Student - 7 april 2011

Knotsgek Wageningen

Knotsbal is hot in Wageningen. In zes jaar tijd steeg het aantal teams van 8 naar 63. Een duizelingwekkende groei. Ook kwalitatief gaat het goed. Op 9 april kan Wageningen voor de vijfde maal op rij de nationale beker binnenslepen. Voor eigen publiek.

25-knotsbal.jpg
25-knotsbal.jpg

Foto: Bart de Gouw


 
Het kleine, snelle balletje vliegt in een noodtempo van hot naar her, terwijl de spelers er fanatiek achteraan hollen. Met wat lijkt op een enorme wattenstaaf slaat een van de spelers de bal richting het doel. Daar ontwikkelt zich een fel duel tussen meerdere spelers, waarbij de bal in het strijdgewoel lijkt de verdwijnen.
Voor wie nooit eerder knotsbal heeft gezien is de snelheid van de sport misschien wel de grootste verrassing. Bij het woord 'knots' denk je immers eerder aan een gemoedelijke, trage bullebak dan aan flitsende snelheidsduivels. Maar het Wageningse oefenpartijtje maakt duidelijk dat de werkelijkheid er anders uitziet. Het gaat snel, het gaat hard. Niet zelden sneuvelt een van de knotsen in het strijdgewoel.
Ongelooflijke groeicurve
Wageningen is groot in de knotsbalwereld, die opvallend klein is. De afgelopen vier jaar stonden Wageningse teams op de hoogste trede van het erepodium bij het nationale studentenkampioenschap, zeg maar het WK voor de knotsballers. En ook dit jaar is Wageningen de torenhoge favoriet, temeer omdat het toernooi op 9 april gehouden wordt in Wageningen zelf.
De groei van het knotsbal in Wageningen is een mysterie. In 2005 waren er nog acht teams, nu zijn er maar liefst 63. Dat betekent dat het aantal teams sinds 2005 elke twee jaar is verdubbeld. De spelers zelf kunnen daar eigenlijk geen sluitende verklaring voor geven. Tim Mohlmann begon zes jaar geleden met knotsbal en speelt nu voor 'De Strijdvlegels', een van de favorieten in het NSK. Volgens hem is het laagdrempelige karakter van de sport een belangrijke succesfactor. 'Je hoeft geen lid te worden van een vereniging en de sport is vrij simpel, dus iedereen kan meedoen. Mensen worden gemakkelijk geïntroduceerd door bijvoorbeeld een keer in te vallen bij een team.'
Daarnaast wijst Mohlmann op de rol van de SWI Thymos, die bij het verdelen van de zaaltijd veel ruimte creëert voor de knotsballers. Dat de sport gemengd is, jongens en meiden spelen in één team, wordt ook wel eens genoemd als reden voor de populariteit, maar volgens de spelers zelf is dit van ondergeschikt belang. Bovendien is bij alle genoemde redenen niet duidelijk waarom ze specifiek voor Wageningen zouden gelden, want in de meeste andere studentensteden is knotsbal nog een tamelijk onbeduidende nichesport.
Geen garantie
Hoe dan ook, populariteit levert nog geen garantie voor succes, zegt ook Geert Mulders. Mulders is de captain van De Strijdvlegels, maar realiseert zich goed dat het kampioenschap nog geen gelopen race is. 'De andere steden hebben ook sterke teams. En Enschede heeft zelfs een knotsbalvereniging, iets wat we in Wageningen nog niet kennen.' Aan het NSK van 9 april doen 20 teams uit 8 steden mee. De eerste ronde speelt iedereen in willekeurig ingedeelde poules. Daaruit komt een winnaarspoule die om de titel strijdt, en een verliezerspoule. De winnaar van de winnaarspoule gaat naar huis met de Gouden Knots.   Sander de Kraker
Knotsweetjes:

Knotsbal speel je met vier tegen vier spelers.
Er mag altijd gewisseld worden.
In de interne competitie moet er altijd minstens één vrouw per team in het veld staan, op het NSK hoeft dit niet.
Onder de naam 'tamponbal' is knotsbal bekend op middel­bare- en basisscholen.  
 

Re:ageer