Student - 8 oktober 2015

Rector wil begin-van-de-avondcolleges

tekst:
Albert Sikkema

Wageningen UR ziet af van grootschalige renovatie van de Dreijen om de studentengroei op te vangen. Rector Arthur Mol wil experimenteren met onderwijs op de campus tussen 5 en 8 uur ’s avonds.

<foto: Guy Ackermans>

De raad van bestuur gaat de Dreijen nog 3 jaar open houden, stelt Mol, maar gaat het complex niet meer uitgebreid renoveren. De universiteit heeft nog behoefte aan practicumruimten in het Transitorium en het Scheikundegebouw. Door de groei van het aantal studenten zijn er te weinig practicumruimten op de campus. Op termijn wil de rector de practica deels digitaliseren en het gebruik van de labs intensiever maken, zodat alle onderwijs op de campus past.

Onderdeel van zijn plan is ook dat het onderwijs afstapt van de ‘9 tot 5-cultuur’. Mol wil de collegetijden oprekken naar 7 uur of 8 uur ’s avonds. ‘Er staan nu mooie gebouwen op de campus twee derde van de dag leeg. Als we de collegetijden verlengen tot 8 uur, winnen we heel veel. Dan kunnen wij de groei opvangen en kunnen de studenten daarna naar de mensa en de vereniging.’ Mol overlegt met de studentenraad over de invulling, om bijvoorbeeld één avond per week college te geven aan masterstudenten.

Ook wil de rector nog eens goed kijken of het lesrooster nog efficiënter kan. ‘Zijn alle onderwijsruimten voortdurend bezet? Dat gaan we meten met het wifi-gebruik. Soms reserveren docenten een ruimte voor een hele periode, terwijl ze het lokaal maar een paar keer nodig hebben. Die hopen we op deze manier op het spoor te komen.’

Door de beperkte opknapbeurt gaat de universiteit niet meer miljoenen investeren in renovatie van de Dreijen. Het open houden van de laboratoria in Transitorium en Scheikunde-gebouw kost een paar ton. Mol: ‘Dat is verantwoord. We zouden wel meer willen investeren in het onderwijs, maar we krijgen geen extra geld uit Den Haag.’ Hij verwacht, op basis van demografische gegevens, dat de groei in Nederlandse bachelorstudenten de komende jaren afvlakt. Daarom is een beperkte investering in tijdelijke onderwijsruimten de beste optie, aldus de rector.