Student - 21 november 2019

Verliefd op het voedselbos: Bachelorstudent gaat eetbare bomen planten in Frankrijk

tekst:
Luuk Zegers

Rémi Feraut (23) zag zijn eerste voedselbos tijdens een snuffelstage in het eerste jaar van zijn bachelor Plantenwetenschappen. Nu gaat hij er zelf één aanleggen in Zuid-Frankrijk. Met steun van een plaatselijke bank.

Rémi Feraut in Voedselbos Ketelbroek in Groesbeek, de plek waar zijn liefde voor deze vorm van permacultuur werd gewekt.

tekst Luuk Zegers  foto Eric Scholten

Bachelorstudent Rémi Feraut groeide op in het zuiden van Frankrijk op zijn vaders boerenbedrijf aan de voet van de Pyreneeën. ‘De boerderij zit al meerdere generaties in de familie. Biologische polycultuur, dus verschillende gewassen, en schapen voor vlees en wol. En een camping.’

In de zomer van 2016 leerde hij op die camping een meisje uit Nijmegen kennen. ‘Tuomi kwam werken in de animatie. Het was love at first sight. Na de zomer zou ze een jaar in Schotland gaan studeren. Zelf had ik net een tegenvallend eerste jaar achter de rug aan de landbouwschool in Toulouse. Dus stopte ik met mijn opleiding, nam een tussenjaar en reisde haar achterna.’

Barista

Terwijl vriendin Tuomi in de Schotse stad Dumfries studeerde, ging Feraut aan de slag als barista en barkeeper. Na een jaar verhuisden ze samen naar Nijmegen en in september 2017 begon Feraut aan zijn bachelor Plantenwetenschappen in Wageningen. ‘Ik was al van plan om naar Wageningen te gaan na mijn studie in Toulouse. Dankzij Tuomi ben ik wat eerder hierheen gekomen.’

Feraut voelde zich snel thuis in Nederland. Het hielp dat hij de taal al sprak. ‘Mijn moeder is Nederlands en toen mijn ouders in 2005 uit elkaar gingen, heb ik een jaar bij haar gewoond in Haarlem. In dat jaar heb ik Nederlands leren lezen en schrijven. Spreken kon ik al. Medestudenten zien me vaak aan voor Nederlander. Totdat ik Engels ga praten. Dan horen ze opeens mijn Franse accent.’

Uiensoepsmaak

In zijn eerste jaar, tijdens het vak Orientation Plant Sciences, moest Feraut een ministage doen. ‘Er was een lijst met stageplekken waar je uit kon kiezen. Ik heb al ervaring in de reguliere landbouw, dus dat hoefde van mij niet per se. Toen zag ik op die lijst Voedselbos Groesbeek staan. Ik dacht: voedselbos? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Het leek me interessant, dus ik belde de eigenaar en vroeg of ik daar een paar dagen mee mocht lopen.’

Het mocht, en niet veel later fietste Feraut vanuit Nijmegen naar Voedselbos Ketelbroek in Groesbeek. Eigenaar Wouter van Eck, een van Nederlands bekendste voedselbos-voorvechters, leidde hem rond over het bedrijf. ‘Ik zag een soort primitief bos met bomen van verschillend formaat, struiken en kleinere planten. Er groeiden Japanse walnoten, nashiperen, appels, tamme kastanje, szechuanpeper en een heleboel dingen die ik nooit eerder had geproefd. Wouter gaf me een blaadje Chinese ceder om te proeven. Ik had daar nog nooit van gehoord. Dan stop je dat blaadje in je mond en blijkt dat naar Franse uiensoep te smaken. Ongelooflijk.’

Ecosysteem

Net als in de zomer van 2016 is Feraut op slag verliefd. Niet op Van Eck, maar op zijn voedselbos. ‘Het idee dat je je voedsel kunt halen uit een bos zonder dat je hoeft te spuiten of veel mechanisch onderhoud nodig hebt. Het idee dat je een plan maakt voor een bos, dat vervolgens gaat planten, en dat je daarna bijna alleen maar hoeft te oogsten. Het idee dat je een ecosysteem aanlegt dat zichzelf in stand houdt en waarbij de onderdelen van dat ecosysteem elkaar helpen en versterken. In een voedselbos heeft alles een rol, zelfs brandnetels. Brandnetels worden in reguliere landbouw als onkruid gezien, maar ze trekken lieveheersbeestjes aan en die eten bladluizen. Indirect beschermen brandnetels dus andere planten. Ook vlinders houden van brandnetels. Vlinders zijn belangrijk voor bestuiving van planten. En je kunt natuurlijk brandnetelsoep of -thee maken.’

Een voedselbos kan ziektes en plagen zonder grote verliezen overleven, vervolgt Feraut enthousiast. ‘Stel dat er een ziekte is die een bepaald type plant aantast. Bij monocultuur is je oogst dan verloren, maar in een voedselbos heb je dan nog een heleboel andere soorten om van te eten. Bovendien is een voedselbos klimaatbestendig. Dat kun je zien op luchtfoto’s van voedselbos Groesbeek. Om het bos heen liggen veel monocultuurpercelen. Met heftige regenval of langdurige droogte zie je dat die percelen vervagen op de luchtfoto’s. Maar het voedselbos blijft groen.’

De eerste boom

Al snel begon Feraut te spelen met de gedachte om zelf een voedselbos aan te leggen op zijn vaders grond. Er was echter één probleem: geld. ‘Om één hectare bos aan te leggen, heb je tien- tot dertigduizend euro nodig aan plantgoed.’ Dus zette hij zijn plan op een laag pitje. Tot hij begin 2019 een e-mail kreeg van zijn Franse bank Crédit Agricole Pyrénées Gascogne. ‘Zij hadden een potje met geld om te investeren in duurzame projecten van jongeren. Ik dacht: dit is mijn kans.’ Feraut maakte een dossier, kwam door de selectie en mocht zijn plan presenteren aan bankiers van de regionale bank. Eind augustus kreeg hij groen licht. ‘Ze belden me op en zeiden dat ik tienduizend euro krijg om een voedselbos te gaan planten in Zuid-Frankrijk.’

De eerste boom gaat de grond in op 23 november op het landgoed van zijn vader. ‘Je hebt niet gelijk een bos natuurlijk, daar gaan jaren overheen. Maar ik geloof sterk in deze vorm van landbouw. Het is duurzaam en goed voor de biodiversiteit. Misschien doet WUR straks wel onderzoek in mijn voedselbos. Dat zou ik mooi vinden.’

Misschien doet WUR straks onderzoek in mijn voedselbos. Dat zou ik mooi vinden


Re:ageer