Student - 9 oktober 2018

Eerstejaars ruilen trein in voor matige kamer

tekst:
Albert Sikkema

Veel eerstejaars die tijdens de AID een kamer zochten, hebben inmiddels iets gevonden, blijkt uit een kleine peiling van Resource. Vaak is het een tijdelijke en matige kamer, maar beter dan niets.

Het tuinhuisje van Jonatan den Haan. © Jonatan den Haan

Studenten Soshanna Blaauw en Martijn Visser hadden allebei tijdens de AID nog geen kamer in Wageningen. Blaauw logeerde tijdelijk bij vrienden, Visser zat op een camping nabij Wageningen en woonde ene maand lang in een caravan. Beiden hebben inmiddels een tijdelijke kamer gevonden. Blaauw: 'Ik zit in onderhuur tot en met november. De komende weken ga ik twee keer hospiteren.' Visser is wat langer van de straat: negen maanden. ‘Ik ben nu dus even geholpen en kan me focussen op mijn studie.’

Jonatan den Haan zoekt nog dringend naar een andere kamer. Hij had tijdens de AID voor 3 maanden een tuinhuisje gevonden in Wageningen van 8 vierkante meter. Op 1 oktober zit hij nog steeds in dit tuinhuisje. ‘De oppervlakte is eerlijk gezegd niet het grootste probleem. Ik heb geen stromend warm water, dus ik moet m'n afwas in de douche doen. En de afgelopen dagen begint het wat kouder te worden 's nachts, en m'n kacheltje kan daar niet tegenop stoken.’

Hospiteren
Maar sommige eerstejaars hebben geluk. Jeroen Theelen had eind augustus nog geen kamer en moest dagelijks bijna 7 uur op en neer reizen van zijn ouderlijk huis in Grashoek (Noord-Limburg) naar Wageningen. Dat maakte het onmogelijk om lessen te volgen aan de universiteit. Maar gelukkig vond hij net op tijd een kamer in Ede. ‘Het is niet ideaal, maar natuurlijk veel beter dan de lange reizen.’ Theelen heeft een vaste kamer gevonden in een particulier huis. Hij moest zes keer hospiteren voordat hij deze kamer te pakken had.

Ik hoor meer studenten klagen over hun kamer dan dat ze geen kamer hebben
Kalle Michielsen

Andere eerstejaars blijven op en neer reizen. Zoals Kalle Michielsen, die ten tijde van de AID 2,5 uur per dag op en neer moest reizen vanaf zijn ouderlijk huis in Elst, Gelderland. Dat doet hij nog steeds. Het reizen kost veel tijd, maar hij spaart nu geld voor een kamer uit. ‘Het meest vervelende is dat ik ’s avonds niet kan meekomen in Wageningen.’ Hij gaat in december/januari, als er wat meer opties zijn op de kamermarkt, nieuwe pogingen doen om een kamer te vinden.

Michielsen merkt bij studiegenoten dat hun kamersituatie nu minder erg is dan het tijdens de AID leek. ‘Ik hoor meer studenten klagen over hun kamer dan dat ze geen kamer hebben. Ze hebben bijvoorbeeld tijdelijk  een kamer gevonden in Ede, op de Kazernelaan, waar ze met 70 studenten een keuken moeten delen.’

Lees meer:


Re:ageer