Wetenschap - 1 januari 1970

Zuurminnend kind eet goed

Kinderen houden van zoet, wil het cliché. Dat klopt, blijkt uit het promotieonderzoek van Djin Gie Liem. Maar het is niet volledig. Grofweg de helft van de kinderen is ook een gepassioneerd liefhebber van zuur. En die zuurminnende kinderen verschillen van andere kinderen. Ze houden van het onbekende en zijn vaak makkelijke eters.

In de negentiende eeuw meldde evolutiebioloog Charles Darwin al dat zijn kinderen zure appels en bessen lekker vonden, terwijl volwassen die als oneetbaar beschouwden. De Wageningse voedingsonderzoeker Djin Gie Liem trad in de voetsporen van Darwin, en onderzocht welke smaken kinderen lekker vonden. ‘Bij kinderen en snoep denken we aan zoet’, zegt Liem. ‘Maar al in mijn eerste onderzoek bleek dat de helft van de kinderen gruwelijk zure pudding lekker vindt, terwijl je die niet aan volwassenen kunt voorschotelen.’ Snoepfabrikanten weten dat al lang, en brengen snoep op de markt met een voor volwassenen onaangenaam zure smaak.
Waarom de ene helft van de kinderen van zuur houdt en de andere niet is onbekend, maar er zijn aanwijzingen dat de voorkeur aangeleerd kan worden. ‘Leerprocessen spelen een rol bij smaakvoorkeur’, zegt Liem. ‘We weten bijvoorbeeld dat kinderen die als baby zure flesvoeding hebben gekregen wat vaker van zuur houden. Je kunt de smaakvoorkeuren van kinderen kennelijk een beetje sturen. Dat blijkt ook uit sociologisch onderzoek. In sommige landen houden zelfs volwassenen nog van extreem zuur fruit. In de Westerse cultuur komt dat nauwelijks voor. Praktisch alle kinderen met een voorkeur voor zuur hebben ouders die die voorkeur niet hebben.
Liem ontdekte ook dat kinderen die van zuur houden psychologisch anders in elkaar zitten. ‘Stel: je laat kinderen kiezen tussen drie snoepjes’, zegt Liem. ‘Een snoepje smaakt naar aardbei, een snoepje smaakt naar banaan en van een snoepje vertel je niet waarnaar het smaakt. Dan zie je dat kinderen die houden van zuur vaker kiezen voor het mysteriesnoepje.’
Zuurminnende kinderen verschillen op meer manieren van andere kinderen, ontdekte Liem. Ze houden van fellere kleuren en onbekende stimuli, en volgens hun ouders zijn het vaak makkelijke eters. Dat is een prettige eigenschap, nu steeds duidelijker wordt dat groenten en fruit belangrijk voor de gezondheid zijn.
Voor ouders die denken dat ze hun kind gezonde eetgewoonten kunnen aanleren door zoetigheid domweg te verbieden, heeft Liem echter een teleurstellende mededeling. ‘Dat werkt niet. Kinderen verbieden zoet te eten wakkert de voorliefde voor zoet alleen maar aan.’
Dat leidt de Wageninger af uit proeven met limonades met verschillende suikerconcentraties waarbij de kinderen moesten kiezen welke limonade ze het lekkerste vonden. Toen Liem de ouders van de kinderen ondervroeg over hoe streng zij waren met het geven van zoetigheid aan hun kinderen, bleek dat strenge regels ten opzichte van snoepgoed de verkeerd kan op werken: hoe strenger de ouders, des te zoeter was de voorkeur van hun kinderen.
‘Als ik op basis van mijn onderzoek ouders een advies moet geven, dan zou ik zeggen: geef je kind de mogelijkheid om te kiezen. Zorg dat er gezonde en misschien een beetje zure alternatieven aanwezig zijn, zoals fruit. Probeer ze met zachte hand in de richting van gezonde alternatieven te bewegen, maar ga niet rücksichtslos dingen verbieden. Dat werkt niet. De voorkeur voor zoet is waarschijnlijk zo diep in onze erfelijke eigenschappen en onze cultuur verankerd dat we niet moeten hopen dat we die bij onze kinderen kunnen uitbannen. We kunnen er alleen voor zorgen dat we die voorkeur niet teveel aanmoedigen.’

Willem Koert

Re:ageer