Nieuws - 17 november 2017

'Alarmerende insectenstudie rammelt'

tekst:
Roelof Kleis

De studie waarin Nijmeegse onderzoekers concluderen dat in Duitsland driekwart van de vliegende insecten zijn verdwenen, berust op ondeugdelijke data. Dat zeggen Wageningse entomologen.

Entomoloog Kees Booij. © Guy Ackermans

De entomologen Kees Booij en Theodoor Heijerman vegen in een artikel op Kennislink de vloer aan met de studie die eind vorige maand in PlosOne verscheen. Het artikel zorgde voor alarmerende stukken in binnen- en buitenlandse media. De Britse krant The Guardian sprak zelfs van een armageddon dat al het leven op aarde bedreigt. De Tweede Kamer wil maatregelen nemen om insecten beter te beschermen. 

Onzin
Maar klopt het verhaal wel? Zijn er werkelijk driekwart minder insecten dan dertig jaar geleden? Onzin, zeggen Booij en Heijerman op Kennislink. Beiden hebben fundamentele kritiek op de statistische onderbouwing van het artikel. ‘Dit had nooit in deze vorm geaccepteerd mogen worden door PlosOne’, zegt Booij desgevraagd. ‘Ik begrijp niet hoe dat kan. Maar helaas gebeuren dit soort dingen.’

De metingen zijn maar in een klein deel van Duitsland gedaan, en op veel plekken in 27 jaar maar een of enkele keren
Kees Booij

De onderzoekers van de Radboud Universiteit gebruikten een langlopende dataset van de Entomologische Vereniging Krefeld die in 63 Duitse natuurgebieden insectenvallen plaatste.Tussen 1989 en 2016 bleek volgens de onderzoekers de gemiddelde vangst afgenomen van 9 naar 2 gram per dag. Dat is een afname van ongeveer driekwart. Maar dat is volgens de Wageningers wel heel kort door de bocht.

Monitoring
De belangrijkste kritiek van Booij en Heijerman richt zich op de proef zelf. ‘Dit is geen monitoringsproef, want dan had je op een groot aantal plekken verspreid over Duitsland jaarlijks de biomassa moeten meten. De metingen zijn maar in een klein deel van Duitsland gedaan en op veel plekken in 27 jaar maar één keer of enkele keren. De opzet klopt dus van geen kant om een algemene trend in de tijd te monitoren.’

De dataset is volgens beide entomologen niet geschikt om trendanalyses te doen. De gegevens vertonen enorme schommelingen in biomassa tussen de verschillende jaren. Dat is volgens Booij bij insecten een bekend gegeven. Het aantal insecten (biomassa) kan tussen weken of jaren wel een factor tien verschillen. Door daaruit een trend te distilleren, begeven de wetenschappers zich op glad ijs.

Het is altijd een balans tussen degelijkheid en nieuwswaarde
Kees Booij

Het jaar 1989, het begin van de metingen, was in Duitsland kennelijk een goed insectenjaar. Maar die piek is volgens Booij het resultaat van slechts zes vallen die ook nog eens dicht bij elkaar staan in de buurt van Bonn. ‘Zonder die piek blijft er van een dalende trend weinig over.’ Hij begrijpt niet dat reviewers daar niet doorheen hebben geprikt. Of, misschien begrijpt hij het ook wel: ‘Het is altijd een balans tussen degelijkheid en nieuwswaarde.’

Knuppel
Booij reageerde bij het verschijnen van het artikel al direct online bij PlosOne. Daar werd zowel door de redactie als de auteurs van het artikel niet op gereageerd. Hij is bezig een wetenschappelijk gestaafde reactie te schrijven op het artikel. Met het stuk op Kennislink gooit hij alvast de knuppel in het hoenderhok.