Wetenschap - 24 mei 2016

‘Expert en consument kijken anders naar nanovoedsel’

tekst:
Anja Janssen

Het Wageningse Science Café duikt in de wereld van het nanovoedsel. Maar wat is dat überhaupt? Resource beantwoordt vijf prangende vragen.

Foto: Andrew Huff | Koffiecreamer is een onverwacht voorbeeld van nanovoedsel

Science Café Wageningen duikt donderdag in de wereld van nepvlees, nanonaise en ander op de allerkleinste lengteschaal ontworpen voedsel. Maar wanneer het over nanovoedsel gaat blijken experts en consumenten echter vaak langs elkaar te praten. Beide groepen hebben bijvoorbeeld andere beelden en prioriteiten. Om donderdag goed voorbereid te zijn beantwoordt Resource vijf vragen over nanovoedsel waarvan je niet wist dat je er een antwoord op wilde.

1. Wat is nanovoedsel?

‘Dat is een slechte vraag’, vindt Frans Kampers, coördinator bij de Agrotechnology & Food Sciences Group (AFSG). ‘Want al ons voedsel is nanogestructureerd. Bij de dimensie nano hebben we het over structuren van 1 tot 100 nanometer. Om je een idee te geven hoe klein 1 nanometer is: je nagels groeien ongeveer 1 nanometer per seconde.

‘Omdat al het voedsel, zoals vlees, een gekookt ei of mayonaise, nanostructuren bevat, zou nanovoedsel volgens Kampers alleen zo moeten worden genoemd en geëtiketteerd als het om door mensen gemaakte structuren gaat die niet uiteenvallen in je lichaam. ‘Een voorbeeld vind je in je koffiecreamer. Normaal zou dit poeder gaan klonteren, maar een ‘paneerlaagje’ van nanogestructureerde silicadeeltjes voorkomt dit.’

2. Is nanovoedsel veilig?

‘Hier moet je eerst onderscheid maken tussen nanodeeltjes die uiteenvallen in je lichaam in de chemische componenten waaruit ze zijn opgebouwd, en zogenaamde persistente deeltjes die hun nanostructuur behouden. Loop je langs het strand, dan adem je nanozoutdeeltjes in. In je longen lossen die op als natriumionen en chloride. Als nanodeeltjes echter intact blijven in je lichaam, kan dat onvoorspelbare gevolgen hebben, mogelijk ook op de lange termijn. Nanodeeltjes zijn namelijk vaak reactiever.’

Van de nanosilica in de koffiecreamer weten we door decennialang gebruik dat deze deeltjes ongevaarlijk zijn, aldus Kampers. Maar van nieuwe persistente nanodeeltjes zou de veiligheid eerst moeten worden aangetoond, voordat een fabrikant ze in een voedingsmiddel mag toepassen.

poster nano food.jpg

3. Wat zijn voorbeelden van nanovoedsel?

‘Je hebt aan de ene kant door mensen gemaakte nanostructuren, zoals in de vleesvervangers die Atze-Jan van der Goot ontwikkelt. De lange vleesfilamenten (kleine vleesdraadjes) maakt hij na met plantaardige eiwitten. Aan de andere kant heb je door mensen gemaakte nanodeeltjes, vaak om bepaalde stoffen als het ware in te pakken. Denk aan visvetzuren of ijzer; die vieze smaak proef je dan niet in de mond, maar de inhoud komt verderop in het maagdarmkanaal vrij. En Karin Schroën heeft een emulsietechniek ontwikkeld op nanoschaal waarmee je een deel van de olie in een oliedruppel kunt vervangen door water. Zo kun je nanonaise maken met minder vet.’

4. Worden we beter van nanotechnologie in voedsel?

‘Ja, daar ben ik van overtuigd. Om verrijkte voedingsmiddelen te maken voor bepaalde groepen mensen met tekorten, zoals zieke ouderen, heb je nanotechnologie nodig. Bijvoorbeeld voor een betere smaak of om afbraak in de maag te voorkomen. En ook als je goede vleesvervangers – die echt op vlees lijken – wil maken, is nanotechnologie onmisbaar.’

Maar als we meer plantaardig eten met veel groente en fruit, dan zijn we er toch ook? ‘Als iedereen volgens de Schijf van Vijf zou eten, heb je zo’n technologie niet nodig. Dat doen mensen echter niet, en dan helpt nanotechnologie om ze toch gezonder en duurzamer te laten eten.’

5. Weten mensen wat nanovoedsel is?

‘Dat denk ik niet’, antwoordt Hedwig te Molder, hoogleraar Wetenschapscommunicatie aan Wageningen University. ‘En die vraag wordt meestal gesteld om vervolgens te vragen: zijn ze er bang voor? Dan kom je bij een van de problemen rondom technologische ontwikkeling in de voeding: het debat daarover gaat vrijwel uitsluitend over de risico’s en voordelen van één bepaalde technologie ‒ nu nanotechnologie, in het verleden genetische modificatie. Terwijl consumenten heel andere vragen hebben over voedsel. Voor hen is bijvoorbeeld de industrialisering van de voedselproductie een belangrijk thema, net als de smaak, en de grilligheid van wetenschappelijke kennis. Over die miscommunicatie tussen experts en consumenten ga ik het hebben in het Science Café.’

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan


Re:ageer