Wetenschap - 16 april 2018

Alternatieven voor de luchtwasser: een top-5

tekst:
Albert Sikkema
1

Combiluchtwassers vangen in praktijk minder stank en ammoniak weg bij varkensstallen dan gedacht, bleek onlangs uit onderzoek van WUR. Zijn er goede alternatieven voor de luchtwassers? Onderzoeker Andre Aarnink komt met een top-5.

©Shutterstock

De combiluchtwassers, de meest gebruikte luchtwassers in de varkenshouderij, halen niet 81 procent van de geurstoffen uit de stallucht, zoals eerder gedacht, maar slechts 40 procent. Bovendien halen ze niet 85 procent van de ammoniak uit de lucht, maar slechts 59 procent, stellen de Wageningse onderzoekers. De provincie Noord-Brabant wil aanvullende maatregelen, om te zorgen dat geur- en ammoniakoverlast voor omwonenden van de stallen afneemt.

Zijn er goede alternatieven om de stank en ammoniakemissies terug te dringen? Andre Aarnink, onderzoeker Veehouderij en Milieu bij WUR, zet de belangrijkste opties op een rijtje. Uitgangspunt bij deze alternatieven: pak de emissies aan bij de bron in de stal, zodat ook het stalklimaat voor veehouders en varkens verbetert.

1)  Mestbanden

Om geuremissies tegen te gaan, moet de verse mest zo snel mogelijk de stal uit. Dat kan met behulp van mestbanden onder de roostervloer. Die zorgen ervoor dat de vaste mest enkele keren per dag wordt afgevoerd en de urine continu. Bijkomend voordeel: je zorgt gelijk voor een scheiding van de dunne en dikke mestfractie. Die zorgt ook voor minder emissies. Als alternatief voor een draaiende mestband kan de veehouder ook een mestschuif gebruiken. Praktijkonderzoek van onder andere WUR leverde een reductie van circa 70 procent op van zowel stank als ammoniak. De investeringskosten voor een stal met mestbanden zijn niet hoger dan een traditionele stal met luchtwasser.

2)  Mestgedrag

Niet de hoeveelheid mest bepaalt hoeveel ammoniak vrijkomt, maar het ‘emitterend oppervlak’. Met andere woorden: hoe compacter de mest, hoe beter. Varkens zijn van nature propere dieren die liever niet poepen en plassen waar ze eten en slapen. Met behulp van de stalinrichting kunnen veehouders dat gedrag sturen, zodat de varkens in een vaste hoek gaan mesten. Dat verkleint het mestoppervlak en dus de emissie van ammoniak. Er zijn verschillende stalsystemen op de markt die gebruik maken van dit principe om de ammoniakemissie te beperken, zegt Aarnink. Die leveren een ammoniakreductie die kan oplopen tot 50 à 60 procent, blijkt uit onderzoek.

3)  Mest koelen

Hoe hoger de temperatuur van de mest, hoe meer stank en ammoniak vrijkomt. Doorgaans is de mest 18 a 20 graden Celsius. Koeling tot onder de 15 graden levert al zo’n 50 procent reductie op van ammoniak. Ook de stank neemt hierdoor af, maar de mate waarin is nog niet goed onderzocht. Er zijn al systemen die de mest in de mestput koelen en de vrijkomende warmte gebruiken voor verwarming van het biggenhok. Zo vang je twee vliegen in een klap: minder milieuschade en meer duurzame energie.

Aarnink kent systemen die verkleining van het emitterend oppervlak (tip 2) en mest koelen (tip 3) combineren. Die kunnen voor een reductie zorgen van 85 procent, evenveel als de luchtwassers op papier.

4)  Mest verdunnen

Als je mest verdunt met water, neemt de ammoniakemissie evenredig af. Dat kan een emissiereductie opleveren van 50 procent. Je kunt dit water ook vervangen door ‘spoelvloeistof’. Die vloeistof ontstaat als je de mest scheidt in een dikke en dunne fractie en de dunne fractie belucht buiten de stal, waardoor de ammoniak wordt omgezet in nitraat. Hergebruik van deze spoelvloeistof in de stal werkt even goed en bespaart bovendien water. Nadeel van deze methode, zo blijkt uit onderzoek: hij kan tot hogere emissies van lachgas leiden.

5)  Mest aanzuren

Als je mest uit de stal aanzuurt met zwavelzuur, dan bindt dat zwavelzuur de ammoniak in de dunne mestfractie. Die vloeistof gebruik je vervolgens in de stal om verse mest in op te vangen en af te voeren, zodat je ook in de stal ammoniak bindt. Dit systeem wordt al toegepast in Denemarken en geeft een ammoniakreductie van 70 procent. Belangrijkste nadeel: je werkt met sterke zuren als veehouder en als het systeem niet goed functioneert kan er H2S worden gevormd – de bekende rotte-eierengeur – dus je hebt goede beveiliging nodig.

Aarnink denkt dat zijn top-3 momenteel de beste papieren heeft, maar hij kan niet exact aangeven hoe hoog de kosten zijn van deze systemen. Toch merkt hij dat varkenshouders meer interesse krijgen in systemen die de emissies bij de bron reduceren: mestafvoersystemen, varkenstoiletten en mest koelen. ‘Luchtwassers zijn enkel een kostenpost voor de veehouders, ze doen niets aan het stalklimaat. Deze alternatieven verbeteren het stalklimaat en daarmee de gezondheid van de boer en de dieren.’

Bij de bron
Moeten de boeren de luchtwassers nu weggooien? Nee, Aarnink ziet nog een interessante toepassing voor de wassers. ‘Ze kunnen de luchtwassers aansluiten op het mestafvoerkanaal, zodat deze de geur en ammoniak bij de bron wegvangen, waardoor deze niet door de dieren en de varkenshouder wordt ingeademd. Dit hebben we op het varkensinnovatiecentrum in Sterksel onderzocht. Het is nog geen optimaal systeem, maar het biedt kansen.’

Re:acties 1

  • Guillaume Counotte, toxicoloog, GD, Deventer

    Het mengen van stallucht met verdund zwavelzuur werkt inderdaad goed om ammoniak uit de lucht te binden. Als dit mengsel dan vervolgens met stalmest wordt gemengd, komt direct het zeer giftige H2S vrij. In het verleden zijn daar regelmatig varkens door overleden. Als je als mens daar vlak bij staat, is het risico ook erg groot! Dus een waarschuwing is zeker op z'n plaats!

    Reageer

Re:ageer