Student - 30 maart 2018

Studenten helpen mee in verpleeghuis

tekst:
Kenneth van Zijl

Zeven studenten kregen van hun studentenvereniging KSV Franciscus de opdracht een vrijwilligersklus te doen. Ze draaiden tien uur mee in verpleeghuis Pieter Pauw van zorginstelling Vilente. Wat begon als een verplicht nummer, groeide uit tot blijvend vrijwilligerswerk uit betrokkenheid.

Studenten Michelle van Maanen, Amber Yau en Lisa Verhoeven (van links naar rechts) lunchen met bewoners van verpleeghuis Pieter Pauw. Foto Guy Ackermans

De gemeenschappelijke ruimte van de verpleegafdeling is verdeeld in een woonkeuken en een huiskamer. Aan de muur twee schilderijen die het boerenleven verbeelden uit de tijd van Aap-Noot-Mies. Veel gemakkelijke stoelen. Ze lijken van de Kringloop te komen en zorgen voor een gezellige en huiselijke sfeer.

Het is lunchtijd in verpleeghuis Pieter Pauw in Wageningen. De tafel is gedekt met boerenbont, hagelslag, pindakaas, appelstroop en krentenbrood. Mevrouw Ten Berg eet een boterham met pindakaas, met mes en vork. Ze heeft een guitige blik in de ogen. Lisa Verhoeven moet lachen als mevrouw Ten Berg zegt dat ze gelukkig veel bezoek krijgt, maar dat de buurvrouw niet meer hoeft te komen, want daar heeft ze ruzie mee. Verhoeven helpt bij de lunch en houdt de bewoners gezelschap. In het dagelijks leven is ze eerstejaars Bedrijfs- en Consumenteneconomie.  

Mens-erger-je-niet
Lisa Verhoeven en Michelle van Maanen, student Levensmiddelentechnologie, doen weleens een spelletje mens-erger-je-niet met mevrouw Ten Berg en dan verliezen ze meestal. ‘Dat is maar goed ook’, zegt mevrouw Ten Berg, ‘want ik hou niet van verliezen. Ja, ik ben me er eentje hoor!’ Schuin tegenover haar zit mevrouw Haverhals, 98 jaar en nooit ziek. Haar man is allang overleden. ‘Maar ik heb Knuffie.’ Ze wijst naar een pluche beertje op tafel. De rollator van mevrouw Haverhals is scherp tegen de stoelpoot geparkeerd.

Een begeleidster staat in de open keuken die uitkijkt op de eetkamer. ‘Deze bewoners zijn nog redelijk zelfstandig, maar de bewoners van hiernaast hebben allemaal zware lichamelijke beperkingen’, zegt ze. ‘Daar moeten we echt met twee collega’s zijn om de tillift te bedienen als we bewoners gaan wassen bijvoorbeeld.’ Het zijn deze momenten waarop vrijwilligers als Lisa en Michelle uitkomst bieden, om aandacht aan de andere bewoners te schenken. Door een praatje te maken, een spelletje te spelen of een stukje te wandelen.

Door dit werk ben ik me des te meer bewust van mijn eigen gezondheid

Wennen
De eerste keer dat de studenten bij Pieter Pauw kwamen, waren de bewoners argwanend. ‘Ik vond dat heel confronterend’, zegt Verhoeven, die nooit eerder met ouderen met dementie te maken heeft gehad. ‘Ik voelde een soort vijandigheid. De bewoners wilden helemaal niet met ons praten. En al helemaal geen spelletjes doen.’ Inmiddels worden de studenten met enthousiasme begroet.

Verhoeven en Van Maanen vinden wat ze doen dankbaar en belangrijk werk. ‘Doordat ik hier kom en zie wat het is om aan dementie te lijden, of een ander gebrek te hebben, ben ik mij des te meer bewust van mijn gezondheid’, zegt Van Maanen, ‘maar ook van het feit dat ik in een land woon waar deze zorg wordt geboden.’

De enige heer in het gezelschap, meneer Jongsma, zit tijdens de lunch aan de kop de tafel. Hij glijdt langzaam uit zijn stoel. ‘Het doet pijn’, zegt hij nauwelijks verstaanbaar. Meneer Jongsma heeft de ziekte van Parkinson. Verhoeven heeft vaker bij hem gezeten en vindt dat niet makkelijk. ‘Hij wil vaak opstaan, maar als de begeleiding even ergens anders bezig is, moet ik hem telkens zachtjes terug in zijn stoel duwen.’

De lunch is voorbij. Eén van de dames nestelt zich in een fauteuil, mevrouw Ten Berg helpt bij de afwas. De staartklok boven het dressoir blijft steken op 12 uur. De studenten nemen afscheid. De collegezaal wacht.

Op verzoek van het verpleeghuis zijn de namen van de bewoners gefingeerd.


Re:ageer