Wetenschap - 6 juni 1996

Zuiveltechnoloog Walstra neemt afscheid

Zuiveltechnoloog Walstra neemt afscheid

De zuiveltechnoloog P. Walstra nam op 30 mei afscheid van de LUW met een rede over wetenschap en technologie. De samenwerking daartussen is essentieel, meent Walstra, maar de fundamentele wetenschappers stellen teveel de regels nu. Veel publiceren leidt vaak tot onrijpe deelpublikaties."


Ik heb mijzelf altijd meer als technoloog gezien dan als wetenschapper. Een benaming waar veel wetenschappers bezwaar tegen maken, zeker binnen de LUW. Technologie wordt veelal gezien als een soort noodzakelijk kwaad. Ik vind dat jammer en het is schadelijk voor de universiteit."

Prof. dr ir P. Walstra, hoogleraar Zuivel- en levensmiddelentechnologie, leunt aan de vooravond van zijn afscheid achterover en kijkt filosoferend terug op zijn vakgebied. Mijn favoriete omschrijving van technologie is het bewust ingrijpen in de natuurlijke omgeving en het maken van artefacten tot eigen voordeel. Zo beschouwd is landbouwkunde eigenlijk technologie."

Technologen hebben echter last van een imagoprobleem, constateert Walstra. Dat dateert uit de jaren zestig, toen de technoloog de verpersoonlijking werd van de roofbouw op moeder aarde, de veroorzaker van veel milieu-ellende." Maar er is een minstens even belangrijke oorzaak aan te wijzen voor het negatieve imago van de technoloog: De wetenschapper als vertegenwoordiger van de ongerepte fundamentele wetenschap."

De werkwijze van de technoloog en de wetenschapper verschilt, meent Walstra. De wetenschapper bepaalt zelf zijn object en bestudeert een verschijnsel dat hij wil verklaren. Daartoe hanteert hij een sterk vereenvoudigd model: alles wat de te bestuderen relaties kan verstoren, laat hij zoveel mogelijk weg. De wetenschapper is tevreden als hij iets interessants ontdekt en wil als eerste iets publiceren."

De technoloog daarentegen wordt geconfronteerd met een probleem en zoekt daarvoor een oplossing. Daarbij blijft hij veel dichter bij de werkelijkheid; er wordt wel een model geconstrueerd, maar dat is meestal veel ingewikkelder. De technoloog is zich dan ook ervan bewust dat hij alleen een deelprobleem oplost. Voordat hij over gaat tot publikatie, wil hij weten hoe het geheel in elkaar zit en hoe de verworven inzichten kunnen worden toegepast."

Prestige

Technologie is nooit af, terwijl fundamentele wetenschap dat op een bepaald moment wel kan zijn", stelt Walstra. De humane anatomie is bijvoorbeeld af. Ook de klassieke voedingsleer is min of meer af. Een technoloog daarentegen wordt steeds geconfronteerd met veranderende maatschappelijke en technische randvoorwaarden. Eisen aan en voorkeuren voor produkten veranderen voortdurend. Daardoor blijft technologie noodzakelijk en essentieel voor de LUW. Zonder technologie kan de universiteit niet voortbestaan."

Maar, zo merkt Walstra op, de fundamentele wetenschappers zetten de toon en stellen de regels. Zij hebben immers meer prestige dan de technologen en de landbouwkundigen. Een gevolg daarvan is dat technologen, min of meer noodgedwongen, hetzelfde spel gaan spelen als wetenschappers: veel publiceren. Dat leidt vaak tot onrijpe deelpublikaties."

Gelukkig is het uitgangspunt dat zuivere wetenschap het enige is dat telt, de laatste jaren erg veranderd, meent Walstra. Toepassing is niet meer vulgair. Het besef dat wetenschap voor technologie kan zorgen die vervolgens weer mogelijkheden schept voor de wetenschap, is erg gegroeid. Samenwerking tussen wetenschappers en technologen is essentieel. Onderzoekschool Vlag is daarvan een uitstekend voorbeeld."

Hoewel echte duurzaamheid in de ogen van Walstra nooit mogelijk is, moet de levensmiddelenindustrie daar meer naar streven. Zorgen voor voedsel is de eerste morele plicht, maar het moet wel gemaakt worden tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Verbeteringen zijn vooral te bereiken in de primaire produktie, bijvoorbeeld door produkten te maken uit plantaardige grondstoffen, in plaats van vlees. Tot op zekere hoogte bevordert fabrieksmatige verwerking van grondstoffen duurzaamheid."

Giftig

We moeten af van het idee dat al het natuurlijke ook gezond is", meent de scheidende professor. De meeste planten zijn immers giftig. Ik zei het al tijdens mijn intreerede in 1978 en ben nog niet van standpunt veranderd: gezond voedsel bestaat niet, gezonde voeding wel. Het moet dan ook eens afgelopen zijn met de gezondheidsclaims over bepaalde voedingsmiddelen, ook met betrekking tot zuivelprodukten.

De levensmiddelenindustrie laat zich hierdoor de laatste tijd steeds meer meeslepen. Een levensmiddelentechnoloog mag daar naar mijn opvatting eigenlijk niet aan meewerken, want dergelijke claims zijn zelden hard te maken. De invloed van de voeding op hart- en vaatziekten is bijvoorbeeld volstrekt ondoorzichtig. Het geven van voedingsadviezen op grond van dergelijke claims is onverantwoord en kan zelfs gevaarlijk zijn. Mogelijk doen ze meer kwaad dan goed."

Re:ageer