Student - 19 oktober 2006

Boers

tekst:
Redactie

Ik was vergeten hoe het was. Al een tijdje had ik angstvallig vermeden op zaterdagavond met mijn vriendinnen mee te gaan naar d’Oude Enghe. Er was een tijd dat een bezoek aan deze stamkroeg in Soest het hoogtepunt van de week vormde. Dit keer ga ik mee, want je weet nooit. Misschien is het er niet meer zo boers als eerst. Maar het is niets veranderd. Het is er nog even kansloos. Er lopen nog steeds dezelfde mensen rond als twee jaar geleden en nog steeds zingt iedereen luidkeels mee met André Hazes. De gemiddelde leeftijd is moeilijk te raden. Een groepje jongens met beugels en smalle schouders staat naast ons. Ik kijk mijn vriendin verbaasd aan en steek eerst tien vingers, dan vier vingers op. Ze lacht en zegt: ‘Misschien zelfs jonger.’ Daarnaast staan een man en vrouw van dik in de veertig opvallend en misselijkmakend te dansen. Het gemiddelde IQ is makkelijker te raden - ver beneden de 100 - vooral wanneer er plotseling een gevecht uitbreekt. Iedereen houdt zijn glas stevig vast terwijl de twee jongens elkaar alle hoeken van het café laten zien. Totdat de lelijke uitsmijter één van hen naar buiten escorteert. In mijn blikveld verschijnt Peter, de dorpsgek die meisjes lastigvalt. Ik zie hoe hij zijn klamme hand uitsteekt en zich voorstelt aan een vijftienjarig tutje. Ze schudt aarzelend zijn hand en beantwoordt netjes zijn traditionele vraag: ‘alles goed?’. Ik heb medelijden met haar, nu komt ze nooit meer van hem af. Opeens loopt de jongen die het gevecht was begonnen, weer binnen rond. De uitsmijter heeft kennelijk besloten dat hij ongevaarlijk is. Ik had hem liever buiten gehad; de vechtlustige blik schittert nog steeds in zijn ogen. Nee, het is hier niets veranderd. Zondagavond zit ik dan ook opgelucht in de trein naar Wageningen. Terug naar de beschaafde wereld van vegetarische pacifisten. Al is het daar wel een beetje saai.

Re:ageer