Wetenschap - 1 januari 1970

Zure regen aanpakken met bacteriën

In de jaren tachtig en negentig zijn scherpe milieunormen vastgesteld, maar het probleem van zure regen is nog lang niet de wereld uit. Biologische zuiveringstechnieken zijn de oplossing, zegt prof. Albert Janssen, die op 3 november zijn inaugurele rede houdt voor zijn aanstelling als bijzonder hoogleraar Biologische gaszuivering.

Zure regen wordt veroorzaakt door zwaveldioxide en stikstofoxides uit energiecentrales en het verkeer. Met name in China wordt het probleem steeds groter, waarschuwt Janssen, die tevens werkzaam is bij Shell Global Solutions International, en technieken ontwikkelt om gassen waaronder aardgas te ontzwavelen.
De Chinese kolencentrales schroeven het tempo op om de explosieve bevolkingstoename bij te houden. ‘Met de uitbreiding van de Europese Unie zien we dat de emissie van zwaveldioxide in Oost-Europa snel afneemt. In Azië daarentegen is sprake van een continue toename van zwaveldioxide uitstoot. In de periode 1990-1998 is een groei van zestien procent gemeten. Als de bevolkings- en welvaartsgroei doorzet, dan zal de milieusituatie in China sterk verslechteren’, zegt Janssen.
In het verleden heeft de uitstoot van zwavelverbindingen geleid tot rampen, vertelt de hoogleraar. ‘In de winter van 1952 bijvoorbeeld, zijn in Londen tijdens een periode van zware mist twaalfduizend slachtoffers gevallen ten gevolge van rookgassen die vrijkwamen bij de verbranding van kolen.’ Rookgassen zullen tegenwoordig niet snel in korte tijd zoveel slachtoffers maken, maar ze zijn wel een sluipend gevaar voor mens en natuur.
De oplossing ligt volgens Janssen in biologische methoden waarmee de giftige zwavelverbindingen uit gassen zijn te verwijderen. De komende jaren wil hij met zijn leerstoel, die is ondergebracht bij de sectie Milieutechnologie, voortbouwen op de reeds ontwikkelde ontzwavelingstechnieken met behulp van bacteriën, die bijvoorbeeld worden getest door Shell op Duitse gasvelden.
Gebruik van bacteriën heeft volgens Janssen het voordeel dat er weinig of geen speciale chemicaliën nodig zijn. De kunst is wel om de juiste bacterie op te sporen. De onderzoekers moeten niet terugdeinzen om bijvoorbeeld naar Siberië of een vulkanisch gebied af te reizen. Want de bacteriën die nodig zijn, moeten kunnen leven onder extreme omstandigheden.
Zo vertelt de hoogleraar over sulfaatreducerende bacteriën die superhoge temperaturen moeten overleven in een ontzwavelingsinstallatie. ‘De temperatuur van het water in de reactoren bedraagt zonder koeling tussen de vijftig en zestig graden Celsius. Hiervoor hebben we hyperthermofiele sulfaatreducerende bacteriën nodig van het geslacht Archaeoglobus. In pilots is aangetoond dat dit goed werkt. De bacteriën hebben we onder meer geïsoleerd uit smeulende afvalhopen in centraal Zweden.’ Ook zijn bacteriën nodig die tegen hoge pH-waarden en zoutconcentraties bestand zijn. Deze zijn inmiddels gevonden in sodameren in Siberië, Kenia en Egypte. / Hugo Bouter

Re:ageer