Wetenschap - 17 mei 2018

‘Buxusmot is blijvertje’

tekst:
Stijn van Gils

De buxusmot is met een opmars bezig. Tot een paar jaar geleden kwam het vlindertje in Nederland niet voor, maar inmiddels is de veelvraat van buxusplantjes in bijna heel de zuidelijke helft van ons land te zien.

© Shutterstock

De regionale krant De Gelderlander spreekt van een ‘Bijbelse plaag’, het Brabants Dagblad over ‘tuinterrorist’ en ‘rupsenkalifaat’. Volgens entomoloog Rob van Tol van Wageningen Plant Research is het schadelijke rupsje best goed te bestrijden.

Heeft de buxus nog toekomst in Nederland?

‘Ja natuurlijk, maar het wordt wel lastiger. Buxus was altijd een heel gemakkelijk struikje dat toch wel groeide. Die tijd is voorbij, want deze mot gaat niet meer weg. Als je er vroeg bij bent, is de rups wel gemakkelijk te bestrijden. Dat betekent vooral goed kijken, want een vroege infectie is niet gemakkelijk te herkennen.’

Hoe dan?

‘Buxus groeit in verschillende fases. Als je ziet dat een deel van de heg wel groeit en een deel niet, is dat een teken om verder te kijken. Verder is het altijd goed om af en toe eens wat takken weg te duwen en de binnenkant te inspecteren op kaal gegeten takjes. Het schadebeeld van de buxusmot moet men overigens niet verwarren met schade door een schimmel waar buxus ook gevoelig voor is.

Dus als je wat ziet, is het altijd verstandig om even te googlen of het inderdaad de rups is. Hoveniers kunnen een vroege aantasting van de rupsen goed bestrijden met een biologisch middel van de bacterie Bacillus thuringiensis. Particulieren kunnen natuurlijke pyrethroiden gebruiken. Meermalen spuiten is dan wel nodig. Ben er wel voorzichtig mee, want het doodt ook andere insecten. Als de aantasting duidelijk te zien is dan ben je eigenlijk te laat en werken alleen zwaardere chemische middelen.’

Waar komen ze eigenlijk ineens vandaan?

‘Oorspronkelijk komt de buxusmot uit Azië, maar in Zuid-Europese landen kwamen ze al veel langer voor. Je kon er op wachten tot ie ook in Nederland opdook. Hoe ze hier terecht zijn gekomen is altijd de vraag. Ze kunnen zijn meegereisd met vakantiegangers, maar het is een vlindertje, dus hij kan ook met de wind zijn meegevlogen. Vaak worden dit soort nieuwe plagen geïntroduceerd door besmet plantgoed uit het buitenland. Of dat hier ook het geval is, vraag ik me af. We hebben in Nederland veel buxuskwekers en we importeren nauwelijks. De export van buxus is veel groter.’

Die buxuskwekers kunnen nu wel inpakken, of kan onderzoek van WUR hen nog redden?

‘Eerlijk gezegd denk ik niet dat de mot een probleem voor hen is. Buxus is namelijk ook gevoelig voor de wolluis en daar wordt door veel kwekers toch al tegen gespoten. De insecticide daartegen, pakt gelijk ook de buxusmot aan. De boomkwekerij in Nederland is trouwens erg versnipperd in plant- en grondsoorten. Een laanboomkweker in de Betuwe heeft geen zin om het onderzoek voor een rozenkweker van het Brabantse of Limburgse zand te betalen en andersom. Geld voor onderzoek is er daarom nauwelijks, dus wij doen eigenlijk niet heel veel meer in deze sector.’


Re:ageer