Wetenschap - 7 mei 2019

Hoe Nederland wereldleider werd in de aardappelveredeling

tekst:
Albert Sikkema

Hoe kreeg Nederland de afgelopen 100 jaar vanuit het niets een koppositie in de aardappelveredeling? Door eendrachtige samenwerking en de juiste beloning voor kwekers, stelt de 76-jarige promovendus Jan van Loon.

©Shutterstock

Nederland was er laat bij. Pas vanaf 1888, later dan in onze buurlanden, gingen Nederlandse aardappelkwekers planten kruizen om betere aardappels te krijgen. Daarna kwamen er keuringen voor beter zaaizaad en pootgoed, een pootaardappelwet, een nationale keuringsdienst en onderzoeksprojecten. ‘Je ziet steeds dat de overheid of het bedrijfsleven het initiatief neemt en dat alle belanghebbenden dan in korte tijd bij elkaar komen om de verbetering door te voeren’, zegt promovendus en oud-aardappelkweker Van Loon

Korte lijnen
Zo ontdekte de Nederlandse aardappelsector in de jaren zeventig dat Frankrijk experimenteerde met in-vitrovermeerdering van aardappelen, zegt Van Loon. Een medewerker van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) vroeg de kwekers en Wageningse onderzoekers: moeten wij dat ook niet doen? ‘In no time is er toen een werkgroep ingesteld. Drie jaar later kwamen de Fransen hier kijken hoe wij het deden.’

Kwekersrecht
Wat ook hielp was dat de aardappelveredelaars werden beloond voor hun werk. Eerst stelde de overheid een stimuleringsregeling in voor kwekers. Pas in 1967, in de Zaai- en Plantgoedwet, krijgen kwekers het exclusieve eigendomsrecht op de aardappelrassen die ze ontwikkelden. Daarop gingen steeds meer handelshuizen eigen rassen ontwikkelen. Deze ‘monopolierassen’ hebben de bedrijfsmatige ontwikkeling van de Nederlandse aardappelsector enorm gestimuleerd, constateert Van Loon.

Aardappelmoeheid
De samenwerking in de aardappelsector kwam vooral tot uiting tussen de kwekers, overheid en Wageningse onderzoekers. Een fraai voorbeeld is de strijd tegen aardappelmoeheid, veroorzaakt door een aaltje. Engelse onderzoekers vonden in de jaren vijftig wilde aardappelsoorten die resistent waren tegen de aaltjes. Daarna trokken Nederlandse kwekers en Wageningse onderzoekers samen op om deze resistentie in Nederlandse rassen in te kruisen. Met vallen en opstaan leidde dat in de jaren tachtig tot aardappelen met een brede resistentie, die nog steeds in de hedendaagse rassen wordt gebruikt, zegt Van Loon.


Re:ageer