Wetenschap - 18 november 2010

'Elk dier heeft het recht te leven'

Deze winter zullen weer honderden grote grazers verhongeren in de Oostvaardersplassen. Daar kunnen wij slecht tegen. Ingrijpen dus? Hoogleraar Dier en maatschappij Elsbeth Stassen houdt de motieven van voor- en tegenstanders tegen het licht.

Jong hert in Oostvaardersplassen, gestorven na afschot.
In de tweede helft van de winter, zo vanaf eind januari, is het zover. IJs en weder dienende, natuurlijk. 'Sneeuw in maart is desastreus', weet Stassen. 'Evenals late vorst.' Het gras in de Oostvaardersplassen, een van de weinige natuurlijke gebieden in ons land, is dan op. Zo'n dertig procent van de konikpaarden, heckrunderen en edelherten, de grote grazers in het gebied, overleeft dat niet. Mag dat?
De commissie Gabor komt eind november met een advies over het natuurlijk beheer in de Oostvaardersplassen. Hoe dat advies ook luidt, de verdeeldheid over wel of niet ingrijpen zal blijven. Dat komt volgens hoogleraar Stassen doordat mensen vanuit twee tegenovergestelde startpunten redeneren. 'Mensen zien grote grazers als gehouden dieren of als niet-gehouden dieren. Voor gehouden dieren geldt zorgplicht. Er staat een hek omheen, er is geen migratie en er zijn geen predatoren. De dierethische principes gelden, waarbij het welzijn van het individuele dier centraal staat. Maar voor niet-gehouden dieren is dat allemaal anders. Er is wel zorgplicht, maar de mens heeft geen beschikkingsmacht en de ethische principes zijn van toepassing op het functioneren van het ecosysteem.'   
Onverenigbare uitgangspunten
De uitgangspunten van beide kampen zijn in principe onverenigbaar. Maar in de kern gaat het er volgens Stassen helemaal niet om of de dieren nu gehouden zijn of niet. Daarbij  baseert ze zich op de wet. 'De wet zegt dat elk dier in nood, ongeacht of het gehouden is, geholpen moet worden. Als een dier lijdt, in nood is, dan moet je iets doen.'
Die zorgplicht is geregeld in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Artikel 36, lid 3 van die wet zegt dat 'een ieder verplicht is hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen'. Volgens Stassen is dit artikel zowel van toepassing op gehouden dieren als op dieren die vrij in de natuur leven. Stassen: 'De voor- en tegenstanders van ingrijpen vliegen elkaar in de haren vanwege die tegenstelling tussen gehouden en niet-gehouden dieren. Maar de crux is dat dieren niet onnodig en uitzichtloos mogen lijden. Dat is heel cruciaal in de discussie. Dat betekent overigens niet dat we dieren niet mogen doden.'
Het maakt dus niet uit of een dier wild is of niet?
'Als we zien dat een dier lijdt, vinden we dat we iets moeten doen. De basiswaarde van waaruit mensen redeneren ten aanzien van dieren is dat alle dieren waarde hebben en we er dus voor moeten zorgen. Het lijden van konikpaarden en heckrunderen roept heftige reacties op, omdat mensen ze vergelijken met dieren die gehouden worden. Hier speelt ook mee dat ze zo groot en zichtbaar zijn. Er loopt een spoorlijn langs de Oostvaardersplassen. Bij echte wilde dieren loop je overigens ook tegen die dilemma's aan. Neem zeehonden. Wij halen zieke dieren van het wad om ze aan te laten sterken. Maar het zijn toch echt wilde dieren.
Geldt honger als 'onnodig en uitzichtloos lijden'?
'Af en toe voor kortere tijd honger lijden is niet alleen nadelig voor het welzijn: het werkt ook positief, omdat het de exploratie en migratie stimuleert. Het welzijn en de gezondheid van de dieren in de Oostvaardersplassen is een groot deel van het jaar uitstekend. Dat blijkt ook uit het feit dat de populatie grote grazers in bijna dertig jaar gegroeid is van tientallen tot ongeveer vierduizend dieren. De groep mensen die grote grazers als gehouden dieren ziet, focust teveel op het lijden van dieren die geen kans maken. In een ecosysteem is het nuttig dat de zwakken sterven, omdat daardoor de populatie sterker wordt. Door natuurlijke selectie zijn dieren beter geschikt om de wisselende gebiedsomstandigheden het hoofd te bieden. Maar dat betekent niet dat verhongeren geen ernstig lijden is. Uit sectie op sterk vermagerde runderen blijkt dat die dieren allerlei onverteerbare stoffen als bast, riet en takjes in hun pens hebben, waardoor een rottende massa ontstaat. Blijkbaar hebben die dieren dat door de grote honger gegeten, terwijl ze dat normaliter niet eten.'
De dierenartsen willen het lijden van grote grazers voorkomen door dieren proactief te gaan doden. Van de populatie grote grazers moet 30 procent worden afgeschoten. Wat vindt u daarvan?
'Met proactief doden voorkom je dat de populatie te groot wordt. Maar ik zie morele bezwaren. De burger in Nederland vindt dat alle dieren recht op leven hebben. Dat blijkt uit het onderzoek van Nina Cohen die deze week in Wageningen promoveert. Dat is het belangrijkste morele principe. Door proactief te doden, doe je daar inbreuk op. Bovendien: welk dier ga je schieten? Het dier dat zwak is? Of dood je gericht bepaalde groepen? Ook vanuit ecologisch perspectief is het een lastige uitdaging om die selectie te maken. Ik verwacht dat er maatschappelijk ook geen draagvlak is voor proactief doden. Het afschieten van wilde zwijnen op de Veluwe vinden we nog wel acceptabel, mede omdat de dieren overlast veroorzaken. Het doden van edelherten ook nog wel. Dat zijn wilde dieren. Maar ik zie niet voor me dat er in ons land grootschalig paarden worden gedood. Paarden zijn van landbouwhuisdier gezelschapsdier geworden. Je ziet ook dat er in ons land nauwelijks nog paardenvlees wordt gegeten.'
U bent voorzitter van de commissie ethiek van de dierenartsen. Uw advies is dus niet opgevolgd?
'Het standpunt tot nu toe was dat er reactief moet worden gedood. Dus alleen om uitzichtloos lijden te stoppen. Maar in de populatie dierenartsen zie je ook die twee kampen die grote grazers zien als gehouden of niet-gehouden dieren. Het hoofdbestuur heeft de leden drie opties voorgelegd: er is geen zorgplicht, we gaan eerder reactief doden of we gaan proactief doden. Van de respondenten heeft driekwart aangegeven voor proactief doden te zijn.'
Ziet u die verschuiving ook in de rest van de samenleving?
'Het politieke spectrum verschuift. Ik verwacht meer beweging richting het standpunt van de gehouden dieren. Een opkomend argument vóór ingrijpen is bovendien dat er vraagtekens te plaatsen zijn bij het ecosysteem dat in de Oostvaardersplassen ontstaat. Doordat de grote grazers het zo goed doen, neemt de biodiversiteit van het gebied af. Bepaalde vogels komen er niet meer voor en door overbegrazing staat de fauna onder druk. Ik ben heel benieuwd wat de commissie Gabor daarover gaat zeggen. Als de biodiversiteit afneemt, zijn we dan ons doel niet voorbijgestreefd? Het lijkt erop dat de grote grazers aan hun eigen succes te gronde gaan.'  

Re:ageer