Wetenschap - 1 januari 1970

Zweef Mee

Zweef Mee


Om tien over één vertrekken drie welbekende ‘Noot’-busjes gevuld met vooral
luchtdopelingen naar zweefvliegveld Terlet bij Arnhem. Het is donderdag 12
juni. Op de snelweg chauffeert Wessel bijna een ander, gehandicapten-,
busje achterna. ,,Er rijden hier ook zoveel ‘Noot’-busjes rond.’’ Wessel is
bestuurslid van Thymos, de sportstichting van Wageningen Universiteit. Hij
organiseerde dit evenement in z’n eentje. ,,Vorig jaar zweefden we vanaf
vliegveld Deelen wat veel goedkoper is; dit jaar zaten ze daar al
volgeboekt.’’
Uiteindelijk komen de busjes toch goed terecht. Het restaurant van het
zweefcentrum doemt op. Om de naam wordt enigszins gegrinnikt: ‘de
Thermiekbel’. Een voor Nederland onverwachts weids en heuvelachtig
landschap gaapt ons tegemoet met langs de kant witte objecten.
Het snel naderende onweer, dat achteraf bleek over te drijven, noopt tot
een extreem korte briefing. Van een half uur naar enkele tips: ,,Loop niet
overal naartoe, de kabels hebben ook ruimte nodig om neer te vallen. En als
je boven niet goed wordt, gewoon zeggen, dan gaat de vlieger zo snel
mogelijk landen.’’
Nadat we op een stoffig landweggetje naar de start- en landingsbaan op de
heuvel zijn gereden, worden de vliegkaarten uitgedeeld. Zonder vliegkaart
mag je niet de lucht in. Het ‘bingotabelletje’ met cijfers wordt aandachtig
bekeken en verdwijnt daarna al snel in de broekzak van de deelnemers.
Verassend snel wordt de eerste dopeling van de dag en haar vlieger
opgetrokken tot een hoogte waarop je bijna geen loskoppeling van het
‘papieren vliegtuigje’ en de trekkabel kan ontwaren. Een klein kwartiertje
later staat Gwenda letterlijk en figuurlijk met beide benen weer op de
grond de vele vragen te beantwoorden. ,,Het was geweldig, lekker, maar
kort. Je kunt bij de start echt niets zien want door de krachten én door de
riempjes word je tegengehouden. Na ongeveer tweehonderd meter word je
losgelaten en begint het echte zweven’’.
Rond drie uur gaat de eerste groep al weer weg, ze zijn gevlogen en
misschien wel bevlogen geraakt. Debbie is dat nog niet. Ze is meegevraagd
door Jelle maar is nu toch wel een beetje zenuwachtig: ,,Ik heb gelijk ‘ja’
gezegd zonder erover na te denken; ik hoop dat ik veilig land.’’ Jelle had
meteen belangstelling toen hij van dit uitje hoorde. ,,Ik heb het vroeger
toen ik klein was ook wel eens gedaan in Zeeland. Ik was ineens benieuwd
naar hoe het ook al weer voelde.’’
Thymos-bestuurslid Ruben zit op een trailer, die - net als de golfkarretjes
- ook veelvuldig als hangplek wordt gebruikt. ,,Er is een potje voor gratis
deelname aan onze eigen activiteiten, maar dat is niet ongelimiteerd. We
krijgen van de universiteit een volledige beurs. Volgens mij organiseren we
‘Zweef Mee’ al vijf jaar. Wessel, weet jij dat precies?’’ Wessel: ,,Het is
ongeveer zeven jaar geleden geïnitieerd door de zweefvliegclub. Door de
kortingen die een sportkaart geeft, proberen we het bezit ervan te
stimuleren. Hoe meer sportkaarthouders, hoe meer je met nieuwe initiatieven
kunt komen.’’
Matthijs is net als Wessel en Ruben bestuurslid van Thymos: ,,Elk jaar is
er een ander bestuur, bestaande uit zes studenten. Je moet niet alleen
feeling met sport hebben maar het ook leuk vinden om activiteiten te
organiseren.’’
Na ongeveer drie uur wachten zijn de laatste aan de beurt. Het is kwart
over vijf en vlieger Jaap verteld hoog in de lucht over de geschiedenis van
het zweefvliegen. ,,Het is zo ongeveer begonnen in 1925 met houten
vliegtuigen die werden afgeschoten door een grote katapult; niet zover en
hard als nu. Je zat zelfs nog in de open lucht dus het was ook niet echt
aërodynamisch. Ik heb zelf in het allereerste zweefvliegtuig gevlogen. Heel
wat anders dan waar we nu in vliegen. Deze van de club kosten toch al gauw
een ton; particuliere kunnen wel vier ton kosten. En Terlet is het eerste
zweefvliegcentrum van Nederland. …Om te kunnen vliegen heb je een brevet
nodig en moet je een bepaald aantal vluchten per jaar doen.’’ Voor Jaap is
de landing een routineklus, maar voor de passagier is het een onverwacht,
‘hobbelige’ ervaring.
Christien, de vrouw van vlieger Brian, bedient zittend op een stoel voor
het mobiele communicatiecentrum het mechanisme van de lier. ,,Een
kwartiertje in de lucht is alleen voor de ‘doopvluchten’. Normaal gesproken
kan iemand wel uren wegblijven.’’ Zij heeft wel een goede verklaring voor
het hoge percentage mannen van de boven de zestig dat op het centrum
rondloopt. ,,Ik vind zweefvliegen een echte oudemannensport!’’
Willem Geert Poutsma, Foto Willem Geert Poutsma

Re:ageer