Student - 22 november 2018

Leven uit je koffer - Internationale promovendi worstelen met vinden van huis

tekst:
Tessa Louwerens

Logeren bij collega’s, telkens verkassen of een onmogelijk hoge huur betalen. Voor veel buitenlandse promovendi zijn dit de opties nu ze geen voorrang meer krijgen op de Wageningse kamermarkt. ‘Ik had moeite me te concentreren op mijn onderzoek en liep daardoor vertraging op.’

tekst Tessa Louwerens  illustratie Geert-Jan Bruins

Lerato Thakholi, sandwichpromovendus bij Sociologie van Ontwikkeling en Verandering, uit Zuid-Afrika
Lerato Thakholi, sandwichpromovendus bij Sociologie van Ontwikkeling en Verandering, uit Zuid-Afrika

Noodgedwongen logeren bij kennissen

‘Toen ik in 2016 begon met mijn promotieonderzoek, kreeg ik een kamer via Idealis. Maar tussendoor ging ik een jaar naar Zuid-Afrika voor veldwerk en bij mijn terugkomst waren de regels veranderd. Nu heb ik geen woonruimte.

Het kamertekort is niks nieuws voor Wageningen, maar studenten die van ver komen worden er extra hard door getroffen. Het is lastig om onder woorden te brengen hoeveel onzekerheid je overspoelt wanneer je aankomt in een nieuw land, zonder je vrienden en familie, en beseft dat je geen plek hebt om je thuis te noemen. Ik heb het geluk dat ik hier al mensen ken bij wie ik mag logeren. Er zijn genoeg mensen die dit voordeel niet hebben.

Naast stress en onzekerheid veroorzaakt dakloos zijn ook praktische problemen. Om je te registreren bij de gemeente, een burgerservicenummer en een bankpas te krijgen, moet je een woonadres hebben.

Ik wil graag weten waar ik en andere internationale promovendi met dit probleem terechtkunnen voor hulp. In mijn contract staat: 'WU helpt de promovendus bij het vinden van een woning in Wageningen voor de periode dat de kandidaat in Wageningen verblijft.' Maar wat betekent dat? Ik ontving een email met een link naar Idealis en andere woningcorporaties. Is dat de hulp? De universiteit neemt steeds meer studenten aan, zonder rekening te houden met de beschikbare huisvesting.’

Marcos Dominguez Vierra, gastpromovendus bij Ontwikkelingseconomie, uit Mexico
Marcos Dominguez Vierra, gastpromovendus bij Ontwikkelingseconomie, uit Mexico

Zeven adressen in zeven maanden

‘Mijn master heb ik in het Verenigd Koninkrijk gedaan en daar was het vrij eenvoudig om een huis te vinden. Ik had wel gehoord dat het in Nederland moeilijk zou zijn, maar het is lastig je voor te stellen wat je kunt verwachten. Mijn vrouw en ik kwamen in maart dit jaar vanuit Mexico naar Wageningen. Ik dacht dat we een woning zouden vinden zodra we eenmaal mensen ontmoetten. Daarom concentreerde ik me op mijn sollicitatie en het regelen van mijn studiebeurs. Maar het bleek lastiger dan gedacht en in de eerste zeven maanden hebben we op zeven verschillende plekken gewoond. Elke keer als het eind van de huurovereenkomst in zicht kwam, was ik bang dat we niks nieuws zouden vinden. Het zoeken kostte veel tijd en energie. Ik had moeite me te concentreren op mijn onderzoek en liep vertraging op.

Wanneer ik om hulp vroeg, kreeg ik steeds te horen dat ik een woning moest zoeken op de particuliere markt. Maar voor veel mensen met een beurs is dat geen optie. Ik had wat spaargeld, maar dat was na een paar maanden op, omdat we op te dure plekken moesten wonen. We hebben nu eindelijk een appartement gevonden waar we kunnen blijven en dat is een enorme opluchting.

Ik maak de universiteit geen verwijten. Wel denk ik dat de universiteit duidelijker moet zijn over wat promovendi kunnen verwachten. De informatie is gefragmenteerd. Misschien is het mogelijk om nauwer samen te werken met de begeleiders, zodat ze al deze informatie kunnen bieden. Of wellicht moet de universiteit mensen niet toestaan om te arriveren als ze nog geen huis hebben gevonden.’

Getu Alene, sandwichpromovendus bij Sociologie van Ontwikkeling en Verandering, uit Ethiopië
Getu Alene, sandwichpromovendus bij Sociologie van Ontwikkeling en Verandering, uit Ethiopië

Nomaden in Ethiopië hebben geen internet

‘Tijdens mijn veldwerk in Ethiopië moest ik alvast zoeken naar een woning in Wageningen, voor als ik terug ging naar Nederland voor het theoretische deel van mijn promotie. Maar het was erg lastig, omdat ik rondtrok met nomaden in een afgelegen streek. Om bij de dichtstbijzijnde stad met internettoegang te komen, moest ik 125 kilometer rijden op de motor. Daarom vroeg ik een vriend om namens mij op woningen te reageren, maar dat ging niet goed; hij begreep het systeem niet. Dus toen ik terugkwam, was ik de eerste twee maanden enkel bezig met zoeken naar woonruimte. Het was erg stressvol. Ik kon me niet concentreren op mijn werk. Inmiddels heb ik een kamer in onderhuur. Dat is tijdelijk, maar als ik geluk heb, kan ik de kamer overnemen.

WUR heeft een zeer goede academische reputatie en ik ben trots dat ik hier studeer. Maar als de universiteit haar internationale reputatie wil behouden, is het belangrijk om deze huisvestingsproblematiek op te lossen. Het is niet erg praktisch als meer mensen naar Wageningen komen, terwijl ze geen verblijfsplaats hebben.

Misschien kan de universiteit een aparte afdeling voor huisvesting opzetten. In Noorwegen, waar ik studeerde voor ik hier kwam, is huisvesting bijvoorbeeld geregeld via een afdeling internationale betrekkingen. Daarnaast denk ik dat de communicatie beter kan. Misschien is het beter als je alle relevante informatie krijgt voordat je aankomt, bijvoorbeeld via de begeleider.’

Promovendi zonder salaris

Veel Wageningse promovendi zijn in dienst bij WUR en ontvangen een salaris. Maar WUR heeft ook sandwichpromovendi, die een deel van hun onderzoek in hun thuisland doen en een deel in Wageningen, en gastpromovendi, die vaak verbonden zijn aan een universiteit of onderzoeksinstelling in hun thuisland. Deze promovendi – momenteel zijn het er 736 op een totaal van 2022 – leven doorgaans van een beurs. Ze kregen tot mei van dit jaar met voorrang een betaalbare kamer via Idealis, maar worden nu verwezen naar de particuliere woningmarkt. Daar zijn de prijzen vaak zo hoog dat hun toelage niet toereikend is. De raad van bestuur bekijkt momenteel hoe dit probleem kan worden opgelost, zegt woordvoerder Simon Vink.


Re:ageer