Organisatie - 1 januari 1970

‘Zoveel mogelijk inspraak'

Brascamp coördineert vorming één onderwijsinstituut
Het college van bestuur gaat de vier Wageningse onderwijsinstituten samenvoegen tot één instituut. Dat proces zal worden geleid door prof. Pim Brascamp. Hij wil de werkvloer zoveel mogelijk bij de besluitvorming betrekken.

Wat is uw opdracht?
‘Er lopen twee dingen door elkaar. Aan de ene kant gaan we de vraag beantwoorden hoe het beste één onderwijsinstituut gevormd kan worden. Daarnaast gaat het om de vraag of de functies van opleidingscoördinator en -begeleider samengevoegd kunnen worden tot één opleidingsdirecteur. Eén van de opdrachten die we van het college hebben mee gekregen is professionalisering. Ik ben tegen fulltimers voor dit soort posten, maar vier uur per week is te weinig. De klacht is nu dat door de veelheid van taken de uitoefening ervan in het gedrang komt.’

Wanneer zal het af zijn?
‘15 november moet het verhaal waarin de nieuwe inrichting beschreven staat klaar zijn. Dat lijkt snel, maar mijn uitgangspunt is dat het werk door moet gaan. Daarom moet er zo snel mogelijk duidelijkheid zijn over de plannen. De invoering moet echter geleidelijk gaan. Dat zorgt voor minder onrust en het behoud van expertise. Bovendien kun je rekening houden met de carrièreplanning van de mensen waar het om gaat. Er lopen makkelijk honderd man rond die verbonden zijn met de onderwijsinstituten. Ik verwacht wel dat er hier en daar frictie zal zijn. We willen ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen inspraak hebben in de nieuwe structuur. 15 september zal er een bijeenkomst zijn waarvoor alle betrokkenen worden uitgenodigd. Daarnaast gaan we een interactieve website opzetten waar de stand van zaken op beschreven staat. Mensen kunnen daarop reageren, en we hebben de ambitie om die reacties ook te beantwoorden.’

Moet er bezuinigd worden?
‘Het besparen van geld is niet meegegeven als randvoorwaarde. Het hoeft alleen als het ook kan. Het geld moet dan ook echt naar het onderwijs gaan en niet naar de grote hoop.’

Zal de vorming van één onderwijsinstituut de onderwijskwaliteit bevorderen?
‘Onderwijskwaliteit kan goed zijn in alle structuren. Het gaat erom dat het werk gedaan wordt. Daarom hoop ik ook dat we niet eindeloos blijven hannesen over de structuur.’

Gaat de directeur van het super-onderwijsinstituut de rector niet in de weg lopen?
‘Daar hebben de rector en ik het al over gehad. De rector zal zich blijven bezighouden met de universitaire zaken. Hij moet het overzicht houden en contacten onderhouden met andere universiteiten en dergelijke. De onderwijs directeur zal zich meer richten op de organisatie van het onderwijs.’

Wordt u straks die nieuwe directeur?
‘Daar moet nog over besloten worden.’/ GvH

Re:ageer