Student - 28 november 2019

Blog: de stad als casestudy

Nu in Israël de raketten weer zwijgen en het staakt-het-vuren goed wordt nageleefd, heeft Angelo Braam weer tijd voor reflectie. Bijvoorbeeld over zowel de culturele als de academische verschillen tussen WUR en de Hebreeuwse universiteit.

© Sven Menschel

Een prachtige verrijking van je studietijd is het, een exchange in het buitenland. Mij is het met name te doen om culturele verschillen die je niet meekrijgt vanuit de schoolboeken. Sommige dingen die ik hier ervaar, zijn uniek voor de plek waar ik me bevind. Bijvoorbeeld het op grote schaal meemaken van de joodse geloofsuitoefening, om maar een ding te noemen. Toch is ook de academische ervaring een nieuwe. En die verschilt op een aantal opvallende manieren van Wageningen.

Internationale school
Zoals wij in Wageningen de Leeuwenborch hebben, zo heeft de Hebreeuwse universiteit de Rothberg International School (RIS), een gebouw in de periferie van de campus waarvan lokale studenten niet weten dat het bestaat. In de RIS worden taalcursussen aangeboden en volgen exchange-studenten hun vakken – afgesloten van de Israëliërs, met een internationale bubbel als gevolg. Weliswaar is het een gezellige bubbel, maar een klaslokaal gemengd met locals had een verrijking kunnen zijn, vooral tijdens controversiële discussies bij vakken zoals ‘Issues in Israeli society’ en ‘History of the Palestinians’ (die ik zelf overigens niet volg). Troost komt in de vorm van een vakkenaanbod dat op maat gemaakt én interessant is voor de internationale student, vooral voor degene die hier komt met weinig voorkennis.

Hier geldt gewoon ‘deadline is deadline!’, ook al blijkt je oorspronkelijke vakkenselectie niet door te gaan

Aparte vorm van bureaucratie
Omgaan met bureaucratie is onderdeel van de culturele ervaring hier in het Midden-Oosten. Bureaucratie aan de Hebreeuwse universiteit is wat dat betreft geen uitzondering. Vakken waarvoor je je kunt aanmelden, blijken soms niet te bestaan en menig student komt er in de eerste week van het semester achter dat een vak niet doorgaat. Die bureaucratie is typerend voor de regio, maar het unieke hier is dat het niet, zoals in de buurlanden, gepaard gaat met flexibiliteit. Meestal kunnen ‘bureaucratie-slachtoffers’ wel rekenen op begrip. Maar hier geldt gewoon ‘deadline is deadline!’, ook al blijkt je oorspronkelijke vakkenselectie niet door te gaan (gebeurde bij velen). Voor mij leidde het tot het kiezen van de ‘overblijvertjes’ als vakken – een gevalletje ‘oeps, geen rekening gehouden met een strenge variant van bureaucratie’.

Stad als casestudy
Het laatste en misschien meest waardevolle verschil met de WUR is de mogelijkheid om je kennis meteen in praktijk te brengen. Of je nou Arabisch studeert zoals ik, een minor doet in Joodse studies of je bezighoudt met politiek in het Midden-oosten, Jeruzalem heeft een gigantische rijkdom wat deze onderwerpen betreft. De universiteit reikt een gigantische hoeveelheid stof aan die op straat levendig te maken is. Zo kun je elk politiek statement in de klas naast de opinies in de stad houden. Als je een aspect van de vele geloofsstromingen niet zo goed begrijpt, kun je een geloofsgemeenschap opzoeken – de stad heeft er geen tekort aan. Ook als je je in de praktijk wil verdiepen in taalvaardigheid of lokale, betwiste dynamieken heeft Jeruzalem van alles te bieden. Dat maakt deze academische ervaring uniek. En mede daarom vind ik Jeruzalem, ondanks enkele nadelen, een perfecte keuze voor een uitwisseling als deze.