Student - 20 november 2017

Blog: Geld TU's

tekst:
Carina Nieuwenweg

Blogger Carina Nieuwenweg vraagt zich af of de vier Technische Universiteiten (TU), waar WUR ook onder valt, écht meer geld nodig hebben.

De nieuwe minister van onderwijs wordt direct geconfronteerd met een hoop getouwtrek. De TU's willen meer geld. Algemene universiteiten vinden dat de TU’s niet meer recht hebben op extra geld aangezien zij met hetzelfde probleem kampen en de Landelijke Studentenvakbond vraagt zich af waar überhaupt de extra beloofde onderwijsmiljoenen blijven na het afschaffen van de studiebeurs. Het is ook best wenkbrauwfronsend. Eerst wordt er veel geld gepompt in een campagne om jongeren te enthousiasmeren voor een carrière in de techniek. De campagne is zowaar succesvol maar de snelheid van het succes doet strompelen over eigen benen: de toestroom zorgt voor een te snelle groei aan de TU’s.

Dure practica
Je hoeft niet aan een TU gestudeerd te hebben om te begrijpen dat groei duurder is voor een Technische Universiteit dan een reguliere universiteit. Bèta studenten kosten nu eenmaal meer geld vanwege de dure practica. Het allereerste practicum dat ik als eerstejaars deed kostte 800 euro per student. En dat bij een vak welke verplicht is voor zeven van de Wageningse bacheloropleidingen.

Alhoewel het rekensommetje vrij solide is lijkt niemand zich af te vragen hoe noodzakelijk die practica met dure prijskaartjes zijn. Natuurlijk kan ik alleen voor Wageningen spreken, maar als ik na vierenhalfjaar opleiding terug kijk heb ik mijn vraagtekens bij het nut van een aantal van die dure practica.

Taarten bakken
Het 800 euro kostende lab introductie was zo duur vanwege een nieuwe en dure biomedische technologie waarmee we werkten. Dat is leuk maar is het noodzakelijk? Het eerste jaar kent de meeste uitvallers. Een duur practicum verschuiven naar het tweede jaar levert  al geld op. Waarschijnlijk steek je er in het tweede jaar ook nog eens meer van op: in het begin is het toch alsof je een taart aan het bakken bent. Je werkt een receptenlijstje af waarbij je van het merendeel geen idee hebt waarom het toegevoegd moet worden. Overvragen wekt irritatie op bij de medestudent die vooral snel naar huis wil en ook menig practicumbegeleider blijkt “dat hoef je toch niet te kennen voor het tentamen” een bevredigend antwoord te vinden. Bovendien is er dan ook nog een niet te onderschatten fractie van het practicumgroepje dat te laat komt, geen idee heeft wat er op het programma staat en vooral maar de anderen nadoet. Ondertussen jast hij of zij er wel honderden euro’s aan kosten doorheen.

Na vierenhalfjaar heb ik nog het meest geleerd van het labwerk tijdens mijn eindonderzoek: voor een langere periode ondergedompeld worden in een lab omgeving. Maar op een goede tweede plaats staan de virtual labs die door een aantal vakken werd aangeboden. In tegenstelling tot het dure-intro-practicum had ik daar alle ruimte om fouten te maken en te begrijpen waarom het ogenschijnlijke taartrecept is zoals ‘ie is. Schijnt ook nog eens een stuk minder duur te zijn. Misschien kan de rector in zijn nieuwe rol als kartrekker in digitalisering van het hoger onderwijs eerst eens kritisch naar zijn eigen universiteit kijken.  


Re:ageer