Nieuws - 8 oktober 2015

'Er is geen andere weg naar vrede'

tekst:
Roelof Kleis

Julian Cortes, Colombiaans politiek vluchteling en masterstudent aan Wageningen UR, was afgelopen maand in Havana om FARC-leden te
interviewen. Resource sprak met hem.

Julain Cortes viel met zijn neus in de boter. Tijdens zijn aanwezigheid bereikten de onderhandelaars overeenstemming over een voorlopig vredesakkoord. Na bijna zestig jaar lijkt het einde in zicht van de burgeroorlog in Colombia.

Waarvoor was jij in Havana?
‘Ik heb zeven rebellen geïnterviewd die deel uitmaken van het onderhandelingsteam van de FARC in Havana. Ik doe mijn thesis bij de leerstoelgroep Sociologie van Ontwikkeling en Verandering voor de master Development & Rural Innovation. Mijn onderzoek gaat over ontwikkelingswerk dat de FARC doen in rurale gebieden. De FARC doen veel gemeenschapswerk in de gebieden die zij controleren. Ze hebben eigen wetgeving en regulering, doen gezondheidscampagnes en ondersteunen de vorming van een soort community action groups. Dat is de goede kant van de guerilla. Die kant van de FARC wil ik in beeld brengen.’

Sympathiseer jij met de FARC?
‘Ik vind dat de FARC interessant werk hebben gedaan in de rurale gemeenschappen. Ze hebben interessante politieke ideeën om de democratie in Colombia en de situatie op het platteland te verbeteren. Natuurlijk hebben ze vanwege de oorlog ook gewelddadigheden gepleegd. Daarom moeten we die oorlog stoppen. Maar veel Colombianen sympathiseren met de principes van de guerilla. Het probleem in Colombia is dat als je het met sommige ideeën van de guerilla eens bent, je wordt gezien als een lid van de FARC. Maar ik ben geen FARC, ik ben een pacifist.’

Wil jij het beeld van de FARC bijstellen?
‘Nee, ik wil het verhaal vertellen dat niet wordt verteld door de massamedia. De guerilla wordt afgeschilderd als het kwaad. Maar dat is niet de werkelijkheid, zoals ik die zelf heb meegemaakt toen ik in sommige boerengemeenschappen werkte in FARC-gebied. De guerilla wordt verantwoordelijk gehouden voor alle problemen in Colombia. Maar dat is niet waar. In Colombia sterven jaarlijks meer mensen door honger en ondervoeding dan door de guerilla. Maar dat weten mensen in Colombia en in het buitenland niet.’ 

In Colombia sterven jaarlijks meer mensen door honger en ondervoeding dan door de guerilla
Julian Cortes

Jij ben een politiek vluchteling. Waarom heb jij jouw land verlaten?
‘Ik was een studentenleider op de National University van Colombia in Bogota. Na mijn afstuderen heb ik gewerkt met boerenbewegingen in territoria van de guerilla. Daarna was ik docent op de universiteit in Bogota. Op een gegeven moment werd ik ervan  beschuldigd dat ik bij de guerilla was en een plan beraamde om de toenmalige president Uribe te vermoorden. Dat was een grote leugen. Ik heb daarvoor drie jaar in de gevangenis gezeten. Ik was een ‘false positive’, zoals mensenrechtenorganisaties dat noemen. Zo gaat dat in Colombia. Er zijn op dit moment ongeveer 10.000 politieke gevangenen in Colombia. Daarvan zijn er maar 1300 van de FARC, de rest is student, boer, academicus of intellectueel. Toen ik vrij kwam, dreigden de paramilitairen mij te vermoorden en was ik gedwongen mijn land te verlaten. Ik
heb politiek asiel aangevraagd in België. Daar woon ik, maar vanwege mijn studie ben ik het afgelopen jaar vooral in Wageningen geweest.’

De doorbraak in de onderhandelingen was de overeenstemming over de berechting van misdaden die tijdens de burgeroorlog zijn gepleegd. Wat vind jij van de uitkomst?
‘Met deze overeenkomst accepteert de regering de politieke status van de guerilla. De guerilla wordt dus niet langer gezien als een terroristische groepering. Dat is heel belangrijk. De berechting van misdaden geldt voor alle actoren in het conflict. Dat is heel interessant, want
schendingen van de mensenrechten vinden ook plaats door het Colombiaanse leger en de paramilitaire groepen en niet alleen door de guerilla. Met de ondertekening accepteert de regering die verantwoordelijkheid.’

Afgesproken is dat niemand de gevangenis in gaat. Misdaden worden vergolden met werkstraf. Is dat acceptabel voor de slachtoffers, aan welke zijde dan ook?
‘Dat is een probleem. Wij Colombianen hebben een lange geschiedenis van geweld. De vredesovereenkomst is de enige manier om die te beëindigen. Er is geen andere weg naar vrede. Ik ben zelf slachtoffer. Ik ben vervolgd, heb vastgezeten en moest mijn land verlaten. Ik heb veel verloren, maar ik heb het overleefd. Beide zijden zullen de situatie moeten accepteren en een begin maken met verzoening. En die verzoening geldt niet alleen de slachtoffers. De polarisatie in Colombia is groot. Colombianen zullen moeten leren dat er verschillende meningen zijn en dat we die niet met wapens moeten verdedigen.’