Student - 1 juni 2017

Afgewezen

tekst:
Stijn van Gils

Beste editor,
Ik wist het wel, het was een gokje. Eigenlijk is elk manuscript dat je naar een wetenschappelijk tijdschrift stuurt een gok. Eerst moet de editor het een goed onderzoek vinden en vervolgens moeten reviewers het daar mee eens zijn.

Dus ach, dat ik nu mijn avond moet beginnen met een standaard afwijzingsmail; dat hoort erbij. Bovendien bereiden jullie me goed voor op afwijzingen, door afwijzingspercentages groot op de site te vermelden en consequent te herhalen. ‘Let op, wij sturen meer dan de helft van de ingestuurde artikelen niet eens uit naar reviewers.’

Ik wil maar zeggen: ik ben een geoefend afgewezene en ik heb groot begrip voor uw situatie. U wordt vast overspoeld met manuscripten van promovendi. Werk van jonge wetenschappers wier contract waarschijnlijk al afgelopen is en wier volgende baan vrijwel volledig afhangt van de vraag of hun onderzoek bij u gepubliceerd kan worden. Het lijkt me geen pretje om dagelijks met die ellende geconfronteerd te worden. Voor de wetenschap is het echter cruciaal dat tijdschriften kritisch blijven. Ik heb dan ook groot respect voor uw werk.

Maar ik heb één frustratie die ik graag met u wil delen. Waarom, waarom gebruikt u allemaal zulke complexe systemen om manuscripten te ontvangen? Waarom wilt u bij het eerste contact al allerlei codes en werkadressen van alle 30 medeauteurs weten als u de meeste manuscripten toch meteen afwijst? Waarom gebruikt u bovendien nagenoeg allemaal exact hetzelfde systeem, van het zelfde bedrijf, maar is alles toch compleet incompatibel met elkaar, waardoor je bij elk tijdschrift alles opnieuw moet invullen?

Ik hoop dat u mijn frustratie kunt oplossen. Mijn excuus als u deze mail meerdere keren ontvangt; ik heb de lezers van mijn column gevraagd deze mail ook te versturen.

Vriendelijke groeten,
Stijn


Re:ageer