Student - 16 november 2017

‘Beleidsmakers luisteren slecht naar jeugd’

tekst:
Linda van der Nat

Hij was de eerste jongere die sprak op een VN-conferentie over de Sustainable Development Goals. Hij is kind aan huis bij de Nederlandse ministeries en reist de wereld over om de mening van jongeren te verkondigen op het hoogste beleidsniveau. Nu maakt Martijn Visser zich op voor zijn tweede – en laatste – jaar als VN-jongerenvertegenwoordiger.

Martijn Visser spreekt tijdens een VN-bijeenkomst in Bonn. Foto: Martijn Visser

De Wageningse alumnus – bijna dan, hij wacht nog op de uitslag van zijn laatste tentamen – staat op het punt af te reizen naar Duitsland om de klimaatconferentie in Bonn bij te wonen. Heel verantwoord, met een elektrische BMW. In Bonn zal hij onder andere kennismaken met de nieuwe Nederlandse minister voor Klimaat, Eric Wiebes. Maar zijn voornaamste taak is de ideeën en meningen van jongeren over duurzaamheid aan de man brengen.
‘Er lopen ongeveer dertigduizend mensen rond op zo’n klimaattop’, vertelt Visser, die Forest & Nature Conservation studeerde. ‘Iedereen die iets te zeggen heeft over het onderwerp, is er. Voor mij wordt het vooral een kwestie van achter iedereen aanrennen en hen aanspreken.’

Brutaal

Volgens Visser wordt er op de hoogste beleidsniveaus onvoldoende geluisterd naar jongeren, terwijl het over hún toekomst gaat. ‘Op zo’n top zit er vaak wel een jongere aan de overlegtafel, maar dat is vooral symbolisch. VN-baas Guterres had bijvoorbeeld laatst geen tijd om inhoudelijk met ons over duurzaamheid te spreken, maar wilde wel op de foto. Dat hebben we geweigerd, om een statement te maken.’
Tijdens zijn eerste jaar als VN-jongerenvertegenwoordiger heeft Visser meerdere tops meegemaakt: in Marrakech, Venetië, Brussel, Berlijn, New York. Samen met de andere jongerenvertegenwoordigers en leden van jongerenorganisaties probeert hij de juiste mensen te tackelen om aandacht te krijgen voor de standpunten van jongeren. Na drie tops weet hij inmiddels een beetje hoe het wereldje in elkaar zit. ‘Het is allemaal heel diplomatiek. Direct op je doel afgaan is niet de bedoeling, er zijn veel regeltjes. Gelukkig mag je als jongere wat brutaler zijn.’
Het helpt Visser dat hij op zo’n moment een roze badge draagt. ‘Dat betekent dat je lid bent van een delegatie. Ngo’s hebben gele badges. Het is heel naar, maar wanneer je iemand aanspreekt, kijkt die persoon direct naar je badge. Met een roze badge word je serieuzer genomen.’

Visser bezoekt ook veel middelbare scholen.
Visser bezoekt ook veel middelbare scholen.

Groene bubbel

Ook de gunfactor is belangrijk, zegt Visser. ‘Als je een goed contact hebt opgebouwd hoef je geen genoegen te nemen met “nee”, zolang je maar netjes blijft.’ Zo lukte het Visser om als een van de weinige jongeren te mogen spreken op een VN-top. In New York hield hij een speech voor zo’n honderd ministers. Uit het hoofd; uniek in een wereld waar alle speeches worden uitgeschreven om versprekingen te voorkomen. Hij kreeg het voor elkaar met creatief netwerken. ‘Ik zat eens in bus 50 van Wageningen naar Utrecht, omdat de treinen niet reden. Stapte Hugo von Meijenfeldt in, de nationaal coördinator Global Goals bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik ben naast hem gaan zitten en heb een praatje aangeknoopt. Zo is het zaadje geplant.’
Behalve op tops en bij de overheid is Visser vaak te vinden op middelbare scholen, jongerenconferenties en evenementen over duurzaamheid. Hij vindt het contact met jongeren leuk, maar baalt van het gebrek aan betrokkenheid bij het onderwerp. ‘Er is een groene bubbel met superbetrokken jongeren, maar daarbuiten leeft het weinig. Ik zou graag in gesprek komen met jongeren buiten die bubbel. Daar ga ik me komend jaar op richten.’
Visser weet nu al dat hij daarna het ‘diplomatieke wereldje’ verlaat. ‘Hoewel ik mijn taak als jongerenvertegenwoordiger met veel enthousiasme doe, haal ik er minder voldoening uit dan ik had verwacht. Het is veel praten en schoppen, maar weinig gedaan krijgen. Alles gaat met kleine stapjes. Ik zou graag meer projectmatig bezig willen zijn bij een groene organisatie of een ngo.’


Re:ageer