dichte stallen zitten met luchtwassers en met een aangepaste stalinrichting die de ammoniakvorming vermindert. Daardoor zijn de ammoniakemissies in de varkens- en kippenhouderij de afgelopen dertig jaar fors gedaald.

Dichte koeienstal

In de melkveehouderij staan de koeien vaak in open stallen en zijn weinig emissiebeperkende maatregelen genomen. In deze sector zijn de emissies ook gedaald, maar dat kwam vooral door mestinjectie op het land en afname van het aantal koeien. Daarom geeft onderzoeker Roland Melse van Wageningen Livestock Research een even simpele als controversiële oplossing voor het stikstofprobleem in de melkveehouderij: zet melkkoeien in dichte stallen met luchtwassers. Chemische luchtwassers vangen gemiddeld 85 procent van de ammoniak weg. Melse noemt zijn voorstel ‘vloeken in de kerk’, want we willen juist open melkveestallen en koeien in de wei. Maar op die manier komt er juist veel ammoniak van koeien in het milieu terecht.

Ammoniakvorming

Melses collega Karin Groenestein, eveneens werkzaam bij Wageningen Livestock Research, komt met een andere aanpak. Zij wil het ammoniakprobleem bij de bron aanpakken, namelijk op het moment dat de stof wordt gevormd. Dat gebeurt als de urine en poep van koeien vermengd raken. Dit kun je voorkomen door de mest snel gescheiden af te voeren. En ook het verdunnen van mest met water, het aanzuren of koelen van mest en het verkleinen van het mestoppervlak helpen om de ammoniakvorming te beperken. Met een combinatie van deze maatregelen kunnen melkveehouders de ammoniakuitstoot uit stallen met ruim 80 procent reduceren, berekende Groenesteins collega Andre Aarnink vorig jaar. Deze ‘aanpak bij de bron’ kan dus concurreren met de luchtwasser.

Hoewel het belangrijk is om de koeienstal aan te pakken, zal het niet volstaan om de stikstofuitstoot te halveren, zegt Wim de Vries. De stalemissies dragen maar circa 30 procent bij aan de ammoniakuitstoot in de melkveehouderij. Daarnaast komt stikstof in het milieu tijdens de opslag van mest en de toediening ervan op het land, en daarbij zijn de meeste emissiebeperkende maatregelen al doorgevoerd. Bovendien kost investeren in stikstofarme stallen de boeren geld.

Minder stikstofinput

De Wagenings alumnus Frank Verhoeven, een van adviseurs van landbouwminister Carola Schouten over kringlooplandbouw, poneerde in Boerderij nog een manier om het stikstofprobleem te verhelpen: halveer de input van stikstof in de landbouw in de vorm van kunstmest en krachtvoer. Door minder stikstof aan te kopen, kunnen veetelers de stikstofkringloop sluiten, verwacht hij.

Een goed idee, reageert Wim de Vries. ‘Dat heet het “voerspoor”. Door minder stikstof in het veevoer verminder je de hoeveelheid stikstof in de mest en daarmee de uitstoot van ammoniak. Maar minder veevoer importeren betekent wel dat je dan minder vee kunt houden in Nederland, tenzij je de melkproductie op peil kunt houden met minder stikstof in het voer. Verder levert dit lang niet genoeg stikstofbeperking op om aan de doelstellingen te voldoen.’


Vier manieren om de stikstofemissie in de veeteelt te verlagen:

1. Kleinere veestapel
2. Luchtwassers in de melkveehouderij
3. Beter mestmanagement in de melkveehouderij ter voorkoming van ammoniakvorming
4. Veevoer met minder stikstof

Lees ook:

Re:acties 5

  • Kees van Lambalgen

    De grote hoeveelheid stikstof, voor mais en Engels raaigras geen probleem, hoge opbrengsten en weelderige groei

    Maar onze eigen inheemse flora kan daar dus zeker niet tegen en leggen het loodje.

    POEP PLANTEN
    in heel veel bossen zie je de gevolgen. Vooral brandnetels en bramen en vlier
    Deze massale groei gaat dus ten koste van kwetsbare inheemse flora
    Dus steeds meer POEPPLANTEN en steeds minder variatie (biodiversiteit)
    Dit heeft vanzelf ook zijn weerslag voor fauna dus ook vlinders insecten enz enz

    Reageer
  • Piet Hein Geurink

    Het is een bijdrage aan het halen van de doelstelling. De voerverbouwer kan ook de dierhouder zijn die zijn gras- en hooi productie opvoert met xtra stikstof. Import zal ik kijken, maar bij koeien is het vooral ruwvoer. Varkens krachtvoer.

    Reageer
  • Piet Hein Geurink

    Niet minder veevoer, maar stikstofarm veevoer. De voerverbouwer vergroot zijn gewasopbrengst met N, waar boerderijdieren verder niks aan hebben.

    Reageer
  • Piet Hein Geurink

    N wordt te weelderig gebruikt, ook in de landbouw. Krijg je snelle groeiers als lupinen, brandnetels, klimops, grassen.

    Reageer
  • Piet Hein Geurink

    Geheel niet mee eens. Het CBS geeft aan dat bijv. koeien 70% van de opgegeten N weer uitpoepen en -piesen. Dat is stikstofrijk gras en hooi. Die kan best door snijmaïs vervangen worden. Overbodig opgegeten.
    Ureum en urease kunnen gescheiden opgevangen en uitgereden worden. Koeien in de wei poepen en piesen niet op dezelfde plek. Misschien vinden ze het stinken.
    Boeren kunnen best minder stikstof op het weidegras deponeren. Over een paar jaar staat er dan stikstofarm gras, hoeven ze geen snijmaïs meer te kopen.
    Chemische luchtwassers zijn ook erg duur, begrijp ik. Die hoeft niet in de stal. Een filter op de mestput kan ook.

    Reageer

Re:ageer