Student - 25 januari 2018

Koeien kijken bij Toon - Boerenzoon neemt studenten mee de stal in

tekst:
Albert Sikkema

Bachelorstudent Toon te Poele nodigde medestudenten van WUR uit om een kijkje te komen nemen op het melkveebedrijf van zijn vader. Zo konden ze zich een realistisch beeld vormen. Want de consument wil van alles van de boer, zonder daarvoor te betalen.

tekst Albert Sikkema  foto Guy Ackermans

In de Achterhoek, in het buitengebied van Lievelde, ligt de boerderij waar Toon te Poele is opgegroeid. Hij wil graag uitleggen hoe zijn vader het melkveebedrijf runt. Aan de keukentafel zitten vijf studenten die de uitnodiging hebben aangenomen om een kijkje te komen nemen. Ze studeren Plantenwetenschappen, Levensmiddelentechnologie, Bos en Natuurbeheer en Voeding en Gezondheid in Wageningen en Politicologie in Nijmegen.

Vader Te Poele heeft sinds 2008 een ligboxenstal waarin de koeien kunnen rondlopen. Ze bepalen zelf wanneer ze gemolken worden door de melkrobot. Twee keer per dag laat de robot de melkkoeien toe en beloont ze met brokjes. In het voorjaar van 2009 zette hij de staldeur open, maar een deel van de koeien wilde niet naar buiten. Sindsdien blijven ze ook ’s zomers binnen.

Schommelende melkgift
De koeien staan ’s zomers liever in de goed geventileerde koele stal dan in een warm weiland, zegt Te Poele. Willen ze dan niet bewegen, vraagt een studente. Op stal kunnen ze ook bewegen, zegt Te Poele, zelf student Plantenwetenschappen. Ze rennen alleen in de wei als ze in het voorjaar voor het eerst buiten komen. Normaal grazen ze en liggen ze maar liefst acht uur per dag te herkauwen.

Voor de huidige melkprijs kunnen wij geen houtwallen onderhouden

Maar koeien op stal houden heeft ook economische voordelen. Door zon en temperatuurverschillen is de kwaliteit van het gras buiten door het jaar heen variabel. Daardoor schommelt de melkgift van buitenkoeien. De binnenkoeien van Te Poele krijgen een uitgekiende mix van ingekuild gras en mais, waardoor ze het hele jaar door iets meer melk leveren. Verder kost het naar buiten laten van de koeien de boer veel tijd. Die investering loont niet, zegt Te Poele. Daarvoor is de weidegangpremie van FrieslandCampina te laag.

Goedkope melk
Dat punt komt vaker terug: de consument wil van alles van de boer – meer dierenwelzijn, minder milieuvervuiling, meer weidegang en weidevogels – maar blijft wel een liter halfvolle melk bij de supermarkt kopen voor 75 cent. ‘Van die 75 cent gaat ongeveer 35 cent naar de boer, FrieslandCampina krijgt wat voor de verwerking van de melk en dan moeten de transporteurs en de vakkenvullers bij de supermarkt er ook nog wat aan verdienen.’

Toch investeren de boeren nog en elke boer maakt daarbij zijn eigen afweging. Zo laat de vader van Toon het gras maaien door een loonwerker. Dat kost geld, maar scheelt hem tijd en machinerie. Verder zijn de koeien een stuk kleiner en steviger dan de bekende Holstein-Friesians, zien we tijdens de rondleiding. Ze zijn een kruising tussen de hoogproductieve Holstein-koeien en het robuuste Duitse koeienras Vleckvieh. Ze geven minder melk, maar worden minder vaak ziek, zodat Te Poele bespaart op de dierenarts.

Het antibioticagebruik op het bedrijf is afgenomen. Te Poele: ‘Je wilt zo min mogelijk antibiotica geven, want melk van een behandelde koe gaat de put in, dus elke zieke koe kost je dubbel geld.’ De koeien staan ondertussen rustig te kauwen en te kijken naar het publiek. Een rustige stal met weinig geloei is een teken van welzijn, aldus de boerenzoon.

Geen natuurbeschermers
In 2000 stond het bedrijf grond af aan Staatsbosbeheer voor een nabijgelegen natuurgebied, in ruil voor een grotere huiskavel. In het uitgebreide natuurgebied groeien nu vele zeldzame orchideesoorten. Op het boerenland zelf staan geen houtwallen en bomen. ‘Wij zijn geen natuurbeschermers, maar boeren’, zegt Toon. ‘Voor de huidige melkprijs kunnen wij geen houtwallen onderhouden. Bovendien leidt een houtwal tot een lagere grasopbrengst. Voor houtwallen en extra bomen moet de consument de boer betalen, vinden wij.’

Het bedrijf doet ook niet mee aan een speciaal weidevogelprogramma, om te zorgen dat er meer kieviten en grutto’s kunnen uitbroeden. Uitstel van maaien is niet aan de orde. ‘Wij willen het gras vroeg in het jaar maaien, want dan is de voedingswaarde het beste.’

Koeienpaspoort
Op het boerenbedrijf staan niet de weidevogels, maar de koeien centraal. Te Poele senior volgt hun welzijn op de voet, zowel in de stal als vanachter de computer. Elke koe heeft een paspoort, met daarin onder andere de dagelijkse melkgift, de melkkwaliteit, de datum van droogzetten en afkalven en het celgetal. Dat laatste geeft de hoeveelheid bacteriën in de melk weer. Als dat getal te veel oploopt, heeft de koe iets onder de leden.

Steeds spelen economische afwegingen een rol. Het afgelopen jaar moest het bedrijf een aantal koeien wegdoen, als gevolg van de overheidsmaatregelen om de fosfaatproductie in de melkveehouderij te verminderen. Dan doe je de minst productieve koeien weg. Telkens moet je voor ogen houden dat de supermarkt wil stunten met een melkprijs van 75 cent per liter, zegt Toon te Poele.

Eyeopener
Wat vinden de Wageningse studenten ervan? ‘Ik heb ervaren dat het bedrijf het beste voorheeft met de dieren’, zegt eentje tijdens de afsluitende koffie. Een ander zegt: ik vond dat koeien buiten in de wei moeten lopen, maar nu heb ik gezien dat het ook anders kan op een goede manier. En een derde studente vindt de robuuste koeien van Te Poele een eyeopener.

Te Poele zelf wil vooral duidelijk maken hoe belangrijk een eerlijke melkprijs is. Hij denkt dat er verandering moet komen bij de consument en de supermarkten.


Re:ageer