Organisatie - 24 april 2008

Zwarthemden domineerden Unitas

Het huidige Unitas is een open jongerenvereniging met een progressief karakter. Maar ooit, in de donkere jaren voor en tijdens de tijdens de Tweede Wereldoorlog, was dat anders. Toen gold Unitas als een antisemitisch bolwerk.

Studentenvereniging Unitas was in de jaren dertig en veertig gevestigd in Villa Josephine aan de Generaal Foulkesweg. De villa is begin jaren zestig gesloopt om plaats te maken voor het huidige pand van de jongerenvereniging.
Studentenvereniging Unitas was in de jaren dertig en veertig gevestigd in Villa Josephine aan de Generaal Foulkesweg. De villa is begin jaren zestig gesloopt om plaats te maken voor het huidige pand van de jongerenvereniging.

Foto: Unitas

Niet Unitas maar het Wageningse studentencorps WSC kreeg in de jaren dertig als eerste te maken met het nationaalsocialisme. Ruim twintig procent van de corpsleden was NSB’er of sympathiseerde met de beweging. In 1933 droeg de president tijdens een openbare gelegenheid zelfs een zwart hemd, onderdeel van het NSB-uniform.
Dit voorval was voor toenmalig rector magnificus prof. J.A. Honing aanleiding om de corpsleden tijdens het uitreiken van hun almanak te waarschuwen: ‘Bemoei je niet met politiek, het is een vies zaakje.’ Ondanks de verontwaardiging van veel WSC-leden over de uitspraak – Honings was niet eens lid geweest van WSC – discussieerde de vereniging een jaar lang over de stelling ‘de student doet niet aan politiek’. De voorstanders kregen uiteindelijk de overhand. Een president in een zwart hemd is in strijd met de etiquette van het corps, zo oordeelden zij. De student in kwestie werd gedwongen af te treden.
Nadat het corps de NSB resoluut de deur had gewezen, vertrokken veel van de NSB’ers. Een aantal van hen werd lid van Unitas (USV). De in 1935 opgerichte studentenvereniging had nog niet zoveel mores en tradities en juist binnen Unitas vond de NSB een vruchtbare voedingsbodem en werden discussies over politiek getolereerd.
Hoewel er bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zowel NSB’ers als joden lid waren van Unitas, neigde de vereniging gaandeweg steeds meer naar corporatie met de bezetter. Unitariërs deden niet mee aan de studentenstaking toen joodse hoogleraren en docenten begin 1941 op last van de Duitsers werden ontslagen. Professor Olivier, die weigerde Duitse affiches op het hoofdgebouw te plakken, werd aangegeven door de beruchte NSB’er Anepool, lid van Unitas.
Toen in oktober 1941 joden geen lid meer mochten zijn van verenigingen, belegde de toenmalige senaat een algemene ledenvergadering. Twee joodse studenten waren op dat moment nog lid van USV en die moesten worden geroyeerd. De vraag aan de leden was of Unitas onder deze omstandigheden kon voortbestaan. Oud-Unitaslid ir. R. Meijneke schreef in 1988 in een brief, opgenomen in het boekje ‘Hier heerscht de Engelsche ziekte’ van ir. S. Maso: ‘De discussies en tegenstellingen binnen de vereniging ontwikkelden zich tijdens die vergadering zodanig, dat de praeses besloot de vergadering te schorsen om zich met de senaat terug te trekken voor nader beraad. Na een half uur werd de vergadering heropend door de praeses, die direct daarna zijn ambtsketen afrukte, op tafel smeet en bedankte als lid.’ De helft van de aanwezigen volgde zijn voorbeeld. De andere helft, voor een deel ‘zwarthemden’, bleef.
Unitas ging op een laag pitje verder, en stopte uiteindelijk in 1943. Het pand, villa Josephine, werd na de oorlog gebruikt als gevangenis voor opgepakte NSB’ers. De vereniging, die vlak na de oorlog weer opstartte, droeg nog tot ver in de jaren vijftig het stempel ‘fout in de oorlog’. Medewerkers van de Landbouwhogeschool die tussen oktober 1941 en de sluiting in 1943 Unitaslid waren geweest, bereikten geen hoge posities.
In de jaren zeventig werd Unitas uiteindelijk de open jongerenvereniging zoals we die nu kennen.

Re:ageer